Roofs 2017-07-14 Asbest is een vak

Asbest

Als gevolg van het Asbestdakenverbod moeten per 2024 alle in Nederland aanwezige asbestdaken in de komende jaren worden vervangen. Een asbestsanering kan nog wel eens diverse praktische en juridische haken en ogen hebben. Drie specialisten op dit gebied hebben zich onlangs verenigd in het samenwerkingsverband ‘Asbest & Recht’. Roofs sprak met de betrokkenen over het waarom van deze samenwerking.

Jasper Kosters, mr.dr. Yvonne Waterman en mr.drs. Herbert Pasveer hebben hun krachten en kennis gebundeld. Zo heeft Kosters een gespecialiseerd adviesbureau op het gebied van asbestsanering (Admanstars). Waterman is ­gespecialiseerd in de civielrechtelijke aansprakelijkheden van asbest (Waterman Legal Consultancy) en Pasveer (Banning Advocaten) is de specialist op het gebied van bestuursrechtelijke asbestproblematiek. Met het samenwerkingsverband kunnen zij elkaars kennis en expertise aan­vullen: “Zo kunnen wij een dienstverlening verzorgen die verder gaat dan de som der delen.”

Samenwerking

Asbestsanering – ook van daken – kent veel praktische haken en ogen, veel ingewikkelde regelgeving en wordt door Inspectie SZW, de Omgevingsdiensten en de certificerende instellingen met argusogen bekeken. Neem als voorbeeld een vastgoedbeheerder die zijn panden wil ‘verduurzamen’. Met betrekking tot de regelgeving is er een aantal zaken waar deze vastgoedbeheerder rekening mee moet houden. Zo is hij bijvoorbeeld verplicht het asbest door een gecertificeerde saneerder te laten verwijderen. Een klein foutje kan heel kostbaar uitpakken. In dit geval begeleidt Kosters het feitelijke saneringsproces. Hij heeft uitgebreide kennis op dit gebied, brede en jarenlange ervaring en aanvullend een enorm landelijk netwerk, dat hij kan inzetten voor de meest uiteenlopende vraagstukken. “Hier geldt echt: voorkomen is beter dan genezen,” aldus Kosters.

Pasveer is specialist op het gebied van bestuursrecht, dat is het rechtsgebied waarbij overheidsorganen een rol spelen. Zeker bij asbest en andere milieukwesties komt men gauw in de clinch met de overheid. Dit kan Inspectie SZW zijn, die een zware boete heeft opgelegd, maar bijvoorbeeld ook de ­Omgevingsdienst die het werk heeft stilgelegd, een gemeente die zich met een (dak-)sanering bemoeit, een Certificerende Instelling (CI), etc. Hij weet al ruim 25 jaar de weg in het bestuurs- en milieurecht, ook in de rechtszaal.

Waterman houdt zich vooral bezig met de civiele aspecten van asbestrecht. Zij houdt zich met name bezig met aansprakelijkheidskwesties. Waterman: “Ik kijk preventief of de offerte van een aannemer goed in elkaar steekt, om te voorkomen dat hij zich een contractueel wespennest op de hals haalt. Maar ook de afhandeling van schadeclaims tussen gebouweigenaar en huurder, opdrachtgever en saneerder, werkgever en werknemer doe ik graag, evenals communicatie rondom asbestperikelen.” Ook zij heeft een breed landelijk en internationaal netwerk, dat in het samenwerkingsverband ondersteunend kan zijn.

Wat is de toegevoegde waarde van deze samenwerking? Waterman: “Toevallig werken we momenteel samen aan een zaak waarbij zowel het civielrecht als het bestuursrecht op het scherp van de snede speelt. Het is voor de opdrachtgever erop of eronder. Dan is het een groot voordeel dat we alle specialismen in huis hebben en daarmee een strategie kunnen plannen om onze cliënt veilig naar het beste ­resultaat te loodsen. In dit geval hebben wij letterlijk ‘at a moment’s notice’ een Engelse asbestexpert laten invliegen, die met een natuurkundige insteek ons een nieuw en doeltreffend argument in de zaak bood. Dàt had de tegenpartij niet verwacht, haha!”

