Roofs 2018-11-27 Bitumenrecycling (3)

Column Dakenman van het Jaar 2017

Het klinkt misschien raar, maar bitumenrecycling begint op de ontwerptafel! Immers: in de sloop-/ontmantelfase zullen materialen gemakkelijk gescheiden moeten kunnen worden. De beste oplossing is dat dit al op het dak kan gebeuren: aan de voet van het gebouw meerdere vuilcontainers neerzetten en dan bitumineuze dakbedekking, isolatiemateriaal en restafval al scheiden en in de juiste container deponeren.

Bij een losliggende dakbedekkingsconstructie is dit scheiden eenvoudig. Grind kan worden afgezogen, de dakbedekking in stukken gezaagd, vervolgens oppakken en in de des­betreffende container storten. Ook de isolatieplaten kunnen eenvoudig worden verwijderd en gestort in de container. ­Hetzelfde geldt voor de eventueel toegepaste damp­remmende laag. Vanuit het oogpunt van recycling is dit nog steeds een goede oplossing (naast de andere voordelen van de dakbedekkingsconstructie).

Het wordt anders wanneer men te maken krijgt met mechanisch bevestigde dakbedekkingssystemen. Na de stormen van begin jaren ’90 zijn we massaal overgestapt van gekleefde systemen naar mechanisch bevestigde systemen. Veel gekleefde systemen bestonden tot die tijd uit een eerste laag van geperforeerd glasvlies, met daarop een toplaag gebrand of gekleefd met bitumen. Door de partiële hechting van het dakbedekkingssysteem (15-30%) aan de bitumineuze cacheerlaag van de (veelal) PUR isolatie, werd voorkomen dat blaasvorming ontstond, maar dit gaf onvoldoende zekerheid op een stormvast systeem. Mechanisch bevestigde dakbedekkingsconstructies waren, in combinatie met een staaldak ondergrond, dé oplossing om stormvaste systemen te realiseren. Men kan berekenen hoeveel bevestigers er nodig zijn voor een stormvast systeem. De bevestigers bestaan uit een schroef en metaalplaatje (diameter 70mm). In de ontmantelfase is een dergelijke dakbedekkingsconstructie echter moeilijk te slopen. De bevestigers moeten uit het staaldak verwijderd worden, iets wat moeizaam gaat. Daarnaast zijn niet alle recycle-installaties geschikt om bitumineus dakafval te recyclen met verontreiniging van deze metalen bevestigers.

Gelukkig is men al een groot aantal jaren gewend om kunststof bevestigers met tule toe te passen. Belangrijkste reden is om zodoende het koudebrug-effect van de bevestigers te minimaliseren. Voor bitumenrecycling is dit een welkome ontwikkeling. In de sloopfase kan nu de kunststof tule van de bevestiger worden doorgehakt, wat de snelheid van slopen ten goede komt. De resterende schotel, die achterblijft in het dakbedekkingssysteem (veelal polyamide), kan eenvoudig mee gerecycled worden met de bitumineuze dakbedekking.

Toch worden er nog steeds volledig gekleefde warmdakcon­structies aangebracht, om uiteenlopende redenen. Ook hier kunnen in de sloopfase op het dak veelal de materialen gescheiden worden. Het pellen van het dakbedekkings­systeem van de isolatie dient zorgvuldig te gebeuren, zodat een minimum aan isolatieresten achter blijft aan de bitumineuze dakbedekking. Helaas is in de ontwerpfase niet helemaal te voorkomen dat materialen op elkaar gekleefd worden, die in de sloopfase niet meer gescheiden kunnen worden. Vanzelfsprekend dient dit tot een minimum beperkt te blijven. Deze zogenaamde composieten, zoals bijvoorbeeld het volledig winddicht hechten van de opstandstroken tegen opstanden, dienen apart te worden gehouden!

Een bijzondere situatie is het zogenaamde ‘omkeerdak’ of ‘omgekeerd dak’. Bij deze dakbedekkingsconstructie wordt geadviseerd het dakbedekkingssysteem volledig te kleven op de monoliet gestorte betonnen ondergrond met afschot. Dit wordt gedaan om te voorkomen dat er bij eventuele lekkage geen water kan gaan lopen tussen bedekking en betonnen ondergrond, de zogenaamde ‘onderloopsheid’ van water.

De hechting moet optimaal zijn om deze onderloopsheid te voorkomen. Om dit te bereiken, wordt de vlakke betonnen ondergrond het liefst eerst gestraald, waarna deze geprimerd wordt met een bitumen primer, waarna een eerste laag volledig gekleefd wordt. Vervolgens wordt de toplaag hierop aangebracht, daarna de XPS isolatie en de ballastlaag. Dit soort constructies hebben een zeer lange levensduur, het risico op lekkages is nihil en ze zijn bouwfysisch optimaal. Echter, in de sloopfase mag het duidelijk zijn dat hier de ­ dakbedekking (met de huidige technieken) niet te scheiden is van de ondergrond. Toch is vanuit milieu-overwegingen deze constructievorm te adviseren, vanwege zijn zeer
lange levensduur!

Bram Kranenburg

Labels