Roofs 2019-03-56 De dakvoet eenvoudig beter luchtdicht geïsoleerd

Luchtdichte aansluiting hellende daken

Wie de Bouwbeurs heeft bezocht, zal zijn opgevallen dat nog meer dan voorheen de aandacht op luchtdichtheid is gevestigd. Mavotrans toonde een oplossing voor een luchtdichte aansluiting op hellende daken.

Mavotrans presenteerde Airtight®, een programma gepatenteerde afdichtingsproducten voor de ruwbouwfase met nieuw in het assortiment een vooraf aan te brengen isolatie om de dakvoet, of beter gezegd, de ruimte achter de muurplaat goed af te sluiten. Het idee om die isolatie tussen de muurplaat, de dakvloer en het hellende dak aan te brengen vóórdat een prefab kap wordt aangebracht, is niet nieuw. De eerste die hiertoe besloot was Willem Koppen, u ­welbekend van zijn artikelenreeks. Later volgde de Bouwrups en nu Mavotrans. De Airtight® dakvoetisolatie is een doorontwikkeling waarin meerdere problemen bij de dakvoet, die zich met prefabkappen voordoen, worden opgelost.

Prefabkappen zijn niet meer weg te denken in de bouw. ­Zelden wordt een hellend dak nog op de bouwplaats geheel samengesteld. Dat hellende daken bijna uitsluitend nog geprefabriceerd worden, heeft vooral te maken met de zeer hoge warmteweerstand die moet worden gerealiseerd. Een dikte van 300 mm of meer is geen uitzondering om te komen tot een Rc-waarde van 6 (m2.K/W) of hoger en een doosconstructie aanbrengen is dan een logische stap.

Nu is het met prefab daken als met alle prefab onderdelen: de onderdelen zijn kwalitatief veel beter dan wanneer die op de bouwplaats tot stand komen, maar het uiteinde­lijke resultaat is nog afhankelijker van de assemblage. ­Daksegmenten zoals scharnierkappen steunen op muur­platen: een constructief knooppunt dat aan hoge eisen moet voldoen. De muurplaat zelf is een balk gemonteerd in F-ijzers. De ondersteuning en de aanhechting van de muurplaat op de onderconstructie moet stijf en sterk genoeg zijn. De aanhechting loopt over de volle breedte van het dak en moet luchtdicht zijn. Ook moet het detail over de volle lengte een grote warmteweerstand hebben, terwijl de ontluchting van de gevelspouw eveneens gerealiseerd moet worden. Dit zijn zware eisen voor een ruw en grof bouwonderdeel. Vooral omdat de omstandigheden waaronder de prefab kappen worden geplaatst zeer wisselend zijn.

De praktijk

Het plaatsen van de prefab daken is onderdeel van het kritieke pad in de bouwplanning en dat maakt dat er weinig tot geen ruimte is om het geschikte weer af te wachten. Kou of warmte, regen of droogte zijn geen redenen voor uitstel. De wind wel, het is de kraanmachinist die hier leidend is, sowieso de centrale figuur in de operatie. Er gelden strenge regels voor het hijsen: de daksegmenten zijn voorzien van hijslussen, die gecertificeerd moeten zijn. Daksegmenten zijn vooral groot: wanneer het enigszins waait, vangen de elementen veel wind. ­Afmetingen van 3x8 m komen voor en in een uitvoering van een scharnierkap betekent dat een oppervlakte van bijna 30 m² met een gewicht van 1 tot 1,5 ton. Dat is dus hetzelfde als een licht zeiljacht onder vol zeil in een kraan hangen. Bij het hijsen moet gewerkt worden met een uitschuifbare evenaar, om de scharnierende ­segmenten in een juiste hoek te manoeuvreren voor deze op de muur­platen kan worden gezet. Hoe groter het segment, hoe meer stelruimte er nodig is om het segment geplaatst te krijgen. Wanneer twee segmenten precies tussen betonnen topgevels geplaatst moeten worden, is minimaal 2x50 mm nodig over de gehele lengte. Deze naad moet na plaatsing worden opgevuld en luchtdicht afgewerkt. De segmenten hebben een hoge warmteweerstand, maar als de naden niet worden afgedicht, kunnen ze net zo goed met half zo veel isolatiemateriaal worden voorzien. Het is als het huis isoleren en de deuren op een kier laten staan.

De plaatsing stelt eisen aan de mannen die de segmenten naar hun plaats moeten geleiden. De kraanmachinist heeft een voorkeur om het segment nog enigszins gevouwen boven de plaats van bestemming te hijsen, om het dan gecontroleerd te laten zakken waarbij 1 of 2 mannen het segment sturen en verder uit elkaar duwen. Ook proberen ze het segment zo dicht mogelijk ‘aan’ te leggen. Rust het segment met de afschuiflat eenmaal op de muurplaten, dan laat het zich alleen geforceerd met hefbomen ‘aanschuiven’. Wanneer op de muurplaat, of op de aanschuiflat, een rubberprofiel is aangebracht voor de luchtdichting, dan is schuiven niet mogelijk en als er dan met veel geweld toch geschoven wordt, dan rult het profiel op en vormt het een lek. Het afdichten van de aansluiting tussen de muurplaat en de vloer gebeurt vrijwel uitsluitend met PUR schuim.

