Roofs 2019-05-03 Notre-Dame

column

Soms lijkt het wel alsof de journaals en geschreven pers zich met betrekking tot de nabeschouwing van een ernstige cala­miteit aan een standaard draaiboek houden. In de avond van 15 april ontstond brand in de monumentale kathedraal de Notre-Dame in Parijs. De dag daarna werd dat natuurlijk overal breed uitgemeten. Nog weer een dag later verschenen, heel voorspelbaar, her en der verhalen van bezorgde kerk­besturen in Nederland, die aangaven dat de brandveiligheid van hun kerk of kathedraal óók niet op orde is.

Zijn dit nu allemaal mensen die zich bij het zien van de beelden van de brandende Notre-Dame achter de oren krabden en zich afvroegen; ‘Hoe zit het eigenlijk met ónze kerk?’ Of, en dat lijkt me waarschijnlijker, zijn het gevallen die allang bekend zijn bij zowel de gemeente als de brandweer? En als dat zo is: betreft het dan een ingecalculeerd risico? Of zijn er momenteel heel veel (monumentale) kerken en kathedralen brandgevaarlijk omdat men eenvoudigweg niet weet hoe de brandveiligheid te borgen, of omdat de benodigde maatregelen te duur zijn? Hoe slapen de verantwoordelijken voor deze panden sinds 15 april?

Er is een heel stelsel aan bouwregels die ook voor monu­menten gelden, ook op het gebied van brandveiligheid, en er is een hele trits aan instellingen die erop toe ­zouden moeten zien dat deze regelgeving wordt nageleefd. De brandveiligheid van ons cultureel erfgoed wordt dus bewaakt. Of is dat een naïeve gedachte? Want als je iets langer over het onderwerp nadenkt, kun je je afvragen welke maatregelen in deze gebouwen eigenlijk te nemen zijn. Een sprinklerinstallatie is waarschijnlijk in veel monumentale gebouwen niet gewenst, omdat die grote schade kan veroorzaken aan de (monumentale) inboedel, terwijl de installatie die juist moest redden. En ook compartimentering lijkt me in een kerk of kathedraal een lastig verhaal.

Dus dan kun je in veel gevallen eigenlijk alleen nog proberen te voorkomen dat de brand ontstaat.

Waarschijnlijk is de brand in de Notre-Dame veroorzaakt door kortsluiting. Maar er waren ten tijde van de brand ook renovatiewerkzaamheden bezig. Dat gegeven onderstreept het belang van veiligheidsprotocollen en een goede naleving daarvan. Maar dan beland je meteen in de discussie over welke maatregelen noodzakelijk zijn en welke maatregelen overdreven. En dat is uiteindelijk een discussie over geld.

Op het gebied van de asbestsanering loopt momenteel een soortgelijke discussie. Begin maart publiceerde TNO een inmiddels veelbesproken rapport, waarin werd gesteld dat de risico’s van asbest vaak worden overschat. In veel gevallen zou asbest met beduidend minder veiligheidsmaatregelen (en dus minder kosten) gesaneerd kunnen worden. Lastig aan die stelling is dat het effect op de gezondheid niet direct is te meten: we weten pas over enkele decennia of het terugschroeven van de veiligheidsmaatregelen een goed idee is geweest. Wat ook niet helpt, is dat het onderzoek is gefinancierd, en de stellingen worden uitgedragen, ­namens degenen die de saneringskosten moeten maken: de woningcorporaties. Los van de vraag of de conclusies van het rapport terecht zijn, is hierdoor het wetenschappelijk niveau van het rapport iets te gemakkelijk
in twijfel te trekken.

In de valbeveiligingssector zie je dan weer maatregelen die al te duidelijk overdreven zijn. Soms zorgen de toegepaste lijnsystemen zelfs juist voor struikelgevaar, waar het wellicht handiger was geweest helemaal géén voorzieningen aan te brengen (en bij het onderhoud een tijdelijke voorziening te treffen). Kortom: tot welk punt zijn maatregelen zinnig, en vanaf welk punt wordt veiligheid uitsluitend nog toegepast omdat ervoor wordt betaald?

De Notre-Dame zal op korte termijn opnieuw worden opgebouwd. Dat is goed nieuws, maar er is een keerzijde. De geldschieters hebben, in mijn ogen terecht, de kritiek te verduren gehad waarom er zo snel zo veel geld beschikbaar was voor de herbouw van een kathedraal: waarom is dit enorme bedrag niet beschikbaar voor mensen die bijvoorbeeld te maken hebben met hongersnood? Je vraagt je onwillekeurig ook af wat er gebeurd zou zijn als het bedrag vóór de brand beschikbaar was geweest. Zou dat tot meer (al dan niet draconische) maatregelen hebben geleid en zo ja: zouden die de brand hebben kunnen voorkomen?

Het antwoord op die vraag zullen we nooit kennen en ­misschien is dat maar goed ook.

Edwin Fagel