Roofs 2019-03-03 Zijn daken en gevels vergelijkbare producten?

column

Het dak wordt dikwijls de vijfde gevel genoemd. Veel dakbedekkingsbedrijven wagen zich vroeg of laat op het gevelvlak en gevelbouwers doen vroeg of laat het omgekeerde. Dit lijkt niet onlogisch: beide bouwdelen scheiden het binnen- en buitenklimaat en delen daardoor een hoop functies zoals isolatie, waterdichtheid en windvastheid. Toch is er wel degelijk een aantal essentiële verschillen die, als je daar geen rekening mee houdt, je aardig kunnen opbreken en niet zelden zie je dakdekkersbedrijven c.q. gevelbouwers na enkele kostbare ervaringen snel op hun schreden terugkeren.

In de eerste plaats de markt. Een dakbedekkingsbedrijf heeft in het algemeen een aantrekkelijker positie dan de gevelbouwer. Het woord hierbij is: renovatie. Wat betreft daken is er een vaste vervangings- c.q. overlagingsmarkt, waarbij er meestal sprake is van opdrachten direct door de gebouweigenaar of de gebouwbeheerder. In deze situatie is er geen hoofdaannemer die op zoek is naar de laagste prijs. Een dakbedekkingsbedrijf heeft daarmee een vaste afzet, waarbij de prijs niet boven de kwaliteit gaat en dus de marges navenant zijn.

Het overlagen en upgraden van gevels gebeurt ook wel, maar is een markt die t.o.v. de nieuwbouwmarkt bijna als marginaal te kwalificeren is. Deze groeit overigens wel langzaam. Zeker in het kader van verhoogde energie-eisen, gesteld aan bestaande bouw, zijn hier interessante ont­wikkelingen gaande. Deze situatie betekent dat een gevelbouwer is ‘overgeleverd’ aan de sterk fluctuerende, kostengedreven nieuwbouwmarkt. Het opereren in een dergelijke markt is risicovoller, vraagt meer flexibiliteit en levert uitein­delijk meestal minder op.

De manier waarop naar een gevel en naar een plat dak wordt gekeken, is verschillend. Een gevel is het gezicht van het gebouw, van zijn eigenaar en gebruikers en ook van de architect. Dit betekent dat de meeste discussies bij gevels gaan over de esthetica: kleurverschillen, maattoleranties, kwaliteit van afwerking, deukjes en vlekjes, etc. Vaak taaie onderwerpen, omdat de subjectiviteit van de waarnemer over wat nog wel en wat niet meer te accepteren is, hierbij een belangrijke rol speelt.

Een dak wordt niet ­(primair) op esthetica ­beoordeeld, het heeft over het algemeen maar een beperkte visuele functie. Menig opdrachtgever heeft hoogtevrees en komt zelfs liever helemaal niet op het dak.
Bij daken gaan de meeste discussies over waterdichtheid. Of een dak waterdicht is of niet, is objectief vast te stellen. ­Discussies zijn daarom minder taai, wel kan het opsporen van de oorzaak soms behoorlijk lastig zijn. Maar de discussies bij problemen zijn principieel anders en tastbaarder. Bovendien kan je met een lekkend dak als applicateur niet wegkomen; met een visuele afwijking mogelijk wel, als de opdrachtgever iets over het hoofd ziet of minder kritisch is…

Tenslotte iets over de verschillen tussen de beide bedrijfstakken. Opvallend genoeg, of misschien ook niet, lijken dakbedekkingsbedrijven volwassener en professioneler dan gevelbouwers. Een voor de hand liggende verklaring is dat de dakbedekkingsbranche een langere geschiedenis en traditie kent dan de meeste gevelbouw-takken. Verder biedt het opereren in een markt met meer vraag naar kwaliteit (de renovatiemarkt) meer armslag om de bedrijfstak en de bedrijfsvoering professioneler aan te pakken. En tenslotte moet de rol van de brancheverenigingen, ­scholingsinstituten en adviesbureaus die opereren in de dakenbouw niet onderschat worden. In de gevelbouw zijn er ook dergelijke instellingen, maar mede door de fixatie op nieuwbouw en het zeer grote aantal spelers, producten en constructietypen is hier wel sprake van een achterstand.

Kortom: als men er beter over gaat nadenken en er dieper induikt, blijken de verschillen tussen gevels en daken groter dan je in eerste instantie zou verwachten. Het besef hiervan kan een valse start voor een dakbedekkingsbedrijf dat in de gevelmarkt stapt en voor een gevelbouwer die in de dak­bedekkingsmarkt stapt, voorkomen en veel leergeld besparen.

Otto Kettlitz

Labels