Roofs 2017-06-40 CO2- reductie en energiebesparing

Special begroeide daken

In de enorme opgaven op het gebied van energiebesparing en CO2 reductie, waar Nederland zich voor gesteld ziet, is een grote rol weggelegd voor ­daken. Wateropvang, groen en energieopwekking zijn grote troeven op (platte) ­daken. Het Planbureau voor de Leefomgeving rekende enkele scenario’s door. Het is een hele kluif, zelfs met 2050 als horizon, maar onze daken zijn er klaar voor.

Stichting Roof Update

De energietransitie naar een vergaande CO2-arme samenleving is een grote opgave. Het gaat gepaard met grote investeringen in het energiesysteem. De onlangs verschenen notitie Investeringen energietransitie en financierbaarheid – Uitdagingen met betrekking tot investeringen 2020–2040 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), maakt een inschatting van de extra investeringen benodigd voor 80 tot 95% CO2-reductie in 2050 ten opzichte van emissies in 1990, met bestaand beleid.

In de notitie staat een onderdeel ‘Routekaarten naar klimaat­neutraliteit vanuit decentrale overheden’ door NIA/BNG Bank, met een analyse die dieper ingaat op de uitdagingen voor het halen van de doelstellingen in de gebouwde omgeving. Hiervoor werken decentrale overheden routekaarten uit om, vanuit hun huidige energieverbruik nu, te komen tot klimaatneutraliteit in de periode 2030–2050. Deze routekaarten bestaan uit een mix van drie typen maatregelen: drie knoppen waar aan gedraaid kan worden, zoals de rapporteurs het omschrijven. Deze zijn:

  1. Energiebesparing, bijvoorbeeld door middel van isolerende maatregelen of beïnvloeding van gedrag;
  2. Opwekking van hernieuwbare elektriciteit, bijvoorbeeld door middel van zonnepanelen of windmolens;
  3. Gebruik van hernieuwbare warmte, bijvoorbeeld via warmtenetten, gebruik van groen gas of warmte-koude opslagsystemen.

Eén van de factoren die invloed hebben op de effectiviteit van de maatregelen in de routekaarten ­(beïnvloedbaarheid van de knoppen), betreft de financierbaarheid. In tabel 2 is per doelgroep aangegeven of er ten aanzien van de financiering sprake is van een grote uitdaging, een ­beperkte uitdaging dan wel geen uitdaging (mainstream). De onder­zoekers stellen dat de grootste uitdagingen liggen in de hernieuwbare warmtevoorziening, terwijl hernieuwbare elektriciteit momenteel (dankzij beleidsmaatregelen zoals SDE+, saldering en Postcoderoos) goed financierbaar zijn. Energiebesparing vormt ook nog een uitdaging, al lijkt daar niet zozeer de financiering als wel de ontzorging en fasering van maatregelen de belangrijkste uitdaging te vormen. Het besparen en isoleren kennen ze een beperkte financieringsuitdaging toe.

De financiering van energiebesparing is de meest diverse opgave. De opdrachtgevers variëren van zeer professioneel (woningcorporaties en beheerders van commercieel vastgoed) tot gefragmenteerd en veelal onervaren (particulieren en verenigingen van eigenaren). In algemene zin vormt niet de financiering, het ontzorgen en de fasering van de maatregelen de grootste uitdaging. Uitgangspunt voor de opdrachtgever vormt primair het meerjaren onderhoudsplan en niet zozeer de routekaart naar energieneutraliteit.

De opwekking van hernieuwbare elektriciteit met behulp van wind en zon is dankzij het huidige rijksbeleid goed financier­baar. Er is sprake van een ‘volwassen’ financieringsmarkt voor wind (op land en op zee) en voor zon (op daken en op land). Er zijn nog wel in bepaalde deelmarkten uitdagingen ten aanzien van de financiering, zoals de schaal, de professionaliteit en continuïteit bij initiatieven van energiecoöperaties en Postcoderoos-projecten. De regionale energiefondsen spelen juist op deze deelmarkten een belangrijke rol.

Daken inzetten

De daken in de gebouwde omgeving en nieuw te bouwen objecten bieden een groot potentieel aan kansen om onze CO2-footprint te verkleinen. “Het potentieel van de Rotterdamse daken hebben we in kaart gebracht, ” zegt Florian de Boer van de Urbanisten. De kaart met kansen voor het Rotterdams Daklandschap schetst hoe de 14,5 km² daken nuttig zouden kunnen worden gebruikt. Met veel ruimte voor energieopwekking op loodsen in de haven tot groen en wateropvang in de binnenstad. Maar ook veel dubbele functies. Wateropvang, groen en zonnepanelen zijn een interessante combinatie die steeds meer in de ontwerpen van nieuwbouw en renovatie worden meegenomen.

