Roofs 2019-03-36 Sector zonne-energie blijft in hoog tempo groeien

Special zonne-energie en zonnewarmte

Op 30 januari werd in een afgeladen ’t Spant in Bussum het Nationaal Solar Trendrapport 2019 gepresenteerd. Ten opzichte van 2017, wat al een bijzonder goed jaar was, is de Nederlandse solarmarkt in 2018 met 46% gegroeid.

Het Nationaal Solar Trendrapport is een jaarlijkse uitgave van Dutch New Energy, waarbij door onderzoek (op basis van o.a. representatieve steekproeven en vergelijking van ­databases) een beeld wordt gegeven van de staat van de markt. Ook wordt aan de hand van de beschikbare gegevens een voorspelling gedaan van de marktontwikkelingen. Het rapport wordt elk jaar gepresenteerd tijdens een Solar Business Day, waar diverse experts komen te spreken en waarbij men over de ontwikkelingen in discussie kan treden.

Verdere groei

De stemming in ’t Spant was bijna uitgelaten. Na de explo­sieve groei in 2017 is de sector in de loop van 2018 duidelijk verder gegroeid. Werd in 2017 liefst 853 MWp aan zonne­stroomvermogen geïnstalleerd, in 2018 is dit getal nog ­ruimschoots overtroffen met een geïnstalleerd vermogen van minimaal 1.330 MWp. Daarmee is het totaal opgesteld zonnestroomvermogen in Nederland in één jaar gegroeid van 2,9 GWp naar 4,2 GWp. De Nederlandse markt groeide in 2018 bijna twee keer zo hard als de wereldwijde markt.

De kosten van zonnepanelen op de Europese markt zijn de afgelopen 12 maanden verder gedaald en de verwachting is dat dit de komende jaren zal doorzetten. Ook ten opzichte van andere technieken, zowel hernieuwbaar als conventioneel, zijn de kostendalingen van zonne-energie opvallend. Dit zorgt ervoor dat de paneelprijzen een relatief kleinere rol zullen gaan spelen in de totale systeemkosten, terwijl andere componenten, zoals installatiekosten, mogelijk belangrijker worden. Dit betekent dat de ­Nederlandse zonne-energiemarkt haar inhaalslag ten opzichte van de rest van de ­wereld sterk doorzet.

Het besluit van minister Wiebes dat particulieren en bedrijven met een kleinverbruikersaansluiting tot 2021 kunnen blijven salderen, zal op korte termijn een extra positief effect hebben op de markt. Op de lange termijn zijn de ­marktvooruitzichten ook zeer gunstig; subsidievrije zonneparken zijn binnen ­enkele jaren te realiseren en opslag wordt snel rendabel.

Geïnstalleerd vermogen

In 2018 is 62% van het geïnstalleerd vermogen in de zake­lijke sector geplaatst en 38% in de residentiële sector. Beide sectoren zijn gegroeid ten opzichte van 2017, maar de zakelijke markt groeit harder, doordat een relatief groter deel van de SDE+ subsidie naar zonnestroom gaat. Zonnepanelen op daken maken hier een groot onderdeel van uit, maar er worden ook steeds meer zonneparken opgeleverd op maaiveldniveau.

Ten opzichte van de andere methoden van energieop­wekking maakte zonne-energie volgens het CBS in 2017 nog 1,8% uit, maar dat percentage was aan het eind van 2018 al gestegen naar 3,3%. Voor de beeldvorming: aardgas was in 2017 verantwoordelijk voor 49,2% van de energieproductie, steenkool voor 26,7%. Lang niet alle zonnepanelen zijn in Nederland geproduceerd, een groot deel wordt geïmporteerd, met name vanuit Azië. In 2018 was de totale importwaarde van zonnepanelen zo’n 1,95 miljard euro.

Met de grotere productie daalt de prijs per paneel. Ook het overheidsbeleid speelt een belangrijke rol in de gunstige ontwikkeling van de prijs. Sinds 2018 wordt er bijvoorbeeld onderscheid gemaakt in de basisenergieprijs van projecten die stroom aan het net leveren en projecten die alle opgewekte stroom zelf verbruiken.

Klimaatakkoord

Op 21 december 2018 werd het Klimaatakkoord gepresenteerd. Hierin wordt bepaald dat in het jaar 2030 minimaal 49% reductie van de CO2-utstoot wordt bewerkstelligd. Er wordt in eerste instantie ingezet op wind op land en zonnestroom. Het ontwerp noemt de ambitie om 50.000 bestaande woningen per jaar te verduurzamen en dat dit ruim vóór 2030 moet worden opgeschaald tot 200.000 woningen per jaar. Wat de bijdrage van zonestroom in deze doelstelling zal zijn, is nog onduidelijk, maar verwacht wordt dat zonnestroom een belangrijke rol gaat spelen in dit programma.

In het ontwerp Klimaatakkoord werd tevens de nieuwe regeling ter vervanging van de salderingsregeling gepre­senteerd. De regeling zal de vorm van een terugverdien­subsidie aannemen die op 1 januari 2021 van start zal gaan, waarbij ervan wordt uitgegaan dat er na 2030 geen subsidie meer nodig is voor zonnepanelen bij consumenten. Dit betekent dus dat deze subsidie richting 2030 naar nul wordt afgebouwd. Uitgangspunten van de nieuwe regeling zijn dat een gemiddelde terugverdientijd van zeven jaar wordt gehanteerd, dat burgers en bedrijven die al geïnvesteerd hebben een soepele overgang gegarandeerd wordt en dat zelfconsumptie achter de meter niet onderhevig is aan energiebelasting, BTW of Opslag Duurzame Energie voor kleinverbruikers. Daarnaast zal er een alternatieve regeling voor energiecoöperaties komen. Zonnepaneeleigenaren ­zullen een compensatie ontvangen voor iedere kWh die aan het net wordt teruggeleverd. Hiervoor zal jaarlijks een subsidieplafond worden ingesteld.

Deze veranderingen zorgen ervoor dat zelfconsumptie voordeliger wordt dan levering aan het net. Energieopslag zal dan ook financieel aantrekkelijker worden gemaakt in de (nabije) toekomst. Per 2020 zal een nieuwe SDE+ in werking treden (SDE++), waarbij de focus zal verschuiven van hernieuwbare energieproductie naar broeikasemissiereductie. De laatste SDE+-ronde zal in principe in 2025 plaatsvinden. In 2023 moet dan een besluit worden genomen over een eventueel opvolgend instrument, om de doelstellingen na 2030 te realiseren.

Labels