Roofs 2018-07-12 'Test alle woningen op luchtdichtheid!'

Aan tafel met… André Meester

In deze rubriek laat Roofs markante personen van binnen en buiten de dakenbranche aan het woord. De insteek is om de visie en de persoon achter die visie voor het voetlicht te brengen.

Als specialist op het gebied van ventilatie werd André Meester begin 2017 directeur van de NVPU, de Nederlandse Vereniging van Polyurethaan Hardschuim-fabrikanten en (namens de NVPU) bestuurslid van de NII (Nederlandse Isolatie Industrie). Hij combineert deze functies met het ambassadeurschap voor de VLA sector wonen (Vereniging Luchttechnische ­Apparaten). Een perfecte combinatie, vindt hij zelf. “Naarmate er beter wordt geïsoleerd, wordt de ventilatie steeds belangrijker,” zegt hij. “Mijn passie is een gezond binnenklimaat en daar heb je allebei bij nodig: ventilatie én isolatie. In mijn rol praat ik met alle betrokken partijen en organisaties en heb ik nauwe banden met de politiek. Het is mooi om op deze manier bewustzijn te creëren.”

Meester is zijn loopbaan begonnen als verkoopmedewerker bij ventilatiespecialist Alusta en zodoende raakte hij ook betrokken bij branchevereniging VLA .Hij was één van de ontwikkelaars van de gelijkwaardigheidsmethodiek van de VLA, een methodiek waarmee op uniforme wijze de energiebesparende prestaties van ventilatiesystemen wordt bepaald. Het was dus niet vreemd dat de VLA een beroep op hem deed -nadat hij zelfstandig was gaan werken- om als ambassadeur het belang van gezonde binnenlucht uit te dragen. Begin 2017 werd hem gevraagd om ook de directie van het NVPU te voeren.

100% meten

“Voor een goede werking van zowel isolatie als de lucht­installaties is een goede luchtdichtheid nodig. Men is zich nog te weinig bewust van het belang van een gezonde binnenlucht. De perceptie is doorgaans dat het thuis wel goed gaat met de binnenlucht. Maar wanneer dat niet in orde is, en in de meerderheid van de woningen is dat het geval, heeft men dat doorgaans niet in de gaten, omdat het voor de meeste mensen niet eenvoudig waarneembaar is. Bij een snelweg is men zich ervan bewust dat dit fijnstof oplevert, maar ook binnenshuis is er fijnstof, met name als gevolg van bakken en braden. Luchtlekken hebben in goed geïsoleerde gebouwen een grote impact. Er is uiteraard het energieverlies, en de gevolgen van condensatie en schimmelvorming ter plaatse van luchtlekken zijn groter. Wat veel mensen zich daarnaast niet realiseren, is dat de werking van ventilatiesystemen door luchtlekken ernstig wordt verstoord. Het is echt waar, een luchtdichte woning isoleert niet alleen beter, maar ventileert ook beter.”

“Momenteel wordt bij seriematige bouw dikwijls één woning gemeten met behulp van de blowerdoortest. Maar elke ­situatie en elke woning is anders. Daarom zou ik ervoor willen pleiten om bij nieuwbouwwoningen alle woningen te meten, in plaats van de steekproef die nu gebruikelijk is. Momenteel worden methodes ontwikkeld om luchtdichtheids­metingen op een zeer eenvoudige en kostenefficiënte manier uit te voeren met behulp van het ventilatiesysteem zelf.”

