Roofs 2018-07-34 Kies niet te snel voor PBM's!

Special valbeveiliging

Vlindar organiseerde medio juni samen met Aecom een webinar over Veilig werk op hoogte. Beide partijen zien namelijk dezelfde dingen misgaan.

Te weinig wordt stilgestaan bij een veilige werkpraktijk op hoogte, waardoor dit doorgaans onvoldoende is geregeld. Veelal wordt te snel gebruik gemaakt van Persoonlijke Beschermingsmiddelen, terwijl er collectieve maatregelen mogelijk zijn. Vaak wordt er dus veel geld uitgegeven aan de verkeerde veiligheidsmaatregelen, achteraf bijsturen is lastig. Daarnaast signaleert men dat bij werken op hoogte vaak niet of onvoldoende wordt nagedacht over de invulling van de bedrijfshulpverlening, dus: wat moeten we doen als iemand toch is gevallen en in zijn harnas is blijven hangen?

Tijdens een goedbezocht webinar behandelde men achter­eenvolgens de wetgeving en de invulling daarvan in de praktijk. Dat het geen overbodige luxe is om hier opnieuw aandacht voor te vragen, bewijzen de statistieken. Volgens cijfermateriaal van de Gezondheidsraad uit 2013 werken er jaarlijks 2,1 miljoen mensen professioneel op hoogte. Er gebeuren per jaar zo’n 12.000 valongevallen, waarbij gemiddeld 18 doden per jaar te betreuren zijn. Voor 1230 personen heeft het ongeval geleid tot ziekenhuisopname. Sindsdien is het aantal ongevallen toegenomen (het aantal dodelijke ongevallen in 2016 zelfs met 56%, in vergelijking met 2015).

Een schrikbarend hoog aantal, concludeerde men, deels te wijten aan onwetendheid. Wanneer men zich niet verantwoordelijk voelt, zal men ook niet de verantwoordelijkheid nemen. De onwetendheid is deels te wijten aan de onduidelijkheid die in de markt heerst: wanneer is welke wetgeving van toepassing? Er is zeer veel (nationale en Europese) regelgeving van toepassing op het onderwerp veilig werken op hoogte en dat is precies de reden van de verwarring.

Tijdens het webinar werden de verschillende sets ­regelgeving onderverdeeld in regelgeving ‘vooraf’ en ‘achteraf’. Vooraf is vastgelegd wie wanneer waarvoor moet zorgen (o.a. de Arbeidsomstandighedenwet). Achteraf is vastgelegd wie aansprakelijk is in het geval van een ongeval (o.a. de werk­geversaanprakelijkheid). Geconcludeerd kan worden dat de hele keten (opdrachtgever-eigenaar-beheerder-werkgeverwerknemer) een eigen verantwoordelijkheid draagt. In de praktijk leidt dat te vaak tot het ‘afschuiven’ van de verant­woordelijkheden, waar het juist zo moet zijn dat ieder onder­deel van de keten zich op ieder moment in het proces ­verantwoordelijk voelt voor de veiligheid op de werkplek.

De verantwoordelijkheid van de werkgever ten opzichte van zijn werknemer mag duidelijk zijn. In een Kamerbrief van minister Koolmees (SZW) van 15 december 2017 wordt aangegeven dat uit artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek voortvloeit dat de opdrachtgever jegens zijn opdrachtnemer dezelfde verantwoordelijkheid heeft als de werkgever ten opzichte van zijn werknemer. De opdrachtgever dient dus alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs mogelijk zijn om te voorkomen dat de opdrachtnemer schade lijdt: “Dit vergt een alerte, actieve opstelling van de opdrachtgever.” Ook de gebouweigenaar heeft een verplichting om te zorgen dat veilig gebruik kan worden gemaakt van het gebouw en ook dat bijvoorbeeld onderhoudswerkzaamheden op een veilige manier kunnen plaatsvinden. Veiligheidsvoorzieningen ­dienen doelmatig te zijn en te blijven.

Om op een juiste manier te kunnen voldoen aan de verplichtingen, presenteerde men tijdens het webinar een eenvoudige checklist:

  • Heb ik de risico’s in beeld?
  • Zijn de juiste maatregelen getroffen?
  • Welke eisen stellen wij aan veiligheidsvoorzieningen?
  • Worden de voorzieningen gekeurd en onderhouden? En door wie laat ik dat doen?
  • Wie houdt toezicht?
  • Hebben mijn mensen de juiste kennis?
  • Zijn de PBM’s ‘fit-for-purpose’?

Praktijk

Vervolgens werd ingegaan op de invulling van deze regelgeving in de praktijk. Zo werd uitgebreid ingegaan op de Arbeidshygiënische strategie, waarbij wordt uitgegaan van het voorkomen dat het risico ontstaat. Dit houdt dus in dat, als het risico niet kan worden voorkomen, in eerste gekozen dient te worden voor collectieve voorzieningen. De keuze voor PBM’s mag alleen als er technisch gezien geen andere mogelijkheid is, en als het PBM hetzelfde beschermingsniveau biedt als een collectieve voorziening.

Na de behandeling van enige aansprekende praktijkvoorbeelden (waarbij de veiligheidssituatie duidelijk niet goed geregeld was) werd ook besproken hoe de rechter hier in de praktijk mee omgaat. Daar hoeft geen misverstand over te bestaan: de rechter houdt de werkgever, maar ook de opdrachtgever en/of gebouweigenaar aan haar zorgplicht, voor zover daar redelijkerwijs invulling aan kon worden gegeven. Het komt zelden voor dat de werknemer (het slachtoffer) zelf verantwoordelijk wordt gehouden voor het ongeval.

Aan de keuze voor een PBM dient altijd een risico-inventari­satie en -evaluatie vooraf gegaan te zijn, waaruit blijkt dat het risico niet met andere middelen voorkomen had kunnen worden. Bij de inrichting van de werkplaats dient altijd in eerste instantie gekozen te worden voor collectieve voorzieningen. De praktijk wijst uit dat de rechter zelden gevoelig
is voor het argument dat het aanbrengen van deze voor­ziening zelf ook risico’s oplevert.

Als dan toch wordt gekozen voor het gebruik van een PBM, moet goed gecontroleerd worden of de voorziening voldoet. Is het voor de betreffende toepassing getest en goedgekeurd, hoe breng je het op een veilige manier aan en hoe gebruik je het veilig? Let bij een lijnsysteem bijvoorbeeld op de valhoogte. Is er geen balkon of iets dergelijks onder de dakrand, waar men op kan vallen? Voldoet de bevestiging aan de ondergrond? Elko Petten van Vlindar ging in dit verband in op de EN 795, die CE-markering oor PBM’s mogelijk maakt. Met een handige formule (Kan ik het meenemen en is het voor één persoon -> dan is het een PBM -> Als het een PBM is, dan is het CE gemarkeerd) legde hij de toch wat ingewikkelde materie inzichtelijk uit.

Het is bijzonder moeilijk om een persoon die aan een leeflijn hangt in veiligheid te brengen en het is van levensbelang dat hij of zij bijzonder snel van de lijn wordt afgehaald. Vooraf moet worden nagedacht over hoe dit kan worden ­gedaan. Simpelweg 112 bellen kost te veel tijd. Met het ­webinar hopen de organisatoren te hebben bijgedragen aan een verbetering van de veiigheidssituatie op het dak en hopelijk een daling van het aantal slachtoffers in de (nabije) toekomst.

Labels