Roofs 2018-09-54 Voorkom luchtlekken!

Special luchtdicht bouwen

Met de toegenomen isolatie-eisen wordt de binnenruimte feitelijk bijna een geconditioneerde ruimte. Bijna, omdat gebreken aan de schil daarmee steeds zwaarder gaan wegen. Benedikt van Roosmalen van Recticel Insulation vestigt, naast optimale isolatie, de aandacht op het belang van een goede luchtdichtheid van de constructie en, daarmee samenhangend, een goede ventilatie.

Benedikt van Roosmalen,commercieel manager Recticel Insulation

Een luchtlek, bij bijvoorbeeld een dakraam of een dakdoorvoer, kan de isolatie van een constructie grotendeels teniet doen en heeft bovendien grote gevolgen voor de binnenruimte. Uit onderzoek blijkt dat de mate van energieverlies door een luchtlek zelfs groter kan zijn dan de energie die verloren gaat als men een raam openzet. Bij een nagenoeg luchtdicht, goed geïsoleerde gebouwschil trekt alle lucht ­immers naar het luchtlek, met alle gevolgen van dien.

Waarom is luchtdichtheid zo belangrijk?

Wanneer de ruimte niet volledig luchtdicht is, is geen sprake van geconditioneerde omstandigheden (fundamenteel is voor een comfortabele en gezonde binnenruimte). Voorkomen moet worden dat er als het ware dubbel energie­verlies optreedt: opgewarmde binnenlucht kan immers ­ongecontroleerd naar buiten stromen. Evenzo kan koude lucht naar binnen, die opgewarmd moet worden.

Een goed luchtdicht uitgevoerd gebouw heeft een betere energieperformance en een lagere energierekening. Daar komt bij dat het binnenklimaat aanzienlijk beter is. Er is geen tocht, wat een verbeterde comfort in de binnenruimte oplevert. Het is ook gezonder: bij een juist ontwerp en uitvoering is er immers geen vochtschade, eveneens betekent het dat er geen schimmels in de binnenruimte kunnen ontstaan. Geen luchtlek betekent tevens ook geen geluidslek.

Energieverlies

Om de mate van luchtdichtheid van de gebouwschil ­inzichtelijk te maken, wordt veelal een blowerdoortest ­uitgevoerd. Simpel gezegd wordt zo een gebouw onder druk gebracht om te zien hoe snel deze druk terugloopt. Afhankelijk van de resultaten is een gebouw in te delen in luchtdichtheidsklasse. Soms is het resultaat van een blowerdoortest huiveringwekkend: nieuw gebouwde woningen lijken wel een gatenkaas. Feitelijk is het dan haast onmogelijk om goed gestuurd te ventileren en te verwarmen. Het maakt dan nogal wat uit of het stormt of windstil is. Dit is een onvoldoende onderkend fenomeen.

De aandacht tijdens de uitvoering moet gaan naar alle ‘knooppunten’, de overgang van het ene materiaal naar het andere: denk aan muur-kozijn of dak-dakraam. Luchtlekken en koudebruggen zijn te voorkomen door het luchtdicht in te werken en thermisch te onderbreken. Wat betreft dit laatste: de blowerdoortest in combinatie met thermografische beelden, met een warmtebeeldcamera, geeft aanvullend inzicht in de mate van isolatie of mogelijk zwakke plekken.

Om een idee te geven van de benodigde energie: als je bijvoorbeeld een gebouwvolume van 500 m³ in een uur voor de helft wil verversen, is bij een temperatuurverschil van 15°C (binnen-buiten) 1275 Watt nodig (zie tabel). Als daarnaast een ongecontroleerde stroom door de luchtlekken ‘zijn gang kan gaan’, heb je simpelweg het energiegebruik niet in de hand, of anders gezegd: het comfort laat te wensen over.

Hoe doe je het goed?

