Roofs 2019-06-28 Een bestuurder in hart en nieren

Aan tafel met… Dick van der Bom

In deze rubriek laat Roofs markante personen van binnen en buiten de dakenbranche aan het woord. De insteek is om de visie en de persoon achter die visie voor het voetlicht te brengen.

Tijdens de feestavond voor de dakenbranche, op 22 maart jl. in Egmond aan Zee, kreeg Dick van der Bom de Roofs Oeuvre Award toegekend. De directe aanleiding was zijn afscheid als voorzitter van branchevereniging Probasys Benelux (sindsdien ProBitumen Benelux), maar hij kreeg deze onderscheiding voor zijn verdiensten voor de dakenbranche gedurende zijn lange loopbaan. In 2009 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau voor zijn maatschappelijke verdiensten. “Ik voel het als mijn verant­woordelijkheid om me in te zetten voor de maatschappij,” vertelt hij hierover. “Als voorzitter van diversie organisaties en commissies op het gebied van zorg en onderwijs, en ook bijvoorbeeld in het bestuur van de lokale CDA, doe ik dit al decennialang. Ook na mijn afscheid van Probasys Benelux ben ik hier druk mee. Daarnaast was mijn afscheid natuurlijk niet echt een afscheid van de dakenbranche, want ik ben nog steeds voorzitter van DAKMERK en Stichting Dak en Milieu.”

Inzet voor de dakenbranche

Van der Bom werd in 1978 op relatief jonge leeftijd directeur van producent van bitumineuze dakbedekkingen Nebiprofa in Hendrik-Ido-Ambacht (tegenwoordig IKO in Moerdijk). Met de met een polyestermat gewapende dakbaan Colroof was de fabrikant eind jaren ’70 één van de voorlopers in de branche. Van der Bom is een bestuurder in hart en nieren en was al direct betrokken bij de diverse branche-initiatieven. Zo heeft hij aan de wieg gestaan van brancheverenigingen VEBIDAK en Probasys en opleidingsinstituut Tectum. Ook was hij betrokken bij normering en certificatie in de branche die het kwaliteitsniveau van de dakenbranche ten goede zijn gekomen. “Natuurlijk kun je als directeur van een dakbedekkingsfabrikant je eigen ding blijven doen, maar ik heb het altijd belangrijk gevonden mijn horizon te verbreden,” aldus van der Bom. “Daardoor was ik bij veel ontwikkelingen betrokken en mijn inzet werd kennelijk gewaardeerd, want ik werd overal bij uitgenodigd.”

Als directeur van Nebiprofa was hij bijzonder honkvast, want hij heeft die functie tot eind 2005 uitgeoefend. “Ik heb wel aanbiedingen gekregen van ‘headhunters’, maar die heb ik altijd afgeslagen, omdat ik me goed op mijn plek voelde en ik de regio niet wilde verlaten,” vertelt hij. “Nadat er (na de overname door IKO) in december 2005 een eind was gekomen aan zijn loopbaan bij Nebiprofa , kon hij zijn bestuursfuncties op onafhankelijke basis uitvoeren. “Het afscheid is goed geregeld en ik heb no hard feelings,” aldus Van der Bom. “Probasys stelde me daarna als onafhankelijk voorzitter aan en dat werkte heel goed. Ik heb in deze rol denk ik veel voor de branche kunnen betekenen.”

