Roofs 2019-01-90 Firestone al ruim 20 jaar partner van De Meeuw

Duurzaamheid

Fabrikant van modulaire woningen De Meeuw uit Goirle heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Voor de dakconstructies betekent dat een keuze voor Firestone EPDM.

Gunther Guinée

Velen kennen De Meeuw van de bekende bouwketen, maar deze onderneming is veel meer dan dat. De firma uit Oirschot biedt tijdelijke oplossingen voor de meest uiteenlopende huisvestingsvraagstukken, of het nu gaat over huisvesting voor een paar weken of voor onbepaalde tijd. Het bedrijf draagt ook ­recycling hoog in het vaandel en haar modulaire bouwmethode vormt het funda­ment onder circulair en flexibel bouwen. Bij hergebruik op een andere locatie worden alleen die onderdelen vervangen die daar aan toe zijn, zodat de restwaarde zoveel mogelijk behouden blijft en het object betaalbaar. De Firestone EPDM-dakbedekking hoeft vrijwel nooit gerepareerd of vervangen worden en resulteerde intussen in een niet samenwerking van al meer dan 20 jaar.

Voor de entree van het hoofdkantoor aan de Industrieweg in Oirschot staat een picknicktafel van gerecycled kunststof, gemaakt van de werkkleding van het personeel. Deze tafel is een leuke blikvanger, die meteen ook symbool staat voor de inzet voor het milieu en recycling. In amper enkele jaren bracht het bedrijf de hoeveelheid restafval terug met 75 procent, de CO2-uitstoot met 30 procent en per gebouwde unit worden steeds minder nieuwe grondstoffen gebruikt.

De Meeuw telt intussen meer dan 400 medewerkers, zes vesti-gingen, 150 miljoen omzet in 2017, maar is ooit bescheiden begonnen. De organisatie is na ca. 90 jaar uitgegroeid tot een veel breder draagvlak met het accent op de zogenaamde semipermanente huisvesting voor bedrijven, kantoren, scholen, ziekenhuizen, etc. Allemaal modu­lair gebouwd met vaste afmetingen en dus gemakkelijk te combineren. Ook het eigen bedrijfsgebouw is op die manier opgetrokken, al zou je dat bij de eerste aanblik nooit zeggen.

Flexibel bouwen

“We hebben in Nederland te kampen met een serieus woningtekort,” vertelt Paul Megens. “Er liggen kansen als het gaat over tijdelijke huisvesting. Politici en gemeenteraadsleden trekken aan de alarmbel en willen op braakliggende terreinen tijdelijke woonunits neerzetten. Wij leveren intussen onder het woonlabel Nezzt van dit soort tijdelijke en modulaire woningen voor studenten en statushouders in Amsterdam en tonen daarmee aan dat flexibele woningbouw een goede oplossing is voor de woonuitda­gingen van deze tijd.”

Basiselement van de gebouwen zijn standaard ‘frames’ van 6 x 3 x 3 m, opgebouwd uit een betonnen vloer, metalen stijlen, wanden en een dak. Het bedrijf maakt zoveel mogelijk gebruik van dit soort geprefabriceerde en industrieel vervaardigde bouwelementen. Dat betekent namelijk bouwen in ideale omstandigheden en compleet weersonafhankelijk. Onder flexibel bouwen verstaat men dus dat de bouwdelen van het gebouw vooraf volledig prefab worden vervaardigd in de fabriek om daarna op de bouwplaats te worden geplaatst en afgewerkt. Deze bouwmethode zorgt niet alleen voor een verkorte bouwtijd en een kortere aanwezigheid op de bouwplaats, maar tegelijkertijd kunnen er ook complete bouwmodules zoveel mogelijk integraal worden geproduceerd en samengesteld, inclusief technische installaties en alle nutsvoorzieningen.

