Roofs 2019-02-84 Daken als de vuurtorens van de stad

Dagboek van een boswachter

Renée Rooijmans is stadsantropoloog bij STIPO en woont van juni tot en met februari in een bouwkeet op het dak van de Hofbogen in Rotterdam. Zie ook het artikel ‘Met de seizoenen mee’ in Roofs augustus 2018. Zij houdt voor Roofs een dagboek bij over hoe het is om op het dak te wonen. Dit is het vijfde deel.

Renée Rooijmans

Leven met de seizoenen heeft als effect dat ik me ­bewuster word van de ritmes van de stad, als onderdeel van de ritmes van de natuur. In de warmere jaargetijden is er volop programma in parken, op pleinen en in straten: van buurt­barbecues tot concerten in de openlucht. Tijdens de winter zien we de activiteiten die mensen samenbrengen zich vaak naar binnen verplaatsen. En dat terwijl het ook in de winter erg fijn is om tijd buiten door te brengen. Er zijn genoeg ­manieren om ervoor te zorgen dat dat aangenaam is. Onder andere met een ontwerpoplossing, zoals een overkapping als hier op het dak, waar het perron de enige plek is waar mensen verblijven. Daarnaast kan ook een simpele toevoeging als een kampvuur het verschil maken.

De sterke karakteristieken van het dak op de Hofbogen als festivalterrein, met haar rauwe randjes en unieke ligging in de stad, worden al langer ingezet om allerlei evenementen een bijzondere locatie te geven. Sinds 2007, toen Motel Mozaïque als pionier het voormalige Station Hofplein voor het eerst omtoverde tot festivallocatie, heeft een reeks aan activiteiten bijzondere herinneringen gemaakt op dit dak. Maar nog niet eerder in de winter. Het idee om mensen ook in de winter in de buitenruimte bij elkaar te brengen en de kracht van vuur vormden de basisingrediënten voor het Vuur en Vlam-festival, dat ik als dakbewoonster van heel dichtbij mocht meemaken.

Een heel weekend lang woonde ik dan ook op een festivalterrein. Ik leverde misschien nog wat meer privacy in, maar ik kreeg er net als alle bezoekers en de mensen van de organisatie een unieke ervaring voor terug. Tijdens tevens het koudste weekend van januari liet een variëteit aan vuren het dak van een andere kant zien. Er waren kampvuren waar mensen brood en marshmallows op roosterden, waar vreemden met elkaar in gesprek raakten.

Kinderen konden leren hoe je een goed vuurtje maakt en er werd getekend met vuur. De theatervoorstelling van Karavana betoverde mensen, doordat ze dansend met vuur over het dak bewogen. De openingsact van Symphony of Fire op vrijdag was een heel bijzonder concert, waarbij de muziek gemaakt werd met niet alleen vuur, maar ook met bliksem en explosies.

Het feit dat dit alles plaatsvond op een dak werd door één act echt goed benut, en het effect van hun show was dan ook tot ver van het dak te ervaren. De toepasselijke ­klap op de vuurpijl van de voorstelling van de 2 miljoen Volt man - een man en een Teslatransformator - was een dertig meter hoge steekvlam. Mensen die enkele blokken verderop ­woonden, kwamen zelfs naar het dak om te kijken wat hun hele huis had gevuld met licht.

Vuur geeft niet alleen warmte af, het is in mijn ogen ook de mooiste vorm van verlichting en heeft een sterk aantrekken­de kracht. Het zette me aan het denken over het gebruik van daken in de stad. Ik stelde me voor hoe het zou zijn als elke wijk of buurt een soort vuurtoren zou hebben. Een klein huisje, kamer of torentje op een dak met een vuur dat mensen welkom heet, zoals de vuurtorens langs de kust. Als baken van het thuisgevoel, een warm welkom in de maanden dat de dagen kort zijn. Het zouden tevens plekken kunnen zijn waar bewoners van die buurt samenkomen, voor het vertellen van verhalen bij het vuur. Ondanks de kou, zorgden het vuur en de vlammen tijdens het festival ervoor dat mensen urenlang buiten samen waren. Ik kijk uit naar mijn volgende.

Labels