Het begint bij het ontwerp. Luchtdichtheid realiseer je met een enkele laag rondom het verwarmde bouwvolume. Een potlood moet op de tekening als het ware ononder­broken de contouren van het gebouw kunnen volgen. De toepassing van een normale aftimmerlat is daarbij niet afdoende. De ‘knooppunten’, of zo u wilt, aansluitingen en doorvoeren altijd aftapen, kitten, smeren of anderszins luchtdicht inwerken (met specifieke hulpstukken en materialen die de respectievelijke fabrikanten ter beschikking stellen). Een grappige tip daarbij: stuc de muur achter het hangtoilet! Dit is bij uitstek een zwakke plek bij een blowerdoortest, altijd lastig achteraf te herstellen!

Ventilatie

Een verhoogde isolatiewaarde en een verbeterde lucht­dichtheid hebben gunstige gevolgen. Denk daarbij aan het principe van de koudeval. Dit is het gemakkelijkst voor te stellen bij een luchtstroom van buiten, die via een rooster boven het raam naar binnen komt. De koude lucht stroomt naar beneden. Een neerwaartse luchtstroom, de zogenaamde koudeval, treedt op indien het temperatuur­verschil groter is dan 3°C tussen het oppervlakte (de muur en of het raam) en de temperatuur van de ruimte. Als je koudeval voorkomt (door zeer goede isolatie en triple glas), kun je, in combinatie met goede luchtdichting, op een andere manier verwarmen, wat tot wel 80% goed­koper kan zijn!

Bij luchtdicht bouwen is goede ventilatie essentieel, maar dat gaat niet meer via een rooster boven het raam: waarom bouw je anders immers luchtdicht? De vier te onderscheiden ventilatiesystemen zijn:

  • Systeem A: Natuurlijke toe- en afvoer (natuurlijke ventilatie) ;
  • Systeem B: Mechanische toevoer natuurlijke afvoer (overdruk ventilatie);
  • Systeem C: Natuurlijke toevoer, mechanische afvoer (mechanische afzuiging);
  • Systeem D: Mechanische toe- en afvoer (gebalanceerde ventilatie).
    Systeem D moet toegepast worden met luchtdicht bouwen, of anders gezegd: het is onzinnig systeem C toe te passen en luchtdicht te bouwen.

Vroeger deed je in de auto het raam open als je frisse lucht wilde, tegenwoordig kun je het raam beter dichtlaten om de airco zijn werk te laten doen. Met een gebouw is het ­simplistisch gezegd hetzelfde. Bij luchtdicht bouwen kan de ventilatie uitgekiend gedimensioneerd en uitgevoerd ­worden. Die presteert dan ook naar behoren, gezien de geconditioneerde omstandigheden. Natuurlijk kun je nog steeds het raam of terrasdeur open zetten, waarbij je alleen maar hoeft te bedenken: ‘Het raam gaat open: waarom laat ik de airco draaien?’

Kortom: luchtdicht bouwen gaat hand in hand met goed isoleren en ventileren. Grafiek 1 is in dat opzicht verhelderend. Een gelijk energiegebruik voor de warmtevraag is te realiseren met een hoge mate van isolatie en ‘mindere luchtdichtheid’ of andersom. Het optimum is natuurlijk ‘goede isolatie in combinatie met goede luchtdichtheid’: daar waar de lijn in de diagram afvlakt. Afhankelijk van de ervaring van de bouwer die luchtdichtheid hoog in het vaandel heeft, of het juist beter werkbaar vindt nóg net even meer te isoleren. Het is maar net wat hij goed in de vingers heeft. Het is immers niet één weg die naar Rome leidt, maar een samenhang van factoren. Maar een vergaande versimpeling, wat in het verleden vaak aan de orde was - die route moeten we ­verlaten. Bouwfysica, in dit artikel zo simpel mogelijk weergegeven, werkt anno 2018 écht niet anders dan 10 jaar geleden of in de toekomst!

Het afsluitend advies, bij (nieuw)bouw of grootscheepse renovatie van het dak, is dan ook: geef extra aandacht aan de luchtdichtheidsdetails. Je kunt er op dát moment goed bij, pak ze aan. Men zal er veel baat bij hebben, zeker als (op termijn) de overige bouwdelen ook luchtdicht worden gerenoveerd. Dan zijn ook de condities geschapen voor lagere temperatuurverwarming (warmtepomp en bij een goede TCO (total cost of ownership) berekening is ­iedereen winnaar.

Labels