Duurzaamheid

Dat duurzaamheid belangrijk is voor dit bedrijf, toont Megens tijdens een rondleiding in de fabriek. “Alle nieuwe modules waarmee de gebouwen worden gevormd zijn klimaatvriendelijker, voldoen aan alle isolatie-eisen en zijn waar mogelijk circulair. Maar er komen ook heel wat modules na gebruik weer binnen. Onlangs hebben we nog een volledig gebouw - dat eerder dienst deed als zorginstelling in Eindhoven - ­volledig gedemonteerd, gerenoveerd en verplaatst naar ­Amsterdam. Maar de teruggekomen modules worden natuurlijk eerst gecontroleerd op functionaliteit en kwaliteit en - waar nodig - gestript. Alles wat we kunnen ­hergebruiken, gáán we ook hergebruiken. En voor de producten of mate­rialen waar dat niet mogelijk is, vragen we de desbetreffende fabrikant of leverancier om hun verantwoordelijkheid te nemen en daar zelf voor te zorgen. Dan denken we aan losse onderdelen, zoals kozijnen, plafondpanelen of isolatiemateriaal. En tot op heden gebeurt dat meestal ook en zijn de reacties erg enthousiast.”

De Meeuw heeft een speciale ‘striplijn’, een grote hal waar de frames worden ontdaan van buiten- en ­binnenwanden, deuren, regenpijpen, kozijnen, installaties, verlichting, vloer­bedekking en ga zo maar door. De kleine container met restafval blijft tamelijk leeg, want niets gaat weg. Wat men niet zelf gebruikt, gaat in de verkoop.

Opmerkelijk in dit verhaal is dat de Firestone EPDM dakbedekking van de units zo goed als nooit vervangen, laat staan gerepareerd moet worden. Sinds de plaatsing van het eerste EPDM-dak in 1980, heeft de fabrikant wereldwijd al ruim 1.500.000.000 m² RubberGard EPDM geproduceerd en geplaatst. Dankzij hun samenstelling hebben deze membranen een goede weerstand tegen ozon, UV-straling en extreme temperaturen. Het membraan bevat geen weekmakers of vuurvertragers en de eigenschappen blijven hierdoor stabiel en onaangetast. Onderzoek heeft een gemiddelde levensverwachting van meer dan 50 jaar aangetoond.

Het is bovendien een inert materiaal met weinig milieu-impact. Het membraan scheidt tijdens en na de plaatsing geen giftige stoffen af, waardoor het afgevoerde regenwater kan worden gebruikt voor huishoudelijke doeleinden. Het kan ook worden gerecycled en hergebruikt, maar bij de Meeuw is dat voorlopig dus amper of nooit aan de orde.

Nog een stap verder

Toch is het hergebruik van materialen voor het bedrijf nog maar de helft van het verhaal. Volgens Paul Megens wil de onderneming nog een serieuze stap verder gaan. Om te beginnen wil men de nieuwe units zo ontwerpen dat alles uit elkaar gehaald kan worden voor hergebruik. Dus geen lijm gebruiken of schieten, wat makkelijker is, maar alles schroeven. Verder wil men vooral materiaal inkopen dat zelf al hergebruikt is, zoals betonnen grondplaten die gemaakt zijn van betongranulaat uit gesloopte panden. Bovendien worden alle leveranciers aangesproken om materiaal te leveren dat opnieuw te gebruiken is. Zo gaan bijvoorbeeld resten van steenwol die niet direct terug te plaatsen zijn in de nieuwe eenheden, terug naar de leverancier, die er op zijn beurt weer nieuwe isolatieplaten van maakt.

Maar voor een aantal elementen werd nog geen oplossing ­gevonden, zoals houten deuren en spaanplaat of linoleum op de vloeren. Maar de overtuiging is er. En om ook de eigen ­medewerkers te laten zien dat het menens is, werkt De Meeuw zelfs aan hergebruik van de bedrijfskleding, waarvan het ­picknickbankje voor het hoofdkantoor het resultaat is. De ambitie is om van oude werkkleding weer nieuwe werkkleding te maken en dat gaat vanaf 2019 gebeuren. Dan is er niet langer sprake van ‘downcyclen’ maar van ‘upcyclen’.

Labels