Roofs 2019-07-16 Aandeel ZZP en UTA in BIKUDAK fors gestegen

VEBIDAK

De verhouding tussen vaste en flexibele arbeidskrachten in de bitumineuze en kunststof dakbedekkingsbranche is in de laatste tien jaar structureel gewijzigd. Op zichzelf is dat geen nieuws. De toename van het aantal zzp'ers op het platte dak blijkt echter groter dan tot voor kort werd aangenomen. Hand in hand met deze flexibilisering stijgt ook het aantal UTA-werknemers. Tot deze categorie behoort het voorbereidend, toezichthoudend en leiding­gevend kader in de bedrijven. Mr. Cees Woortman, directeur van de ­brancheorganisatie VEBIDAK, belicht deze trends.

Cees Woortman, VEBIDAK

In de gehele bouwkolom heeft zich een verschuiving voorgedaan van werknemers in loondienst naar onderaannemers. Het platte dak vormt daarop geen uitzondering. De meeste onderaannemers in onze sector werken alléén. Dat zijn de zelfstandigen zonder personeel, ofwel zzp'ers. Hierdoor hebben aspecten als uitvoeringskwaliteit en arbeidsomstandigheden een extra dimensie gekregen. Om van factoren als duurzame inzetbaarheid en financiering van de ­branchestructuur nog maar te zwijgen.

In 2012 hebben sociale partners in de bitumineuze en kunststof dakbedekkingsbranche opdracht verstrekt aan het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) tot een onderzoek naar de positie – op zichzelf ­beschouwd én ten opzichte van dakdekkers in loondienst – van zzp'ers in deze sector. Een belangrijke en in omvang toenemende groep vaklieden op het platte dak werd daarmee nader belicht. Tot de uitkomsten behoorde dat het aantal zzp'ers met als hoofd- of nevenactiviteit bitumineuze en/of kunststof dakbedekkingen in 2008 op 850 stond en in 2012 was gestegen tot 950.

Recent heeft het EIB op verzoek van sociale partners deze exercitie herhaald. Op basis van een actueel bestand van de Kamer van Koophandel (april 2019) luidt de conclusie nu dat er ruim 1800 zzp'ers actief zijn op het platte dak. Voor 1710 van deze zzp'ers is het aanbrengen van bitumineuze en/of kunststof dakbedekkingen zelfs de hoofdactiviteit. Deze cijfers staan uiteraard los van de vraag in hoeverre zij als onderaannemer actief zijn. In 2012 was het aandeel eigen werk nog gering. Anno 2019 zou dat zomaar anders kunnen zijn. Voor uitsluitsel is nader integraal onderzoek nodig.

Dit laatste is dan ook het voornemen van CAO-partijen. Zij willen in het komende seizoen 2019-2020 het onderzoek uit 2012 door het EIB laten herhalen. Dit zal ook moeten uitwijzen of het profiel van de zzp'er sindsdien is gewijzigd. Uit het vorige rapport komt naar voren dat hij toen gemiddeld 44 jaar oud was, meestal een afgeronde vak­opleiding had genoten en in zijn voorafgaande dienst­verband laatstelijk werkzaam was geweest als voorman. Kortom: de volslagen vakman. Dat zijn bij uitstek degenen die onze branche nodig heeft.

Het is daarom logisch dat sociale partners het vaste en het flexibele personeelsbestand sinds jaar en dag benaderen als één arbeidsreservoir. Wie nu werknemer is, kan volgende maand zzp'er zijn of omgekeerd. Al geruime tijd volgt uit de CAO BIKUDAK dat iedereen die werkzaam is op het platte dak, hetzij in loondienst of als zzp'er, uitzendkracht of gedetacheerde, eenmaal per drie jaar de cursus Gezond en Veilig Werken op het Dak (C1) moet volgen. Het deelnamecertificaat wordt door de Inspectie SZW overigens geaccepteerd als bewijs van voldoende instructie.

