Roofs 2019-01-32 Soms is een ladder een oplossing

Veilig werken

Een dak opgaan of herstellen zonder gebruik te maken van ladders lijkt een droom. Ladders zijn te mak­kelijk en te flexibel in gebruik. Het gebruik van ladders is een ­oorzaak van veel ongevallen. De EG-richtlijn 2001/45, die het veilig werken op hoogte beoogt te bevorderen, is bedoeld om het aantal valongevallen terug te dringen. Daarnaast hebben we in Nederland het Besluit Draagbaar Klimmaterieel. In dit artikel een opfrissing van deze voorschriften en aandacht voor aandachtspunten en hulpmiddelen die het werken op hoogte met een ladder veiliger maken.

Adri Frijters, consultant arbeidsveiligheid bij A3-A

Uit een analyse van StoryBuilder blijkt dat een val van een ladder of trapje behoort tot de top 3 van typen ernstige ­arbeidsongevallen (zie www.rivm.nl). Deze analyse laat verder zien dat het verkeerd opstellen van de ladder of trap oorzaak is bij 43% van de ongevallen met ladders of trapjes. Het uit balans raken van het lichaam door het (verkeerd) gebruik - bijvoorbeeld door te ver reiken - is in 32% van de gevallen de oorzaak van het vallen. De conditie van het arbeidsmiddel wordt in 24% van de ongevallen als oorzaak aangemerkt. Veel van deze ongevallen kunnen voorkomen worden door de juiste maatregelen te nemen.

De voorschriften

Het grote aantal ongevallen met ladders en trappen is ook in Europa niet onopgemerkt gebleven. Dit heeft in 2001 geleid tot de EG-richtlijn 2001/45. Deze is bedoeld om het veilig werken op hoogte te bevorderen en beperkt zich niet tot ladders en trappen. Ook het werken met lijnen komt aan de orde. In dit artikel beperken we ons tot de ladder. De belangrijkste delen van de richtlijn zijn opgenomen in artikel 7.23 van het Arbobesluit.

Gebaseerd op de richtlijn, zijn werkgevers en werknemers in 2002 met elkaar overeengekomen dat een ladder alleen ingezet mag worden om 1) naar een ander niveau te gaan en 2) in uitzonderingsituaties als werkplek: indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan (zie Schema 1 en 2). De uitzonderingssituatie betreft kortdurende lichte werkzaamheden die op wisselende locaties worden uitgevoerd.

Onder kortdurende wordt verstaan: 4 uur op een ladder en 6 uur op een trap. Overigens is er bij het gebruik van een ladder voor het overbruggen van een hoogteverschil wel een beperking: deze afstand mag niet meer zijn dan 10 meter. Dus een dak dat op een grotere hoogte dan 10 meter ligt, is met een ladder niet bereikbaar. Als werkplek mag een ladder nooit worden gebruikt, tenzij aantoonbaar is dat een ander, veiliger hulpmiddel niet mogelijk is. De richtlijn geeft aan dat economische argumenten geen rol mogen spelen bij het beperken van het valgevaar (punt 3 in de overwegingen van de richtlijn).

Binnen de bouwsector is er een A-Blad gemaakt over het ­gebruik van ladders en trappen. Met het volgen van dit ­A-Blad voldoet men aan de richtlijn, het Warenwetbesluit en de Arbowetgeving. Het A-Blad, dat ook buiten de bouw goed te gebruiken is, is downloadbaar vanaf de website van Volandis (www.volandis.nl).

Soorten ladders

Er zijn vele soorten ladders en trappen. Deze verschillende soorten zijn ontstaan, omdat er ook verschillende vormen in gebruik zijn. In de bouw worden vaak houten bouwladders gebruikt. Die staan vaak vast opgesteld. Ondanks dat het schroeven in ladders niet is toegestaan, kunnen deze ladders wel heel effectief worden vastgeschroefd zodat het omvallen of verschuiven, maar ook het verplaatsen effectief wordt voorkomen.

Naast houten ladders zijn er kunststof ladders (isolerend), aluminium (licht) en stalen ladders. Er zijn tweedelige ladders en driedelige ladders, ladders met en zonder klapgrendels, met en zonder uitrektouw. Een bijzondere ladder is een reform­­ladder, deze kan in een ‘A’ worden geplaatst. Verder zijn er nog uitvouwbare ladders en uitschuifbare ladders die gemakkelijk in een auto kunnen worden meegenomen. Van belang is dat bij het gebruik de juiste ladder wordt gekozen.

Als er onverhoopt geen bruikbare ladder kan worden ­gevonden, dan loont het de moeite om met een fabrikant te bellen en te informeren naar een passende oplossing. De gegevens van de fabrikanten zijn te vinden op de VSB site (www.vsbnetwerk.nl)

Veilig opstellen van ladders

Alvorens de ladder te kunnen opstellen, moet deze op de werklocatie komen. Geregeld zie je een ladder op een auto vastgesjord met touw of bandjes. Onduidelijk is of de ladder ook bij een noodstop blijft zitten. Beter is het om daarvoor ontwikkelde hulpmiddelen te gebruiken zoals een ‘Safe Clamp’ of imperiaalhaak.

Bij het opstellen van ladders kunnen zich problemen voordoen. De bomen van de ladder mogen niet kunnen wegzakken in de ondergrond of kunnen wegglijden. Ook is het met het oog op de zijdelingse stabiliteit van belang dat de ladder aan de basis breder is. In Nederland is dat al jaren een eis vanuit het ‘Warenwetbesluit Draagbaar Klimmateriaal’. Deze bestaat naast de NEN 131. Sinds januari wordt die verbrede basis geëist in de NEN 131. Voor Nederland heeft dit nauwelijks consequenties. Meer hierover staat in de flyer die op de VSB site is te vinden.