“Een gebrek in de luchtdichtheid van een gebouw kan ont­staan door een fout in het ontwerp, in de productie of in de uitvoering. Vaak is het een combinatie van factoren. Het is dan ook de verantwoordelijkheid van de hele keten om het probleem integraal aan te pakken en te zorgen dat gebouwen gezonder worden. Nu nog voldoet zo’n 90% van de gebouwen niet aan de minimale Bouwbesluiteisen. En bedenk daarbij dat het Bouwbesluit een ‘vangnet’ is, een minimum. De aanwezigheid van luchtlekken in een gebouw zou veel meer dan nu het geval is moeten worden erkend als een probleem: een financieel, maar ook een gezondheidsprobleem. De perceptie is nog steeds dat lucht­lekken frisse lucht binnenlaten en daardoor eigenlijk wel ­gezond zijn, maar dat is dus niet het geval. Als we willen komen tot veilige, gezonde en comfortabele woningen, dan zullen we de hele bouw­keten, maar ook de consument, bewust moeten maken van deze problematiek. De VLA werkt op dit gebied samen met o.a. het Longfonds en neemt initia­tieven als de Dag van de Binnenlucht. Ook vanuit de NVPU blijven we in gesprek met de politiek en andere stakeholders over dit onderwerp.”

Brandveiligheid

Enkele weken vóór het gesprek wijdde Zembla een program­ma aan de brandveiligheid van isolatiematerialen en het beeld dat daaruit ontstond was alarmerend. Aanleiding voor de uitzending was de brand in de Londense Grenfell Tower, waarbij het toegepaste kunststof isolatiemateriaal een belangrijke bijdrage zou hebben geleverd aan de snelle en dramatische ontwikkeling van de brand. In de uitzending werd geponeerd dat de brede toepassing van kunststof isolatiematerialen een serieus veiligheidsrisico vormt. Hoe heeft Meester deze uitzending beleefd en wat is zijn reactie?

“De discussie is niet nieuw en met enige regelmaat moeten wij ons standpunt herhalen. Het beperken van de discussie over brandveiligheid tot een discussie over welk isolatie­materiaal moet worden toegepast, doet geen recht aan de problematiek en aan de slachtoffers van de verschrikkelijke brand in Londen. Het onderwerp ligt genuanceerder, omdat op het gebied van brandveiligheid zeer veel factoren een rol spelen: denk bijvoorbeeld aan inventaris, comparti­mentering en vluchtroutes. Je kunt wel alle gebouwen uitvoeren met een isolatiemateriaal met Euroklasse A1, maar dat leidt tot schijnveiligheid.”

“De bijdrage die het isolatiemateriaal levert aan een brand is te verwaarlozen. Wil je deze bijdrage in kaart brengen, dan heeft het alleen zin om testen uit te voeren op realistisch constructieniveau, anders krijg je een vertekend beeld. Op basis van realistische testen naar aanleiding van de Grenfell-brand hebben, onafhankelijk van elkaar, BRE Global en Efectis Frankrijk geconcludeerd dat ook in deze brand het gebruikte isolatiemateriaal niet bepalend is geweest voor het verloop van de brand. Wat dan wél de oorzaak is geweest van de catastrofale brandontwikkeling, wordt nog onderzocht.”

“Dat is een lastige boodschap om voor het voetlicht te brengen, omdat het een genuanceerd verhaal is en de kunststof isolatiematerialen de schijn tegen hebben. Ik snap de perceptie dat deze materialen brandgevaarlijk zijn heus wel, maar de feiten zijn anders. In een land als Denemarken, waar overwegend minerale wol als isolatiemateriaal wordt toegepast, ligt het aantal brandslachtoffers beduidend hoger dan in Nederland. Anders dan de Zembla-uitzending doet vermoeden, doen we het in Nederland relatief gezien goed. Dat wil niet zeggen dat er geen verbetering mogelijk is, wij staan natuurlijk altijd open om constructief mee te denken over een brandveilige bouwpraktijk.”

Na het zomerreces zal in de Tweede Kamer een Ronde Tafelgesprek worden gevoerd over dit onderwerp. De NVPU is één van de partijen die door de Kamer zijn uitgenodigd om hun mening over dit onderwerp ten beste te geven. Wanneer daar aanleiding toe is, zal Roofs hierover nader berichten. Het novembernummer van Roofs zal een special ‘Brandveiligheid’ bevatten, waarbij het onderwerp op een zo transparant en compleet mogelijke manier zal worden besproken.

Labels