Roofs 2019-02-30 Naar een 'vegetarische' bouwpraktijk

Aan tafel met… Ronald Rovers

In deze rubriek laat Roofs markante personen van binnen en buiten de dakenbranche aan het woord. De insteek is om de visie en de persoon achter die visie voor het voetlicht te brengen.

Deze foto, onderdeel van de studie '0-impact wijk', laat het toekomstige straatbeeld zien: gerenoveerde woningen met kassen en PV op de daken. De grond wordt benut voor waterzuivering of groei van isolatiemateriaal (vlas, hennep, etc.).

Ronald Rovers is momenteel zelfstandig onderzoeker, spreker en opiniemaker, en Fellow Professor aan de faculteit Bouwkunde van de TU Eindhoven. Tot voor kort was hij als lector verbonden aan de Hogeschool Zuyd en daarmee één van de drijvende krachten achter het ambitieuze project De Wijk van Morgen. De wijk, die is ingericht als campus van de hogeschool, bestaat uit verschillende ‘slimme’ gebouwen, gerealiseerd uit vooral ‘hernieuwbare’ materialen. Recent besloot Rovers zich als zelfstandige met deze materie bezig te houden en sindsdien ontplooit hij diverse initiatieven om te komen tot een bouwpraktijk, waarbij op een verant­woorde manier wordt omgegaan met de beschikbare grond­stoffen. Onlangs verscheen bij Uitgeverij Eburon zijn boek Gebroken kringlopen. Naar een volhoudbaar gebruik van bronnen. Daarin beargumenteert hij dat we onze koers radicaal moeten veranderen.

Overexploitatie

“De focus ligt momenteel op de gevolgen van de klimaat­verandering, maar de klimaatverandering is op zichzelf een gevolg van ons overmatig materiaal- en energie-gebruik,” aldus Rovers. “Het is natuurlijk goed dat er een Klimaatakkoord is, maar daarmee pakken we alleen de gevolgen van het probleem aan en niet de oorzaak. Het centrale probleem is dat wij mensen, als enige organisme op de wereld, de fysische cyclus van het leven op aarde niet gesloten houden: we plegen roofbouw op de aarde. We leven op een aarde met eindige grondstoffen en kunnen er niet af, we moeten het doen met de materialen die we hebben. De meeste soorten op aarde dragen op één of andere manier bij aan de habitat waarin ze leven: wie zijn eigen habitat niet onderhoudt, is ten dode opgeschreven. We putten de aarde uit. Landbouw zonder kunstmest is in Nederland bijvoorbeeld al niet meer mogelijk, de grond is helemaal uitgemergeld .”

“De mens vertrouwt op een imaginair begrip, namelijk: geld. We bouwen nu enorme bouwwerken die in het geheel niet in overeenstemming zijn met de omgeving. Dat gaat een tijdlang goed, maar het is een doodlopende weg. Het gegeven dat er momenteel bij lange na geen capaciteit is om het aantal benodigde woningen te bouwen, is een duidelijk signaal dat we iets willen dat niet kan. Maar er zijn nog veel meer signalen die aangeven dat we ons middenin een proces van grote veranderingen bevinden en dat we gedwongen zullen worden om onszelf en onze wereld drastisch te reorganiseren. Denk bijvoorbeeld aan de toename van het aantal ‘klimaatrampen’ (overstromingen, bosbranden), maar ook de migrantenstromen die een gevolg zijn van de ongelijkheid van de verdeling van de rijkdom (en grondstoffen). We hadden in 2008 een gouden kans om een nieuw systeem op poten te zetten, maar in plaats daarvan is er helaas voor gekozen het oude systeem overeind te houden.”

People Planet Practice

“Traditioneel bestaan de drie P’s uit People Planet en Profit. In mijn boek heb ik die laatste vervangen door ‘Practice’. De ‘Profit’ hoort er helemaal niet bij: het economisch systeem, dat draait om het maken van winst, is onderdeel van het probleem. De hoeveelheid voedsel en materialen op aarde is gemaximeerd. Als we met meer personen op dezelfde aarde wonen, is er voor iedereen minder: zo eenvoudig is het. De geïndustrialiseerde landen verbruiken met ongeveer een derde van de wereldbevolking zo’n 80% van de beschikbare bronnen. Dat kan niet goed blijven gaan en we weten eigenlijk al decennialang dat het ook inderdaad de ver­keerde kant opgaat. Er worden wel maatregelen genomen, maar het gaat eenvoudigweg te traag. Er zullen drastischer maatregelen genomen moeten worden. We zullen in het Westen bijvoorbeeld kleiner moeten gaan wonen.”

“We zullen bovendien toe moeten naar een ‘vegetarische’ bouwpraktijk. Daarmee bedoel ik dat de bouw geen ­belasting meer mag vormen op ons ecosysteem. Recycling en ‘duurzame’ energie zetten in dit opzicht te weinig zoden aan de dijk. Er moet drastisch worden gesnoeid in het gebruik van energie en materialen, en worden om­geschakeld naar het gebruik van hernieuwbare materialen. Het hele woningontwerp moet als het ware opnieuw worden uitgevonden, inclusief geïntegreerde installaties. Zelfs bij zonnepanelen en windmolens moeten we naar een hernieuwbare productie toe, want in de aantallen zijn ze enorm belastend. Er wordt momenteel bij o.a. Solliance gewerkt aan bijvoorbeeld organische zonnepanelen en in Duitsland bouwt men al houten windturbines.”

BENG 4

“De projecten waar ik momenteel aan werk, zijn gebouwen en wijken, waarin is voorzien in velden waarop enerzijds het voedsel voor de bewoners groeit en anderzijds de materialen die in het gebouw zijn toegepast opnieuw worden geteeld. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel tijd en ruimte ermee is gemoeid als we werkelijk een gesloten circuit willen realiseren.”

“Daarom stel ik in plaats van de EPC een EEPC voor: een ‘Embodied’ Energieprestatiecoëfficient, de totale energie die in de productieketen is gaan zitten. In de nieuwe regelgeving zou dat dan ‘BENG 4’ moeten worden. Hierin wordt bepaald dat alle toegepaste materialen binnen vijf jaar moeten worden terugverdiend. Die termijn is natuurlijk bewust scherp gesteld: men moet zich ervan bewust worden dat er snel drastische maatregelen nodig zijn. Al vrees ik ook dat de wal het schip zal moeten keren: doorgaans komen de echte ontwikkelingen pas op gang als er een dramatische gebeurtenis plaatsvindt, die de urgentie van de maatregelen duidelijk maakt.”

In Gebroken kringlopen schetst Rovers het probleem van ons gebruik van bronnen uitgebreider en beschrijft hij de richting waar de oplossing moet worden gezocht. In een volgend boek zal dit verder worden uitgewerkt in de beschrijving van praktische maatregelen. Gebroken kringlopen is via de ­gebruikelijke kanalen te bestellen (ISBN 978-94-6301-203-4).

Labels