Aanbrengen van isolatie over de gehele breedte van de dakvoet gebeurt vrijwel niet. Dat heeft te maken met het takenpakket van de betrokken partijen. De aannemer gaat over de isolatie en de onderaannemer over de plaatsing van de daksegmenten. Luchtdichting wordt steeds meer richting onderaannemer geschoven. Samenwerking en coör­dinatie op dit knooppunt in de ruwbouwfase sluit niet aan. Praktijkmetingen wijzen uit dat de dakvoet met afstand het grootste luchtlek is in de woningbouw. Vervelend, want eenmaal gerealiseerd is het ook het lek wat het moeilijkst is om te herstellen. Met dit gegeven zijn Mavotrans en een grote bouwer aan de slag gegaan, op meerdere bouwplaatsen is in overleg met betrokkenen proef gedraaid.

Pilotprojecten

In de eerste uitvoeringen is vooral gekeken naar de uitvoerbaarheid van het idee. Wat logisch lijkt, is dat niet altijd, en als het vervelende bijwerkingen heeft in de uitvoering, dan is het draagvlak voor toepassing er niet. De isolatie wordt door dezelfde partij aangebracht die ook de muurplaat aanbrengt. Dat is meestal de dakaannemer. Wanneer de muurplaat eenmaal is gesteld en bevestigd, wordt de ­gesealde isolatie aan de muurplaat bevestigd. Hoe om te gaan met passtukken en aansluitingen, is vervolgens uitgewerkt. De eenmaal aangebrachte isolatie moet ook blijven zitten als de daksegmenten nog niet zijn ­aangebracht, het kan makkelijk enkele weken aan weer en wind worden blootgesteld. Ook van belang is dat de krachten van een segment op de muurplaat groot zijn: de sealing moet zwaar zijn uitgevoerd. Zonder dat er aanvullend bijgestuurd kan worden bij het plaatsen van de segmenten, moet de aan­sluiting in één keer lucht- en warmtedicht zijn. Eventueel bijstellen door ‘aanschuiven’ moet mogelijk zijn. Tot slot moet de oplossing betaalbaar zijn. Aan al deze voorwaarden is ruimschoots voldaan, maar daarmee was het product er nog niet. Uitvoerende partijen moeten resultaten aantoonbaar en navolgbaar kunnen overleggen en dus is advies­bureau Nieman ingeschakeld.

Praktijkmeting

Nieman is nauw betrokken bij de Standaarddetails voor de bouw van SBR en kent het belang van een goed uitgevoerd detail als geen ander. Langgerekte aansluitingen met een lage isolatie bijvoorbeeld, leiden tot aanzienlijk meer warmte­verlies dan een enkele koudebrug. Deze aansluitingen met een lagere warmteweerstand zijn van grote invloed op de EPC-berekeningen. Voor alle duidelijkheid: de Rc-waarde zegt iets over de warmteweerstand van een element, maar niets over de EnergiePrestatie van een gerealiseerd gebouw. Je kunt een dak hebben met een Rc-waarde van 10 (m2.K/W), maar door slechte aansluitingen een EPC van 2. Nu voert Nieman wel luchtdichtmetingen aan kozijnen uit op de bouwplaats, maar aan een dakvoet in uitvoering waren nog niet eerder metingen gedaan. Daarom is een eerste meting gedaan op een project in Pijnacker waar Heijmans 26 woningen realiseert. De uitvoerende dakaannemer is AA-dak. Na selectie van een proefwoning, hebben partijen in overeenstemming de muurplaat enkel voorzien van de dakvoetisolatie, dus niet van rubbers en ook niet ‘afgeschuimd’. Enkele dagen later werden de daksegmenten aangebracht en zijn de bevindingen genoteerd. De plaatsing van de segmenten gaat makkelijker door de glijvlakken. De segmenten laten zich na plaatsing ‘schuiven,’ wat als een groot voordeel wordt ervaren.

Aan de binnenzijde is een schot geplaatst en luchtdicht aangesloten op de ruwbouw. Met een afzuiging is in de ruimte een onderdruk gecreëerd. Wanneer die onderdruk een vastgestelde waarde heeft bereikt, wordt vervolgens gemeten hoeveel lucht er per seconde nog moet worden weggezogen om de onderdruk in stand te houden. Die hoeveelheid lucht staat gelijk aan wat er in de ruimte door lekkage toestroomt. Aan de uitvoering van de opstelling en aan de toegepaste dakvoetisolatie lag het niet, maar de overige aansluitingen bleken niet genoeg luchtdicht te krijgen om de meting te staven! Daarop is besloten in een laboratoriumopstelling de werking te meten. Deze proeven vinden plaats op het moment van dit schrijven. De conclusie van meten op de bouwplaats luidt: de dakvoetaansluiting is luchtdichter dan de andere aansluitingen.

Ton Berlee

Labels