Roofs 2019-05-88 Een eeuwenoud dak op een iconische kathedraal

internationale daken

Op 15 april 2019 brak er in de avond een hevige brand in de Notre-Dame in Parijs uit, die zich vanuit het middenschip snel verspreidde. Het dak en de centrale torenspits (vieringtoren) stortten in. De rest van het gebouw, alsook een aantal belangrijke kunstschatten, kon nog worden gered. Het dak van de Notre-Dame is zodoende de afgelopen weken veel in het nieuws geweest, maar wat was er nu zo bijzonder aan?

Door de brand zijn het eeuwenoude dak en de torenspits verwoest. Het officiële onderzoek naar de oorzaak van de brand loopt nog, maar concentreert zich op de vraag of de restauratiewerkzaamheden die aan het dak werden verricht hier een rol hebben gespeeld, of dat de oorzaak gezocht moet worden in kortsluiting.

Bouwgeschiedenis

De bouwheer van de Notre-Dame was Maurice de Sully, bisschop van Parijs. Hij had de steun van koning Lodewijk VII van Frankrijk en van het kapittel. Bisschop De Sully liet eerst de Sint-Stefanuskathedraal, gelegen vlak voor de latere Notre-Dame, tot de grond afbreken. De kathedraal was ontstaan in de vierde eeuw en in haar grootse dimensies uitgebouwd in zesde of zevende eeuw (de bronnen zijn hierover niet eenduidig). De eerste steen van de Notre-Dame werd in het voorjaar van 1163 door paus Alexander III en Lodewijk VII van Frankrijk geplaatst.

Tegen 1177 was het koor voltooid en op 19 mei 1182 werd het nieuwe hoogaltaar ingewijd door kardinaal Henri de Château-Marçay, de pauselijke gezant in Parijs, en Maurice de Sully. Men bouwde destijds doorgaans eerst het koor, zodat de kerk al gebruikt kon worden terwijl er elders nog gebouwd moesten worden. Na de dood van bisschop Maurice de Sully in 1196, werd begonnen met de bouw van het transept en het schip. Halverwege de 13de eeuw waren ook de westtorens voltooid, waarna tot 1345 nog gewerkt werd aan het interieur en de straalkapellen.

De kathedraal onderging vanaf 1845 een 23 jaar durende restauratie om de beschadigingen van de Franse ­Revolutie te herstellen. Viollet-le-Duc verving de deels vernielde konings­-
beelden in het voorfront door zelfontworpen beelden. Hij plaatste ook een nieuwe vieringtoren of flèche op het dak van de kathedraal. Sinds 1991 was er een nieuw restauratieproject aan de gang.

De kerk was één van de eerste gebouwen ter wereld waar de luchtbogen gebruikt werden. Het originele ontwerp bevat deze bouwkundige onderdelen echter niet. Toch zijn zij rond het koor en het schip toegepast. Tijdens de gotiek werden dunne muren erg populair. Deze zijn dan ook toegepast in de Notre-Dame, maar bij de bouw kwam men erachter dat deze dunne muren zonder externe steun niet overeind kunnen blijven staan. Er kwamen scheuren in de muren en ze begonnen naar buiten te leunen door hun eigen gewicht. Als reactie begonnen de architecten steunen te bouwen rond de buitenmuren. Bij latere kerken bleven deze steunen terugkomen.

Dak uit 1147

Het dak op de schepen bestaat uit stenen gewelven met daarboven, voor zover niet verwoest door de brand, een met lood beklede eikenhouten dakconstructie. De bijzonderheid is niet zozeer de constructie, de methode werd bij wel meer kathedralen toegepast, maar vooral de leeftijd. Het dak is in 1147 aangebracht, sommige balken uit de constructie waren afkomstig van bomen uit de 8ste eeuw. Door de brand zijn alle 1300 balken van de houten kap verdwenen, en het onderliggende stenen gewelf eronder is deels ingestort.

Bijzonder aan het dak waren ook de waterspuwers. Deze stammen uit de middeleeuwen. De als monsters vorm­gegeven spuwers zorgen ervoor dat het regenwater niet langs de gevel naar beneden stroomt. Op de balustrade van de westgevel zitten de zogeheten ‘drôleries’ van de Galerie des chimères. Deze monsterlijke figuren werden door ambachtslieden aangebracht als vrolijke noot of dienden ter afschrikking van demonen. De originele figuren werden in de 18de eeuw verwijderd, omdat ze in de loop der eeuwen vervallen waren, waardoor er soms fragmenten naar beneden vielen. In de 19de eeuw bracht Viollet-le-Duc nieuwe figuren aan.

Drie bijenkasten (met elk zo’n 60.000 bijen) die in 2013 op het dak van de sacristie werden geplaatst om bij te dragen aan de biodiversiteit in Parijs, zijn gered.

Herbouw

In zijn tv-toespraak, daags na de brand in de Notre-Dame, beloofde de Franse president Emmanuel Macron de Notre-Dame in vijf jaar te herbouwen, ‘nog mooier dan ze was’. Hij stelde zelfs dat dit binnen vijf jaar zou moeten gebeuren. Deskundigen twijfelen aan de haalbaarheid van die termijn. Besloten moet worden of de Notre-Dame precies zo hersteld moet worden als de situatie voor de brand was. Zo werd de torenspits, die maandag werd vernietigd, aan de kathedraal toegevoegd in de 19de eeuw tijdens renovatiewerkzaamheden. De vraag is nu of de torenspits herbouwd moet worden of dat het tijd is voor een nieuw ontwerp.

Binnen twee dagen was een ontzagwekkend bedrag ­beschikbaar om de iconische kathedraal te herbouwen. Of dat in dezelfde stijl gebeurt, is nog de vraag.