Roofs 2018-11-24 Stedelijk tuinieren

Dagboek van een ‘dakboswachter’

Renée Rooijmans is stadsantropoloog bij STIPO en woont van juni tot en met december van dit jaar in een bouwkeet op het dak van de Hofbogen in ­Rotterdam. Zie ook het artikel ‘Met de seizoenen mee’ in Roofs augustus 2018. Zij houdt voor Roofs een dagboek bij over hoe het is om op het dak te wonen.

Het is oktober. Ondanks de droge zomer groeit er eigenlijk voortdurend heel veel eetbaars op het dak waar ik woon. Ik eet al weken achtereen bijna dagelijks courgette, kan dak-appels met dak-peren vergelijken en er is volop bladgroen, zoals palmkool en spinazie aanwezig, om maar een greep uit het aanbod te noemen. Het is een enorme rijkdom om in een stedelijke omgeving voedsel te kunnen zien groeien en te kunnen oogsten. Die planten zijn daar niet zomaar vanzelf terecht gekomen natuurlijk.

Ik heb het nu specifiek over het deel van het dak waar Binder Groenprojecten een ware groene oase heeft aangelegd: het staat er vol met planten en bomen die ons van een groene omgeving, maar ook van voedsel voorzien. Onder de projectnaam ‘Natuur- en Fruitboomgaard Hofbogen Rotterdam’ won deze tuin in 2016 zelfs de Landelijke Heem-Natuurprijs. Inmiddels voert Stichting GroenGoed met een team van vrijwilligers uit de buurt het tuinbeheer uit en naast de fruitbomen zijn er ook een hele hoop andere eetbare planten te vinden. De mensen die meewerken aan het onderhoud van de tuin delen in principe de oogst. Ik zie ook wel dat andere mensen soms specifiek langskomen om te zien of er al iets klaar voor is voor oogst. Zo is ook de enige, vrij flinke pompoen zomaar op een dag verdwenen. Op zich ook wel een heel leuk idee dat iemand na een parkbezoek met een pompoen naar huis kon wandelen, dat past wel in mijn ideaalbeeld van de stad.

Het grootste deel van de bezoekers van het dak maakt in gesprekken vaak opmerkingen over de beplanting. De manier van tuinieren oogt op het eerste gezicht misschien wat wild en mensen merken wel vaker op dat er vooral onkruid lijkt te groeien. Ik besef dan dat het niet vanzelfsprekend is dat een doorsnee stadsbewoner planten herkent, ook omdat ik dit zelf pas sinds een aantal jaar echt in de vingers begin te krijgen. Mijn moeder leerde me al van kinds af aan een hoop basiskennis over de natuur en de afgelopen jaren werkte ik in Canada op de urban farm City Farmer, waardoor ik een hoop bij kon leren in de praktijk.

Om zelf actief die kennis toe te passen en meer te leren over de samenstelling van de heemtuin op het dak, heb ik in de afgelopen maanden verschillende planten die ik herkende geoogst. In bosjes hingen de verschillende plantensoorten te drogen in m’n huisje en op een middag in oktober ben ik aan de slag gegaan om ze te verwerken tot een heem-thee.

Het woord ‘heem’ is in deze context voor mij ook nog eens extra toepasselijk. Het woorddeel ‘heem’ stamt van het Germaanse ‘heima’, ofwel thuis. We zien het in onze taal vooral terug in samengestelde woorden, zoals in ontheemd of inheems. In een heemtuin streeft men er in principe naar om te werken met inheemse planten; dat zijn dan soorten die oorspronkelijk in die omgeving groeiden. Dat is uiteraard een veel complexer verhaal dan zo op het eerste gezicht lijkt, want elke tijdsperiode heeft zo haar eigen inheemse samenstelling van planten, zoals in de Flora van Nederland geschreven staat. Mensen hebben een invloedrijke rol gehad als het aankomt op de verspreiding van plantensoorten.

Eén van de planten die op het dak groeit en ook in mijn thee zit, is nota bene in het schoeisel van de Romeinen hierheen vervoerd. Niet geheel per ongeluk, want de plant, bijvoet genaamd, staat bekend om haar bijzondere werking om vermoeide voeten tegen te gaan. Dat is wat mij betreft een fantastisch voorbeeld van de relatie tussen mensen en de natuur. Onder de planten in mijn heem-thee bevindt zich ook de plant die ik als eerste echt in alle stadia (van kiem tot uitgebloeid) leerde herkennen: duizendblad. Daarnaast zit er ook late guldenroede in mijn mix, zowel de prachtige gele bloemen als de bladeren. Ik leerde ook nog een nieuwe plant kennen, namelijk kaasjeskruid. De prachtige roze bloemen leken me een leuke toevoeging en die bleken ook een mooie geneeskrachtige werking te hebben.

Ik weet inmiddels dat met het leren herkennen van planten je ook een volledig ander perspectief krijgt op het groen in de stad. Als je over die kennis niet beschikt, dan zien alle planten er al snel hetzelfde uit. Maar zodra je wat vaker ­stilstaat om wat langer naar dat groen te kijken, zul je zien dat je verschillen gaat herkennen.

Renée Rooijmans

Labels