Voor zzp'ers wordt (ook) deze cursus bekostigd uit de per 1 januari 2018 ingevoerde heffing voor het Sociaal Fonds BIKUDAK over de arbeidskosten van onder­aannemers. Ook hebben zzp'ers aanspraak op de dienst­verlening van de welbekende arbovoorlichters. Deze aandacht voor gezond en veilig werken vóór en door onderaannemers is geen overbodige luxe. Uit het aangehaalde EIB-rapport komt naar voren dat zzp'ers het toen tot uiterlijk hun 55e jaar dachten vol te houden op het platte dak. De weg naar de AOW-gerechtigde leeftijd is dan nog lang.

Anno 2019 zijn er relatief nog maar weinig bitumineuze en kunststof dakbedekkingsbedrijven van enige omvang die volledig met eigen personeel werken. In de meeste gevallen worden er – in welke mate dan ook – tevens flexkrachten ingezet. Kijkend naar de procentuele verhouding tussen ‘vast’ en ‘flexibel’ is het niet meer vanzelfsprekend dat de ­eerste groep de overhand heeft. Naast de schaarste aan vaklieden kunnen er allerlei andere redenen zijn om de eigen equipe beperkt te houden. Een andere kwestie is ­uiteraard voor welke vorm van flexibele arbeid men als ­ondernemer kiest.

Het regisseren van flexkrachten is een vaardigheid op zich. In de nieuwe arbeidsverhoudingen worden er bijvoorbeeld andere eisen gesteld aan contractvorming (al biedt de fiscaal getoetste modelovereenkomst onderaanneming voor onze branche adequate oplossingen bij de inzet van zzp'ers), werkvoorbereiding, coördinatie en toezicht. Ziedaar een belangrijke oorzaak van de relatief sterke groei van het aantal UTA-werknemers in de bitumineuze en kunststof dakbedekkingsbranche gedurende de laatste vier jaar. Een toename die veel groter is dan die van het uitvoerend personeel.

De cijfers spreken voor zichzelf.

Begin 2006 bedroeg het aantal uitvoerende werknemers onder de CAO BIKUDAK, van leerling-dakdekker tot voorman-dakdekker A, bijna 3800. In de daaropvolgende jaren openbaarde zich, parallel aan de toename van het aantal zzp'ers, een gestage daling die het dieptepunt bereikte in het zwartst van de economische recessie. In mei 2015 waren er bij APG nog slechts 2318 uitvoerende werknemers geregistreerd.

Sindsdien is de weg omhoog ingeslagen maar het zou te ver gaan om van een stormachtige groei te spreken. Per ultimo mei 2019 bedroeg het aantal uitvoerende werknemers 2720. Na vier jaar economisch herstel, de laatste jaren zelfs krachtig, mag deze toename ­bescheiden heten. Er is momenteel geen enkele grond om aan te nemen dat het aantal uit 2006 ooit nog zal worden geëvenaard. De verschuiving naar flexibele arbeid lijkt van duurzame aard te zijn.

Daarentegen is de stijging van het aantal UTA-werknemers opmerkelijk. Vele jaren lang heeft dit aantal vrijwel stabiel rond 800 gelegen. Ook in de recessie was er geen sprake van een daling. In betrekkelijk korte tijd, ook hier vanaf mei 2015, heeft zich nu echter een stijging van 25% voltrokken tot exact 1000 per ultimo mei 2019. Informele signalen – maar ook die zouden door middel van objectief onderzoek ­geverifieerd moeten worden – wijzen erop dat deze toename overwegend betrekking heeft op kaderfuncties.

Kortom: ook qua arbeidsmarkt is onze sector volop in beweging. Gelukkig beschikt VEBIDAK over de Ondernemers- en Kaderopleidingen Dakbedekkingsbranche (OKD), uitgevoerd door TECTUM, om in de behoefte aan branchespecifiek opgeleid kader- en stafpersoneel te voorzien. Er tekent zich al een wachtlijst af voor het komende opleidingsseizoen. Alle tekenen wijzen erop dat de OKD ditmaal met twéé groepen zal starten. Een goede zaak! Professionele aansturing van vast én flexibel personeel vormt immers het sluitstuk van de benadering waarin onze branche één arbeidsbestand kent.

Labels