Roofs 2017-07-40 Collectieve beschermingsmiddelen dienen altijd de voorkeur te hebben!

Special veilig werken op hoogte

Bij het aanbrengen van veiligheidsvoorzieningen op het dak wordt te vaak al snel gedacht aan lijnsystemen en veiligheidsankers, terwijl dit volgens de Arbeidshygiënische strategie pas de allerlaatste optie is. Als er valgevaar is, moet in eerste instantie een collectieve beveiliging worden toegepast. Een uiteenzetting.

Als het om veilig werken op hoogte gaat, lopen verschillende sets regelgeving door elkaar. Bedacht moet worden voor wie de betreffende regels gelden en in welke situatie. Een gebouweigenaar is er mede verantwoordelijk voor dat werkzaamheden aan het gebouw veilig kunnen worden uitgevoerd. Tegelijkertijd is de werkgever verantwoordelijk voor een veilige werkplek voor zijn werknemers.

Sinds 1 juli 2012 bevat het Bouwbesluit 2012 voorschriften over het veilig kunnen verrichten van onderhoud aan nieuw te bouwen gebouwen. Nieuwe gebouwen dienen zodanig te worden ontworpen dat ze veilig kunnen worden onderhouden. De architect is verplicht om in het ontwerp rekening te houden met een veilig te onderhouden gebouw. Dit laatste betekent niet per definitie dat er al direct moet worden voorzien in een veilige werkplek of veiligheidsmaatregelen. Het betekent alleen dat er planmatig over het veilige onderhoud is nagedacht. Dit geldt zowel voor de werkzaamheden op het dakvlak als voor de daktoegang.

Arbeidshygiënische strategie

Voor alle partijen geldt de zogeheten Arbeidshygiënische strategie. Er is in dit vakblad veel over geschreven, ook weer in deze special ‘Veilig werken op hoogte’. Toch wordt in de praktijk in lang niet alle gevallen volgens deze verplichte volgorde gehandeld. Nog even een korte herhaling: de Arbeidshygiënische strategie houdt in dat in eerste instantie voorkomen moet worden dat het risico op vallen van hoogte ontstaat. Dit houdt dus bijvoorbeeld in dat voorkomen moet worden dat op hoogte moet worden gewerkt.

De Arbeidshygiënische strategie houdt in dat maatregelen van een zo hoog mogelijk niveau moeten worden genomen, naar de stand der techniek, tenzij het redelijkerwijs niet gevraagd kan worden van werkgevers en/of werknemers. De volgorde is daarbij:

  1. Bronaanpak;
  2. Collectieve bescherming;
  3. Individuele bescherming;
  4. Persoonlijke beschermingsmiddelen.

Let echter op: het zogeheten ‘redelijkerwijs principe’, waarin het onder voorwaarden is toegestaan het veiligheidsniveau te verlagen, is voor werken op hoogte niet van toepassing. Als de bron van het risico niet weg is te nemen, dient in eerste instantie gekeken te worden naar de mogelijkheid het dak collectief te beveiligen. Deze vorm van beveiliging is immers onafhankelijk van de persoon en voor iedereen gelijk. Deze beveiliging dient zodanig te worden ingericht dat gevaar voor de veiligheid (of gezondheid) wordt voorkomen.

Denk bij collectieve beveiligingen aan:

  • Borstwering (minimaal 1 meter hoog);
  • Permanent hekwerk c.q. leuningen (minimaal 1 meter hoog);
  • Semi-permanent hekwerk c.q. leuningen (1 meter hoog);
  • Tijdelijke hekwerken;
  • Steigers;
  • Markering fysiek / afbakening op maximaal 2 meter (1 meter hoog);
  • Markering visueel / afbakening op maximaal 4 meter;
  • Vangnetten (als tijdelijke beveiliging bij doorvalgevaar).

Pas in laatste instantie mag gemotiveerd worden gekozen voor de toepassing van een persoonlijk beschermingsmiddel (PBM). Op een plat dak mag enkel aangelijnd worden gewerkt met vaste, niet instelbare lijnen (gepositioneerd). Met ‘gemotiveerd’ wordt bedoeld, dat het argument dat betrekking heeft op de veiligheid leidend is. Er mag dus niet uit kostenoverwegingen, of om esthetische redenen, worden afgezien van een collectieve bescherming. Voorwaarde voor de keuze voor een PBM is tevens dat het beschermingsniveau op hetzelfde niveau blijft als wanneer er een collectieve beveiliging wordt toegepast. Zoals het woord al zegt, is een PBM (een tijdelijke) bescherming voor een individueel persoon in een individuele situatie. Dit gaat bijna per definitie ten koste van het beschermingsniveau. Wanneer, om wat voor reden dan ook, op een verkeerde manier gebruik wordt gemaakt van een PBM, ontstaat schijnveiligheid: de gebruiker denkt dat hij door gebruik van het beschermingsmiddel is beveiligd, maar in de praktijk is dit in onvoldoende mate het geval.

Wat betreft de daktoegang heeft het de voorkeur dat men van binnenuit de veilige zone van het dak kan betreden. In situaties waarin dat niet mogelijk is, en dat is na­tuurlijk veruit de meerderheid van de gevallen, dient eveneens de volgorde van de Arbeidshygiënische strategie te worden aangehouden.

Verantwoordelijkheid

In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, is er niet één partij verantwoordelijk voor de veilige inrichting van het dak: alle betrokkenen hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid. Dat klinkt mooi, maar in de praktijk zorgt het vaak voor verwarring: wie is wanneer het aanspreekpunt? Is dat de gebouweigenaar, omdat die de werkplek ter beschikking stelt? Is dat de werkgever, omdat die verantwoordelijk is voor de veiligheid en gezondheid van zijn personeel? Is dat de werknemer, omdat die verplicht is (op een juiste manier) gebruik te maken van de veiligheidsmiddelen die hem ter beschikking worden gesteld? Is dat de zzp’er, die verantwoordelijk is voor zijn eigen veiligheid? Het gegeven dat de verantwoordelijkheid via de contracten nogal eens wordt verlegd, maakt het er allemaal niet overzichtelijker op.

Uiteindelijk geldt voor de wet dat al deze verantwoordelijkheden tegelijkertijd gelden. In geval van de gebouweigenaar wordt vaak gesteld dat niet mag worden verwacht dat deze beschikt over de benodigde kennis. Je ziet dan ook vaak dat de praktische invulling van veilig werken op hoogte nogal eens wordt uitbesteed. Dit verklaart ook het grote aantal adviesbureaus dat juist op dit onderwerp actief is. Bedacht dient te worden, dat de meeste adviesbureaus geen aansprakelijkheid accepteren voor hun (veiligheids-)advies.

Voor aanvullende informatie over de toepassing van ­(collectieve en individuele) beschermingsmiddelen heeft de Stichting Bedrijfstakregelingen Dakbedekkingsbranche (SBD) op haar website diverse toolboxen beschikbaar. Ook zijn de arbovoorlichters van SBD bereikbaar voor het verstrekken van nadere informatie.

Labels