Erik Steegman, initiatiefnemer van de Green Deal Groene Daken, constateert: “Groen blauw op daken gaat een belangrijk onderdeel worden voor klimaatadaptatie binnen bijvoorbeeld BREEAM. Door nuttig gebruik te maken van het beschikbare dakoppervlak en door rekening te houden met de klimaatdoelstellingen bij het ontwerp van nieuwbouw, is een gigantische stap te zetten.”

Een vierkante meter groen dak kan volgens het United States Environmental Protection Agency EPA jaarlijks 5 kg aan CO2 absorberen. Bovendien leidt het lager energieverbruik als gevolg van een groendak tot de reductie van carbon dioxide (jaarlijks 3.2 kg/m2). En door de zonnepanelen op een groen dak te plaatsen, verhoogt het rendement van de panelen door de lagere temperatuur boven het dak. Steegman: “Voor de NEN 8292 hebben wij recent een berekening gemaakt omtrent de jaarlijkse vergroening van daken. Via de bekende leveranciers kwamen wij op 600.000 m² in 2016 begroeid dak per jaar, waarbij in 2017 een slordige 10% extra gedaan wordt (660.000 m²) Dit is voor minimaal 80% in de nieuwbouw gerealiseerd. Gerekend over de 5 miljoen m² nieuwbouw zal nu ruim 10% dak begroeid worden, zowel extensief als (meer en meer) intensief.”

Naast het groen zijn de daken steeds meer in te zetten als waterberger met een bufferende watercapaciteit. Steegman: “Tussenlagen op daken bij appartementencomplexen, bovenop parkeergarages of op onderliggende winkels zijn momenteel erg in trek om multifunctioneel en/of begroeid aan te leggen. Dit marktsegment in de nieuwbouw groeit sterk. Enkele voorbeelden zijn bijvoorbeeld het centrumplan Leidsche Rijn Utrecht, Kwintijn Amsterdam, winkelcentrum Terwijde Utrecht en natuurlijk depot Boijmans van Beuningen, naar ontwerp Winy Maas. Maar ook in de renovatie staan we aan de vooravond van meer groen op daken, in simpel sedum, maar ook met multifunctioneel gebruik. Op bijvoor­beeld Hofbogen Rotterdam (1,9 km spoor) en nieuwe polder­daken in Amsterdam (op de Wibautstraat) zijn we al dan niet binnen de Green Deal Groene Daken bezig met groen-blauwe daken. Het is een grote winst dat wij standaard gaan denken aan groen-blauw op het dak.”

Naar Nul-Op-De-Meter

De energieneutrale woning is een belangrijke stap naar een beter energieplaatje in Nederland. Zo’n 15% van al het energieverbruik in Nederland gebruiken we in woningen. Die energieprestatie wordt bereikt door naast zuinige ketels ook te investeren in hogere isolatie van de gebouwschil en het toevoegen van zonnepanelen op het dak.

Christoph Maria Ravesloot, lector duurzaam bouwen met BIM, Hogeschool Rotterdam: “Een kosteneffectieve oplossing voor Nul-Op-de-Meter woningrenovatie wordt sneller gevonden als je meteen vanuit de potentie voor opwekking van duurzame energie op het dak van een woning redeneert en ontwerpt. Nul-Op-de-Meter kan het beste bereikt worden door vanuit EnergiePlus te ontwerpen.”

Die ‘plus’ in het energieplaatje van een gebouwontwerp staat voor een overschot aan energie, een energieleverende woning. De gebruiker van een dergelijke woning heeft geen energielasten en de woning loopt ver vooruit op de toekomstige bouwregelgeving. Het is bij een energie-plus woning van belang om een woning te ontwerpen met zo min mogelijk energieverlies, een lage warmtevraag, een gezond binnenklimaat en optimaal comfort. Aandachtspunten zijn dus optimale isolatie, een goede naad- en kierdichting, efficiënte installaties en duurzame energiebronnen. De toegepaste installaties dienen optimaal afgestemd te worden op het ontwerp. Zonneboilers, zon-pv systemen of in sommige gevallen zelfs kleine (stedelijke) windturbines behoren tot de producten die deze prestatie mogelijk maken. Het dak is er klaar voor.

Bron: Schure et al. (2017), Investeringen energietransitie en financierbaarheid – Uitdagingen met betrekking tot investeringen 2020–2040, Den Haag: PBL.

Labels