De verbrede basis kan gerealiseerd worden met een horizontale ‘balk’ onder de bomen of, zoals in Nederland gebruikelijk, door de bomen aan de onderzijde uit elkaar te laten lopen. Is er nog onzekerheid over de zijdelingse stabiliteit, dan kunnen er basisverbreders worden aangebracht.

Het wegzakken en wegglijden kan vaak voorkomen worden door het toepassen van een laddermat die bij diverse leveranciers van ladders te koop is. Een laddermat mag eigenlijk in geen enkele bus met een ladder ontbreken. De ladder moet worden opgesteld onder een juiste hoek van 75°. Dit is te checken door met de tenen tussen de bomen te gaan staan. Met gestrekte armen moet je dan de bomen kunnen vastgrijpen.

Het opstellen op een ongelijke ondergrond komt de veiligheid niet ten goede en moet voorkomen worden. Als het echter niet anders kan, dan zijn er bij de ladder passende verlengstukken te koop. Let op: een ladder mag nimmer op een hellende ondergrond worden geplaatst.

Bij het gebruik van een ladder dient ook aan de bovenzijde te worden gezorgd voor voldoende steun, zodat de ladder niet wegglijdt. Om de ladder aan de bovenzijde te verankeren en om wegglijden tegen te gaan, zijn er vele soorten ankers en klemmen ontwikkeld. Deze zijn, mits gekocht bij de leverancier van de ladder, afgestemd op de afmeting van de bomen van de ladder. Speciaal voor de dakenbranche zijn er hulpstukken om de ladder aan de goot vast te maken, zodat wegglijden aan de bovenzijde wordt voorkomen.

Een specifiek gebruik van een ladder is het gebruik op ­hellende daken. Gebruik dan een nokhaak om de ­ladder over de nok te hangen. Let hierbij op: de ladder en de ­nokhaak mogen alleen gebruikt worden om over te lopen en niet als ankerpunt voor een gordel. Er zijn speciale nokhaken die wel als ankerpunt kunnen worden gebruikt, maar deze worden op bestelling geleverd.

Bij het opstellen van een ladder of trap op de openbare weg moet natuurlijk gezorgd worden dat de ladder of trap niet gemakkelijk omver gereden kan worden. Het nemen van verkeersmaatregelen, bijvoorbeeld het plaatsen van hekken, zal hiervoor vaak nodig zijn. Afzetlint wordt niet geadviseerd, omdat dit in de praktijk van vandaag snel genegeerd wordt.

Het gebruik van de ladder

Ladders en trappen zijn zoals gezegd normaal gesproken niet bedoeld als werkplek, maar om je naar een ander niveau te verplaatsen. Als toch op de ladder gewerkt moet worden, en/of als er spullen moeten worden meegenomen, dient men ervoor te zorgen dat deze niet kunnen vallen. Dit kan door het gereedschap met bandjes vast te maken aan de pols of de kleding. Er zijn heel handige broeken met opbergvakken, ook zijn er ‘toolvesten’ te koop, waarmee de handen vrij blijven bij het klimmen en het gereedschap veilig mee kan. Er zijn zelfs rugtassen te koop, speciaal ontwikkeld voor het meenemen van spullen op een ladder.

Overigens mag nimmer meer dan 10 kg worden meege­nomen op een ladder. Sta nooit hoger dan de vierde sport van boven als je werkt. Sommige ladderfabrikanten hebben deze sport gemarkeerd. Wordt de ladder gebruikt waarvoor hij is bedoeld, om naar een ander niveau te komen, dan moeten de bomen 1 meter boven het te betreden ­oppervlak uitkomen. Om dit te realiseren, is er de ladderuitstap ontworpen. Zeker voor het veilig kunnen betreden van daken is dit hulpmiddel onmisbaar.

Let er bij het gebruik altijd op dat je tijdens het klimmen en dalen altijd drie contactpunten met de ladder hebt (twee handen aan de bomen, één voet verplaatsen; twee voeten op de sporten, één hand verplaatsen). Ander aandachtspunt is dat de gebruiker met zijn navel tussen de bomen van de ladder blijft.

Aandachtspunten ladder

Hieronder alle aandachtspunten nog even op een rijtje.

Omgevingsfactoren

  • Is de ondergrond voldoende draagkrachtig, vlak en niet glad?
  • Is de opstelplaats voldoende veilig (geen aanrijgevaar, automatisch in beweging tredende zonneschermen, deuren, etc.)?
  • Is de te beklimmen hoogte niet hoger dan 10 m?
  • Geen werkzaamheden op klimmaterieel bij meer dan windkracht 6!
  • Zijn ongeïsoleerde elektrische leidingen minimaal 2,5 m verwijderd van opstelplaats?
  • Wordt klimmaterieel niet onbeheerd achtergelaten, wordt na werktijd de ladder verwijderd?

Opstelling Ladder

  • Is de kadder stabiel opgesteld en geborgd tegen onderuit- en zijdelings wegglijden?
  • Plaatsing onder juiste ­hellingshoek (65° tot 75°).
  • Steekt de ladder 1 m boven afstapplaats?
  • Is er bij opsteekladders minimaal 3 sporten overlap?
  • Is achter de ladder is minimaal 200 mm vrije voetruimte?
  • Is de ladder geschikt voor uit te voeren werkzaam­heden, voldoende ladders aanwezig?
  • Wordt de ladder door maximaal 1 persoon tegelijk gebruikt?
  • Vertoont de ladder geen zichtbare gebreken?

In het Handboek Arbeidsmiddelen (website Volandis) is een controlelijst voor ladders opgenomen. Ook op de VSB-site staat informatie om ladders te controleren.

Labels