Door hun krachten te bundelen, kunnen de drie specialisten fungeren als centraal portaal op het gebied van asbest. Daarnaast kan Asbest & Recht ook fungeren als gespecialiseerde vraagbaak voor de media en andere instanties.

Meer openheid

Het verspreiden van betrouwbare informatie over asbest is nodig, omdat asbest een gevoelig onderwerp is waar dikwijls emotioneel en irrationeel op wordt gereageerd. ­Begrijpelijk, vindt Kosters, maar door een gebrek aan kennis over het onderwerp wordt vaak overtrokken op de aanwezigheid van asbest gereageerd, met alle ­(financiële) gevolgen van dien. “Probleem daarbij is ook vaak dat men de problematiek uit imago-overwegingen onder de pet wil houden. Zo leert men niet van elkaars ­ervaringen en blijf je te maken hebben met angst – en als gevolg daarvan met verkrampte reacties: maatregelen die niet in verhouding staan tot het probleem. Asbest is alleen gevaarlijk bij inademing en langdurige blootstelling. Er zou al veel gewonnen zijn als de problematiek met meer openheid wordt benaderd en behandeld. Aan de andere kant wordt ook wel eens beweerd dat het gevaar van asbest verwaarloosbaar is, zoals in een recente open brief van woningcorporaties nog gebeurde. Dat is weer het ­andere uiterste.”

Waterman sluit zich hierbij aan, maar benadrukt dat ­vertrouwelijkheid een belangrijk onderdeel moet zijn van de dienstverlening die de samenwerkende partijen bieden. De eventuele aanwezigheid van asbest in het pand heeft ­immers gevolgen voor de waarde van het gebouw, de reputatie van de cliënt en de rust op de werkvloer: ­“Vanzelfsprekend is het belangrijk dat de vertrouwelijkheid wordt bewaard. Wij beginnen altijd met het vaststellen van de feiten, op basis daarvan kunnen wij een zaak ­begeleiden en de emoties van de partijen tot rust brengen.” Zij ziet graag meer maatschappelijke bewustwording van asbestrisico’s.

Pasveer geeft aan dat veel onduidelijkheid inzake de ­asbestsanering voortkomt uit de interpretatie van regelgeving. Hij constateert: “Bij bestuursrechtelijke asbestgeschillen zie je vaak een rigide opstelling van de bestuursorganen, waarbij aan de letterlijke wetstoepassing meer gewicht wordt gehecht dan aan de daadwerkelijke risico’s.” Ook signaleert hij dat de jurisprudentie zich nu uitkristalliseert en steeds duidelijker wordt. De sector en bestuurders hebben er alleen maar baat bij om van de inmiddels aanwezige kennis en ervaring gebruik te maken.

Kortom, het samenwerkingsverband kan een rol spelen in een verdere professionalisering van de markt en het voor­komen van (bestuurlijke) boetes en schadeclaims.

Is 2024 haalbaar?

Vóór 2024 zullen alle in Nederland aanwezige asbestdaken moeten zijn verwijderd. De saneringen komen echter maar traag op gang en 2024 komt snel dichterbij. Is de deadline haalbaar? De partners binnen Asbest & Recht hebben er een hard hoofd in. “Het zal wel moeten,” aldus Pasveer, “want de betreffende daken zijn in dat jaar aan het eind van hun levensduur. De kans dat asbestdeeltjes losraken en in de lucht terecht komen wordt alleen maar groter naarmate de daken ouder worden.”

Waterman vult aan: “Internationaal wordt Nederland in de gaten gehouden, maar je ziet ook dat op Europees niveau de nodige initiatieven worden genomen. Zo heeft Polen inmiddels ook een zwaar beleid op het gebied van asbestsanering – kort samengevat: alle asbest moet weg – en kunnen wij leren van de ervaringen daar.”

“Asbest is een vak,” besluit Kosters met nadruk. “Het onderwerp moet dan ook als zodanig benaderd worden: op een professionele manier en met inzet van de juiste specialisten.”

Labels