Roofs 2019-07-03 Zorgen om kwaliteit

column

Als voormalig certificatie-deskundige staat kwaliteit mij altijd na aan het hart. Of het nu gaat om de kwaliteit van bouwmaterialen, (werk)kleding, hotels en ja: zelfs de kwaliteit van het fruit en de groente bij de supermarkt wekt bij mij interesse. Overal zijn weer aparte keurmerken voor in het leven geroepen: voor de duurzaamheid van groente en fruit is er bijvoorbeeld ’Planet Proof’, voor kleding het ‘Europese Ecolabel’, hotels hebben o.a. het ‘Veilig hotel’-keurmerk en bouwmaterialen tenslotte hebben in Nederland ‘KOMO’. Er zijn natuurlijk nog veel méér keurmerken, maar wat hebben we eraan?

Blijkbaar hebben gebruikers of consumenten behoefte aan keurmerken. Of producenten of dienstverleners dénken dat de kopers van hun producten of diensten behoefte hebben aan keurmerken, of de producenten willen zich met keur­merken onderscheiden ten opzichte van concurrenten. Houders van keurmerken laten dan ook maar wat graag zien dat men een certificaat heeft. Kijk maar om je heen naar de bedrijfsbusjes op de snelweg: overal zie je logo’s van certificatie-instellingen met bijvoorbeeld VCA en/of ISO 9001, STEK, enzovoorts. Ik heb niet voor niets precies deze typen cer­t­ificaten genoemd, want werken deze nog wel onderscheidend? Ik denk het namelijk niet. ISO 14001 (Milieumanagement) of ISO 50001 (Energiemanagement) misschien nog enigszins, maar de eerste drie allang niet meer.

Ik ben diverse keren beroepsmatig in Azië geweest en daar zijn de bedrijven ook heel trots op hun certificaten. Daar hangen ze de documenten vol trots in de kamer van de directeuren, ’The Wall of Fame’, noem ik dat altijd. Als die bedrijven op een Europese beurs een standje hebben, dan nemen ze de ingelijste certificaten zelfs mee om op te hangen in die standjes. Ga voor de gein maar eens kijken.

Blijkbaar hebben kopers van (bouw)producten behoefte aan zekerheid, of is het een vorm van gemakzucht door simpelweg te kiezen voor bouwmaterialen met een KOMO, zodat men naderhand, bij een eventueel manco, zich kan verschuilen achter dit certificaat: “Ik heb toch kwaliteit gekocht?” Of de opdrachtgevers schrijven KOMO-gecertificeerde bouwmaterialen voor, omdat men daarmee afdwingt dat de aannemer kwaliteitsmaterialen toepast, die bij juist gebruik ook nog eens aan het Bouwbesluit voldoen.

Dit zijn zomaar wat hypotheses waarom men keurmerken zo belangrijk zou kunnen vinden, maar welke is nu de juiste? Ik denk eerlijk gezegd een combinatie van de drie. En daarom blijven de aanbieders van deze producten pronken met hun certificaten en weet je: volkomen terecht. Als ik een dak te bedekken zou hebben, zou ik óók kiezen voor KOMO-gecertificeerde materialen en laten aanbrengen door een dakdekker die BRL4702 gecertificeerd is, want die combinatie geeft de meeste zekerheid: goede materialen op de juiste manier aangebracht.

Ik sprak onlangs met een Duitse dakexpert, een zogenaamde ‘Sachverständiger’. Deze persoon komt op heel veel daken met schadegevallen en heeft decennia ervaring. Hij vertelde mij iets wat mijn voel­sprieten deed rijzen. Hij zei namelijk dat in het verleden 90% van alle schaden op daken te wijten was aan fouten tijdens de uitvoering en slechts 10% aan slechte materialen, maar dat dit volgens hem tegenwoordig 30% tot misschien wel 40% aan slechte materialen te wijten is, ongeacht welk type materiaal. Dit verontrust mij uiteraard, zeker met al die keurmerken. Hij wist mij ook te vertellen hoe dit komt. Schijnbaar weten producenten heel goed hoe ze goede materialen moeten maken, maar dat ze dat onder de grote prijsdruk vaak niet doen en steeds meer beknibbelen op kwaliteit. Dit is natuurlijk de mening van maar één enkele Sachverständiger, maar wellicht heeft u gehoord van de problemen met de dimensionele stabiliteit van dak­banen (voornamelijk in Duitsland) en het ontstaan van blaasjes in het oppervlak van bepaalde bitumineuze dakbanen. Mogelijk dat er dan toch een kern van waarheid in zijn vermoeden zit?

Hij wist mij trouwens ook te vertellen dat de Nederlandse beoordelingsrichtlijn volgens hem de meest discriminerende eisen stelt, om problemen met gecertificeerde dakbedekkingsmaterialen in de praktijk te voorkomen: een compliment voor KOMO, dus.

Maar ik zet wel vraagtekens bij de vermeende reden van de aftakeling van de kwaliteit van dakbedekking, namelijk de prijsdruk. In deze periode van een enorm bloeiende bouwmarkt, waar de levertijden de pan uitrijzen, waar de prijs van een baksteen verdriedubbeld is, lukt het schijnbaar in de dakbedekkingsbranche maar niet om de prijzen op een gezond peil te krijgen en te houden. Dat is raar, vind ik. En als ik in mijn geheugen graaf, is het eigenlijk nooit anders geweest: altijd stonden de prijzen van dakbedekking onder een enorme druk, onafhankelijk hoe de economie ervoor stond. Waar ligt dat aan? Geen idee, ik ga er maar eens goed over nadenken. Misschien dat ik erop terugkom in mijn volgende column.

Marco de Kok

Labels