Roofs 2019-01-82 Binnen en buiten

Dagboek van een ‘dakboswachter’

Renée Rooijmans is stadsantropoloog bij STIPO en woont van juni tot en met februari in een bouwkeet op het dak van de Hofbogen in Rotterdam. Zie ook het artikel ‘Met de seizoenen mee’ in Roofs augustus 2018. Zij houdt voor Roofs een dagboek bij over hoe het is om op het dak te wonen. Dit is het vierde deel.

Renée Rooijmans

Met het naderen van de winter is de balans tussen de tijd die ik binnen en buiten ben aan het verschuiven. Waar ik de afgelopen seizoenen vooral tijd buiten doorbracht en de deur altijd open had, glip ik nu vaak snel naar binnen om de verwarming aan te zetten. Het is donker als ik het dak ­verlaat in de ochtend en zelfs als ik terugkom in de late namiddag. Echt donker is het trouwens niet op het dak: de stad om me heen geeft genoeg licht. Ik kan prima water halen op het perron in de avond zonder een zaklamp. En als de maan vol is en de nacht is helder, dan voelt het soms een beetje alsof de maan speciaal voor mij schijnt. Dan sta ik nog wel eens even buiten te kijken en voel ik me op een fijne manier klein op het dak, waar de stad Rotterdam letterlijk om me heen de hoogte in torent.

Als ik om me heen kijk op het dak in het donker, zowel van buiten als van binnen in mijn huisje, dan kan ik momenteel veel gemakkelijker bij anderen naar binnen kijken. In de zomer kwam dat nauwelijks voor, omdat het dan langer licht is. Ik was vaak pas later thuis of bleef buiten en was dan ­afgeleid door alles dichtbij me, zoals de planten of mensen die nog op het dak verbleven. Nu kom ik na werk naar huis en vertellen alle lichtjes om het dak waar mensen thuis zijn; het dak zelf is donker en leeg, op mijn eigen lichtjes na. Ik doe net als mijn vele buren ook de kerstlampjes aan en zet wat thee op. Ik vraag me natuurlijk al vanaf het begin van mijn verblijf hier af hoeveel deze buren van mij en mijn huisje kunnen zien. Nu het langer donker is, zijn er vaker momenten dat ik me daar bewust van ben en dan ben ik benieuwd wat men zoal denkt over mijn verblijf hier. Of ze het begrijpen.

Doordat mijn huisje zo pontificaal in de bijzondere omgeving van het dak staat, met name nu het heem haar jaarlijkse knipbeurt heeft gekregen, heb ik het idee dat bezoekers en ook zeker de buren waarschijnlijk wel iets van mijn aanwe­zigheid vinden. Ik denk momenteel na over manieren om met deze buren in contact te komen, omdat ik best graag op mijn beurt wil begrijpen hoe zij letterlijk neerkijken op mijn levenswijze. Zoals ik kan zien dat één van mijn buren de balkondeur elke ochtend op een kiertje zet, zo kunnen mijn buren mij zien op het dak. Ik loop naar de hekken om ze te openen, ik maak mijn dagelijkse wandelingen naar de buitenkraan, ik sta wel eens mijn tanden te poetsen in de buitenlucht met volle maan. Mijn leven op het dak ziet er vanuit de verte waarschijnlijk uit als een soort campingbestaan. Ik ben nieuwsgierig naar de invloed van dat uitzicht op de manier waarop mijn buren de stad zien.

Zowaar heb ik laatst mijn woonervaring kunnen delen met een goede vriendin uit Canada die op bezoek kwam. Ik was best wel benieuwd hoe ze het zou vinden. Ik kon me voorstellen dat ik door haar ook weer met nieuwe ogen naar mijn situatie zou kunnen kijken. De overgang van seizoenen maakt het uiteraard uitdagender, maar de bouwkeet heeft gelijk ook meer weg van een rustieke cabin in the woods. Als je tenminste de grote gebouwen om het dak even aanziet voor honderd jaar oude sparren. Wakker worden van vogels die met hun poten op het dak krassen, of de regen die met vlagen tegen mijn huis slaat, tegen alle kanten behalve de onderkant.

De vriendin die bij me op bezoek was, vond het ronduit fantastisch. Met vrienden op bezoek doe ik altijd iets meer mijn best, ook voor de normale dage­lijkse dingen, en zodoende stonden we ­meerdere malen in het donker palmkool en prei te oogsten, om vervolgens daarmee uitgebreid te koken. Dan volgde dineren bij kaarslicht, met uitzicht op de grote stad met al haar lichtjes. Na het eten een korte avondwandeling om nog wat verse salie voor een kopje thee te plukken voor het slapen gaan, één van mijn nieuwe rituelen sinds ik op het dak woon. Het delen van de ervaring zit hem juist in die dagelijkse dingen, die het zo ontzettend uniek maken. Wie heeft er nog meer geen stromend water in zijn of haar huis in de stad? Het feit dat mijn ­vriendin me erop wees dat het bijzonder was dat ik het water uit mijn kruik de volgende dag gebruikte voor mijn afwas, door het nogmaals op te warmen, liet me zien hoe normaal het al is voor mij om zo om te gaan met het water dat ik in drie flessen ga halen.

En daarmee realiseerde ik mij ook het volgende: buiten (en van buiten) zien mensen dat ook niet. Binnen in mijn huis beginnen de rituelen en handelingen die ik dagelijks uitvoer om hier comfortabel te kunnen wonen steeds beter zichtbaar te worden. In de winterse rustperiode ga ik ook eens nadenken over hoe mijn dakhut er aan de buitenkant nog meer uit kan zien als een woning. En ik zal in het nieuwe jaar wat meer aandacht besteden aan wat ik zoal nodig heb om het ook in de winter nog goed vol te houden, iets wat iedereen me blijft vragen. Fijne start van de winter!

Labels