Roofs 2019-07-22 'Je wordt op het dak telkens weer een blij kind'

Aan tafel met…sereh mandias

In deze rubriek laat Roofs markante personen van binnen en buiten de dakenbranche aan het woord. De insteek is om de visie en de persoon achter die visie voor het voetlicht te brengen.

Met een inspirerend essay dat in het juninummer van Roofs werd gepubliceerd en dat werd uitgesproken tijdens de Rotterdamse Dakendagen (en ook aan de aanwezigen werd meegegeven), opent Sereh Mandias bijzondere vergezichten op het dak, terwijl ze die direct ook in een historische context plaatst. Aan de hand van de uitgangspunten van Le Corbusier en o.a. de hangende tuinen van Babylon komt Mandias in het essay tot de definitie van daken als ‘speeltuinen voor de verbeelding’.

Bouwen is een creatief proces

Mandias studeerde architectuur en wijsbegeerte. Ze werkt momenteel twee dagen per week als onderzoeker en docent bij de leerstoel Interiors Buildings Cities aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Daarnaast werkt ze als freelance schrijver en maakt ze sinds kort ook podcasts over architectuur. “Mijn voornaamste interesse geldt de manier waarop steden zich ontwikkelen,” vertelt ze. “Architectuur is een cultureel verschijnsel dat is geworteld in de geschiedenis. Ook fascineert me het verband tussen binnen en buiten: de omgeving heeft zijn invloed op het exterieur (bouwstijl, materialen) en het interieur (vormen, materialen) van een gebouw. En het gebouw (de functie, de activiteiten die erin plaatsvinden) hebben weer hun invloed op de omgeving. Stedenbouw en architectuur zijn te beschouwen als een creatief proces: een gebouw is de materialisatie van een idee. Die dynamiek vind ik heel mooi om te bestuderen.”

‘Een gebouw is de materialisatie van een idee’

De bestudering van de geschiedenis van een gebouw of stad is van belang voor het hedendaagse gebruik. Als voorbeeld vertelt Mandias over een onderwijsproject dat in samen­werking met museum Boijmans van Beuningen is opgezet. Het museum is momenteel gesloten voor een grootscheepse renovatie. Het gebouw stamt uit 1935 en sindsdien zijn er drie uitbreidingen gerealiseerd. Het museum heeft de ambitie om de twee laatste uitbreidingen te slopen, wat vanuit het oogpunt van duurzaamheid niet gunstig is. De studenten bekijken nu (vanuit de functie en de historie van het pand) of er geen andere oplossingen voorhanden zijn. “Feitelijk leveren wij het museum ongevraagd advies,” aldus Mandias. “Maar het gaat niet primair om het advies: ook als er met onze uitkomsten in het geheel niets wordt gedaan, bereiken we onze onderwijsdoelen. Voor onze stu­denten gaat het erom een visie te ontwikkelen over hoe je als architect omgaat met de gebouwde omgeving.”

The Festive City

Voor haar bijdrage aan de afgelopen editie van de Rotterdamse Dakendagen werd Mandias benaderd door organisator Léon van Geest met de vraag of zij een essay zou kunnen schrijven over de functie en het gebruik van het dak in de stedelijke omgeving. Na enig denken besloot ze de ‘chambre à ciel ouvert’, een dak van Le Corbusier op het penthouse De Beistegui in Parijs, als startpunt te nemen. Ze legt uit: “Le Corbusier maakt hier, zoals in het essay wordt uitgelegd, op een heel bijzondere manier gebruik van de horizon. Daarnaast had hij heel uitgesproken ideeën over het gebruik van groen op het dak en vanuit zijn opvattingen kom je op allerlei andere vormen van dakgebruik. In het New York van de tweede helft van de negentiende eeuw werd het dak feitelijk ingezet als theaterdecor. Zo zie je dat er in het verleden vaak wilde ideeën werden uitgevoerd, ook op dakgebied. Daarbij vergeleken zijn de tegenwoordige ontwikkelingen behoorlijk braaf.”

“Vóór die uitnodiging had ik me nog niet expliciet met het dak beziggehouden, al kom ik het in mijn werk wel vaak tegen. Zo heb ik bijvoorbeeld gewerkt aan een onderzoeksproject dat de titel ‘The Festive City’ draagt. Dat gaat uit van het idee dat steden zich ontwikkelen rond festiviteiten en processies. Een stad als Venetië is daar een goed voorbeeld van: de stratenstructuur en de gebouwen zijn rond die activi­teiten ontstaan, bij wijze van decor voor de feestelijkheden die er plaats moesten kunnen vinden. Zo’n zelfde theatraliteit vind je op het dak. Maar ook buiten dat is het altijd feestelijk om op het dak te zijn. Ik kom vaak op Rotterdamse daken en je denkt na verloop van tijd dat je de skyline van die stad wel kent. Maar elk dak heeft een eigen perspectief en het is telkens weer een andere ervaring. En altijd is het leuk om op een dak te zijn, je wordt er steeds weer een blij kind van. Dus mijn interesse komt ook voort uit de vraag: waarom is het iedere keer weer zo’n belevenis?”

‘Het is altijd leuk om op een dak te zijn’

“Doordat ik aan dit essay werkte, werd ik zelf ook uitgedaagd om na te denken over mijn eigen dakgebruik. Ik woon onder een plat dak, waar momenteel nog niets op gebeurt. Het is heel leuk om daar over na te denken, maar de drempel is nog wel hoog om daadwerkelijk functies aan het dak toe te voegen, zowel budgettair als in praktisch opzicht. Hoe zorg je ervoor dat een idee in de praktijk goed uitpakt? De recente sluiting van de rooftopbar The Suicide Club op het dak van het Groothandelsgebouw is in dit opzicht wel een schrijnend voorbeeld. Pas na jaren werd daar bekend dat het dak maar berekend was op een belasting van 200 personen, wat betekende dat de rooftopbar, die had gerekend met een belasting van 500 personen, niet meer rendabel kon zijn.”

Maar het nadenken over bouwkundige vraagstukken kan ook beperkend werken. Daarom heeft Mandias na haar studie architectuur ook een bachelor gehaald in de wijs­begeerte. “Ik ben me met filosofie gaan bezighouden vanuit de behoefte mijn wereld wat groter te maken,” vertelt ze. “In de wijsbegeerte leer je het belang van gedisciplineerd nadenken en precies formuleren. Dat is iets waar ik nog dagelijks profijt van heb: in de architectuur, en zeker ook op het gebied van daken, is het belang daarvan niet minder groot.”

Labels