“Ik heb in mijn loopbaan vele hoogte- en dieptepunten beleefd. Een hoogtepunt was bijvoorbeeld mijn aanstelling als directeur, relatief snel nadat ik bij de organisatie aan de slag was gegaan. Na mijn HBS diploma ben ik bij Unilever Research aan de slag gegaan en heb in die periode een diploma analytische chemie op HBO-niveau behaald. Ik was daar betrokken bij de ontwikkeling van witmakers voor de wasmiddelindustrie. Dat wilde ik niet mijn hele leven blijven doen en ik heb gesolliciteerd bij Nebiprofa, omdat men daar een Hoofd Laboratorium zocht, en omdat het bedrijf dichtbij mijn woonplaats was gevestigd. Daar ben ik met het ‘dakenvirus’ besmet. Ik ben dus van de witte was naar de zwarte bitumen gegaan! Dat was in 1971. Vijf jaar later was ik adjunct directeur en nog weer twee jaar daarna directeur.” Naast al deze activiteiten vond hij nog de tijd om te studeren en behaalde hij in 1983 zijn bul bedrijfseconomie bij de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Naast pieken kende zijn loopbaan vanzelfsprekend ook dalen. Van der Bom: “Het absolute dieptepunt uit mijn loopbaan was een dodelijk ongeval in de fabriek van één van onze medewerkers. En een ontslagronde, waarbij ik 30 medewerkers moest ontslaan, viel me ook bijzonder zwaar. In economisch opzicht begreep ik die keuze, maar het betrof medewerkers waar ik jarenlang intensief mee heb samengewerkt en waarmee ik een band had opgebouwd. Gelukkig is iedereen daarna goed terechtgekomen. ”

Ouevreprijs

Toen Bram Kranenburg (Dakenman van het Jaar 2017) tijdens de prijsuitreiking een toespeling maakte op een ­oeuvreprijs, wist Dick van der Bom al hoe laat het was. Hij had met veel plezier ingestemd met zijn nominatie voor de prijs Dakenman van het Jaar 2018, maar vroeg zich toch ook af wat voor het jaar 2018 , behalve zijn afscheid, de nominatie rechtvaardigde. De toekenning van een oeuvreprijs vindt hij dan ook veel beter passen. “De prijs voor Bram Kranenburg, die ik al vanaf het begin van zijn carrière ken, is natuurlijk ook op basis van zijn hele loopbaan. Het onderscheid tussen de Dakenman of -vrouw van het Jaar en de Oeuvreprijs maakt het helderder waarvoor men de prijs krijgt toegekend.”

Nadat Van der Bom de prijs kreeg uit handen van Marco de Kok (Low and Bonar), bedankte hij naast zijn collega’s en relaties ook zijn vrouw. Hij bedankte haar voor het feit dat hij gedurende zijn loopbaan veel van huis is geweest en de opvoeding van hun kinderen grotendeels aan haar heeft overgelaten. Heeft hij daar spijt van? “Nee, dat is niet het juiste woord,” reageert hij. “Als ik alles opnieuw zou kunnen doen, zou ik geen andere keuzes maken. Maar het blijft natuurlijk wel een gegeven dat de keuze voor het één ten koste gaat van het ander. Ik was gedurende mijn loopbaan vaak ’s avonds laat thuis en ’s morgens vroeg weer weg, En ik was veel in het buitenland, met name ben ik veel in de Verenigde Staten geweest, daar Nebiprofa een onderdeel was van een Amerikaanse onderneming. Ook voor de exportactiviteiten was ik vaak op reis, vooral naar Scandinavische landen en ook Amerika.”

Van der Bom kijkt met voldoening terug op zijn loopbaan. De Oeuvreprijs heeft een mooie plaats in de woonkamer gekregen. Hij toont ook met trots een schilderij van de Cubaanse kunstenaar Ignacio Merida: een cadeau van Colbond Nonwovens (nu Low en Bonar) dat hij in 1999 ontving naar aanleiding van de productie en verkoop van de vijf miljoen vierkante meter dakbedekkingsmateriaal met een inlage van Colback. Het geeft niet alleen het succes aan waarmee Van der Bom zijn activiteiten uitvoerde, maar ook hoe zijn inzet gedurende zijn loopbaan werd gewaardeerd door zijn collega’s en relaties. Tijdens de prijsuitreiking sprak Marco de Kok de hoop uit dat van der Bom via DAKMERK nog lange tijd aan de branche verbonden zou blijven, een opmerking die in dit opzicht ook boekdelen spreekt.

Labels