Roofs 2020-02-34 Elke dakbedekking zijn eigen toepassing

Special dakbedekkingen

Al sinds jaar en dag maakt de mens het dak waterdicht, met de meest uiteenlopende materialen en producten. Met het veranderend dakgebruik wordt ook de waterdichte laag steeds kritischer. Een overzicht van de ontwikkelingen en een beschouwing van de huidige situatie.

De platte daken, zoals we die vandaag kennen in het Nederlandse dakenlandschap, vinden hun oorsprong in de traditionele teermastiek daken. Hier zijn feitelijk de huidige, bitumi­neuze dakbedekkingen uit voortgekomen.

Van teermastiek naar bitumineuze dakrollen

Teermastiek en asfaltbitumen zijn verzamel­namen voor de meest uiteenlopende samenstellingen, allemaal op basis van aardolie. De oudere dakdekkers kennen nog de techniek van het smelten van bitumenblokken, een bewezen methode die tot op de dag van vandaag nog wel wordt toegepast. Als gevolg van de energiecrisis van 1973 werden daken echter steeds meer geïsoleerd en het werd duidelijk dat er nieuwe technieken nodig waren: het teermastiek kon door de isolatielaag de warmte niet meer kwijt, met smeerlekkages tot gevolg.

De bitumineuze dakrol deed zijn intrede, een techniek waar bitumen, gemodificeerd met APP of SBS, wordt aangebracht op een drager. In eerste instantie werden deze nieuwe producten uitsluitend gebrand aangebracht, maar onder invloed van de regelgeving omtrent brandveiligheid kwamen ook steeds meer mechanisch bevestigde, gekleefde en zelfklevende systemen op de markt. Andere materialen, zoals EPDM en kunststof dakbedekkingen zoals PVC, werden steeds meer ingezet. Aanvankelijk was brandveiligheid ook voor deze materialen het belangrijkste argument om het alternatief voor bitumen onder de aandacht te brengen, maar geleidelijk gingen ook andere argumenten een rol spelen: snelheid van werken, milieuvriendelijkheid en natuurlijk prijs. Tegenwoordig gaan ook zaken als recyclebaarheid en luchtzuivering een steeds zwaardere rol spelen.

Marktaandeel

Volgens de Dakenraad Dakmeter, een enquête waarmee jaarlijks de omvang en de verhoudingen van de dakenbranche in kaart werd gebracht, was de onderverdeling in 2018 grofweg 50/50: de helft van de dakenbranche is nog bitumineus, de andere helft wordt bedekt met andere materialen:

  • APP-dakbanen 51,0 % – 10,2 miljoen m²
  • SBS-dakbanen 4,5 % – 0,9 miljoen m²
  • POCB-/APAO-dakbanen 3,0 % – 0,6 miljoen m²
  • Bitumen latex 0,5 % – 0,1 miljoen m²
  • EPDM-dakbanen 20,5 % – 4,1 miljoen m²
  • PVC-dakbanen 11,0 % – 2,2 miljoen m²
  • TPO-dakbanen 4,5 % – 0,9 miljoen m²
  • Vloeibare kunststoffen 3,0 % – 0,6 miljoen m²
  • Overigen 2,0 % – 0,4 miljoen m²

Deze dakbedekkingssystemen worden voor:

  • 55% mechanisch bevestigd
  • 25% gekleefd (gedeeltelijk of volledig)
  • 20% losgelegd en geballast

Nederland is en blijft een bitumenland, maar de trend is al jaren dat het aandeel bitumen geleidelijk afneemt ten opzichte van de overige materialen. Die beweging gaat traag en lijkt iets af te zwakken, wellicht door de toename van het aantal gebruiksdaken: een tweelaags (bitumineus) systeem wordt van oudsher gezien als de meest zekere waterdichting van dit type daken. Andere materialen zijn in deze situatie echter ook toepasbaar. In 2018 was de stijging van PVC het grootst (een stijging van 1,0% t.o.v. 2016), met name door de bouw van onder meer distributiecentra, waarvan de realisatie in de crisisjaren nagenoeg stil lag. EPDM (0,8%) leverde in 2018 qua aandeel iets in, hoewel er in vierkante meters ook bij EPDM sprake was van een toename.

Labels