Roofs 2018-07-26 Veilig gebruik van rolsteigers en trappenhuizen

Special Valbeveiliging

Vanaf 1 januari 2018 moeten rolsteigers en trappentorens veiliger worden opgebouwd. Rolsteigers en trappentorens die niet goed zijn opgebouwd, zijn gevaarlijk en onnodig. Een veilige werkplek op hoogte en opgang naar het dak hoeft geen probleem te zijn want het nieuwe, veilige opbouwen is niet ingewikkeld. Bijkomend voordeel is dat het goed opbouwen in veel gevallen sneller gaat.

Adri Frijters, consultant arbeids­veiligheid bij A3-A en Coördinator bouwveiligheid bij DSyS/TU-Delft, safety & security institute.

Vallen loopt nooit goed af

Het vallen van hoogte is nog steeds het meest voorkomende ongeval. De wet stelt dat elke werkgever en ZZP’er verplicht is om in ieder geval het werk op hoogte op een zo veilig mogelijke manier uit te (laten) voeren. Dat betekent dat voor het werk aan bijvoorbeeld de gevel of het dak een zo veilig mogelijke werkplek moet worden gerealiseerd. Ook de toegang tot het dak of de werkplek op hoogte moet veilig zijn. Hiervoor moet gebruik gemaakt worden van de ‘stand der techniek’ en de beschikbare middelen. Voor valgevaar geldt dat het voorkomen van vallen niet ondergeschikt mag worden gemaakt aan economische motieven (zie de Europese Richtlijn 2001/45/EC).

Om het werken met rolsteigers of daarop gebaseerde constructies in trappenhuizen veiliger te maken, zijn de opbouwmethoden drastisch gewijzigd. Dit heeft ertoe geleid dat er bij sommige fabrikanten minder onderdelen zijn gekomen, dat er onderdelen zijn bijgekomen of veranderd. De Inspectie SZW (ISZW) en werkgevers en werknemers in de bouw zijn bij deze ontwikkelingen betrokken geweest.

Een rolsteiger en zijn onderdelen

Onder een rolsteiger wordt verstaan: een vrijstaande, een half vrijstaande of een tegen de gevel staande aluminium systeemsteiger. Ook trappentorens, opgebouwd uit dezelfde elementen, vallen onder dit regime. Rolsteigers zelf zijn vaak uitgerust met (zwenk)wielen en samengesteld uit geprefabriceerde onderdelen. Zij bevatten tussenvloeren en één of meerdere werkvloeren voor het uitvoeren van werkzaamheden op hoogte. Om de rolsteiger/trappentoren te kunnen opbouwen, kunnen trainingen worden gevolgd. In de praktijk wordt meestal volstaan met een instructie, een toolbox of het lezen en volgen van de handleidingen van de leverancier. Stalen trappentorens, bestaand uit steiger­materiaal vallen onder het regime van de Richtlijn Steigers.

Het is niet toegestaan onderdelen van verschillende merken of systemen in één configuratie te gebruiken, tenzij de fabrikanten akkoord zijn. Ook is het niet toegestaan om hulpconstructies zoals takels en lieren aan een rolsteiger/trappenhuis te koppelen.

Soms is het lastig of onmogelijk om een (rol)steiger op te bouwen volgens de handleiding of is het niet mogelijk met de standaardconfiguratie het werk veilig uit te voeren.

In alle gevallen waarin afgeweken moet worden van de handleiding moet contact opgenomen worden met de fabrikant of leverancier. Hij maakt dan aanvullende tekeningen en berekeningen en levert op die wijze een specifieke oplossing.

Het werken vanaf of het bereiken van een veilige, stabiele werkplek is veiliger met een goed opgebouwd systeem dan met een ladder of een systeem dat met spanbanden aan een hemelwaterafvoer is vastgemaakt.

Altijd beveiligd

Het uitgangspunt bij de nieuwe opbouwmethode is ­relatief simpel: bij de montage en de demontage moet de werk­nemer altijd op heuphoogte rondom beschermd zijn, ­alvorens hij het platform betreedt. De voorgeschreven op­bouwmethode is systeemspecifiek en moet per 1 januari 2018 stipt gevolgd worden. Alle fabrikanten hebben dus een eigen handleiding en voorschriften die nauwgezet moeten worden gevolgd. De VSB, waarin onder meer de fabrikanten van rolsteigers zijn vertegenwoordigd, heeft een informatieblad samengesteld waarin de verschillende opbouwmethoden per fabrikant helder op rij zijn gezet. Deze informatie kan, samen met de handzame brochure Veilig werken met de rolsteiger, bij de VSB worden opgevraagd of van de VSB-website worden gedownload (www.vsbnetwerk.nl).

Tijdens het gebruik moeten alle werkvloeren rondom zijn beschermd met dubbele leuningen en kantplanken. Alleen indien de afstand tot een gevel kleiner is dan 15 cm, mag de leuning aan die zijde vervallen. Ook trappen moeten voorzien zijn van leuningen. Alleen indien de werkvloer lager is dan 1,5 meter is het acceptabel om aan één lange zijde de knieleuning en kantplank weg te laten. Het beklimmen van een rolsteiger gebeurt met trappen of via het frame aan de binnenzijde, door gebruik te maken van de klimluiken. Vaak worden diagonalen verwijderd of aan één zijde geplaatst. Ondanks dat dit het werken makkelijker maakt, is dit een verzwakking die niet is toegestaan.

Andere, veel geziene, gevaarlijke zaken zijn het niet geremd staan van rolsteigers, het verplaatsen van rolsteigers terwijl men er op staat, het buitenom beklimmen van een ­rolsteiger en tot slot het verplaatsen, waarbij de stabilisatoren een grote vrije ruimte hebben tot de straat. Staat een rolsteiger op de openbare weg, dan moet aandacht geschonken worden aan de afzetting en het onmogelijk maken van het inklimmen buiten werktijd. Dit kan door de rolsteiger binnen gaashekken te plaatsen. Er zijn ook speciale voorzieningen beschikbaar voor dit doel. Aanvullend, niet bedoeld voor ­veiligheid maar toch relevant, is diefstal. Door de delen van een rolsteiger te laten merken en een eigen identiteit te ­geven, wordt invulling gegeven aan de professionele uit­straling en wordt diefstal ontmoedigd. Uiteraard is het ook mogelijk de losse delen aan elkaar te koppelen met ­kettingen en sloten. ■

De Inspectie SZW stelt:

Uitgangspunt is dat de randbeveiliging van een platform, bestaande uit minimaal een heupleuning, altijd is aan­gebracht voordat het platform wordt betreden. ­Vanzelfsprekend moeten werkvloeren altijd van een ­boven- en tussenleuning en een kantplank zijn voorzien.
Inspectie SZW wijst er op dat “bij constatering van ­valgevaar geen concessies worden gedaan en in voorkomende ­gevallen zal worden overgegaan tot stillegging van de werkzaamheden en het opleggen van een boete.”

Labels