Roofs 2019-07-32 Valbeveiliging en marktwerking

Special Valbeveiliging + veilig werken op hoogte

In deze special, gewijd aan valbeveiliging, mag een beschouwing van de marktsituatie niet ontbreken. Valbeveiliging is immers niet alleen een middel om te voorkomen dat mensen overlijden als gevolg van een val, het is vooral een middel om geld mee te verdienen. Daar is niets mis mee. In dit artikel wordt de inzet van valbeveiliging langs de lat van marktwerking gelegd, omdat het verdienmodel ertoe heeft geleid dat het nu overal wordt aangeboden en vaker aangebracht. Dat is mooi, maar is het nu veiliger geworden?

Ton Berlee

Valbeveiliging op daken is een markt die begin deze eeuw tot bloei kwam. Eurosafe begon het in Nederland (in de jaren negentig) succesvol op de kaart te zetten, naar voorbeeld van de Engelse markt. Goede marketing en goede prijzen leidden ertoe dat de eerste ‘paaltjes’ op de platte daken begonnen te verschijnen. Andere bestaande merken uit het buitenland deden hun intrede en de eerste Nederlandse fabricaten verschenen. Het was duidelijk: er viel geld te verdienen aan valveiligheid op daken.

Wat niet zo duidelijk was: dat met de producten ook ­begrippen geïntroduceerd werden, die niet altijd overeen­stemden met de Nederlandse situatie. Dat stoorde de ­verkoop allerminst, dus dat werd niet als hinderlijk ervaren. In deze beginperiode was het valveiligheidsproduct een echte ‘special’ en omdat de winstmarges ronduit goed waren, werd het product met veel informatie en aandacht bij verkoop omgeven. Zoals gebruikelijk bij een interessante markt in ontwikkeling, komen er meer partijen op af, de concurrentie neemt toe en de prijzen komen onder druk. De winstmarges nemen af en het product wordt omringd met regelgeving, certificaten, garanties, etc. om zich te ­onderscheiden. De producten zelf worden ‘slimmer’ of ­soberder. De concurrentie neemt nog meer toe, er vallen aanbieders en merken af, worden overgenomen, gaan samen etc. De markt ‘consolideert’ en het product verwordt van ‘special’ tot ‘mainstream’. Dat betekent dat de winstmarges op valbeveiligingsproducten nog steeds goed zijn, maar niet meer als in het begin. En nu wordt het interessant voor wie geïnteresseerd is in de vraag of de
valveiligheid voor gebruikers nu is toegenomen.

Regelgeving

Met alle aandacht voor valbeveiliging is er veel aandacht besteed aan regelgeving. Roofs heeft hier in vele artikelen uitgebreid aandacht aan besteed, omdat de regelgeving steeds als argument voor de verkoop werd gebruikt. Omdat het de ‘markt’ dus definieert, volgt nu een korte samenvatting van wat die regelgeving, en de wijzigingen daarin, betekent voor de producten in de markt.

De EU-regeling 89/686/EEC, één van de sturende regel­gevingen, is de grondslag voor eisen aan Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM), waaronder NEN EN 795 (die voor ankervoorzieningen). Een ankervoorziening aan een gebouw is onderdeel van een gebouw en niet van een persoonlijke uitrusting. Het is daarmee een product dat valt onder de richtlijn voor bouwproducten. Er zijn vele verschillen tussen een bouwproduct en een persoonlijk beschermingsmiddel, maar de belangrijkste is de beoordeling op sterkte c.q. de veiligheidsmarges. Een bouwproduct moet 50 jaar meegaan, een PBM enkele jaren. PBM’s moeten jaarlijks gekeurd worden door een terzake deskundige, net als elektrisch gereedschap. Met keuringen is geld te verdienen. ­Bouwproducten worden op z’n best gekeurd voor gebruik, maar feitelijk nooit zonder aanleiding. Sinds 2015 vallen ­gebouwgebonden valveiligheids­voorzieningen onder de richtlijnen voor de bouw. Er is nieuwe regelgeving in de maak, waarbij de aandacht meer komt te liggen op de wijze van bevestigen, dan op die van de valveiligheidsvoorziening.

Het Bouwbesluit heeft in 2012 wijzigingen ondergaan: een gebouw moet veilig te onderhouden zijn en wanneer dat niet zo is, dan moeten daar voorzieningen voor ­worden getroffen. De Arbowet is niet wezenlijk veranderd in de ­tussentijd. Wel neemt de acceptatie voor ongevallen af, net als het toezicht door de overheid. Het aansprakelijkheidsrisico voor de werkgever lijkt toe te nemen als ook die voor de professionele opdrachtgever. Zie ook Roofs van juni dit jaar. De werkgeversorganisaties hebben hun verantwoor­delijkheid genomen met de herziening van A-bladen. Met de instemming van de Eerste en de Tweede Kamer voor de nieuwe wet voor de bouwkwaliteit, wordt deze wet nu uitgewerkt, waarbij de begrippen ‘aantoonbaar’ en ‘navolgbaar’ centraal zullen staan. Onderdeel is de verplichting tot een gebouwdossier, waarin alle relevante aspecten van ontwerp, uitvoering tot oplevering zijn vastgelegd. Mogelijk ook het veilig uitvoeren van voorzienbaar onderhoud.

Rol van de aanbieders

De rol van de aanbieders van valveiligheid is mee veranderd. Veel aanbieders van valveiligheid hebben gekozen voor niet, of juist uitsluitend, leveren van gebouwgebonden ankervoorzieningen. Leveranciers hebben zich verenigd en er is een BRL, waar bedrijven naar gecertificeerd kunnen worden. Gebouwgebonden ankervoorzieningen worden vooral door dakdekkers aangeboden en aangebracht: dakdekkers die ‘dealer’ zijn van één of meerdere merken. Dakdekkers ook die onderhoud aan daken aanbieden en daarmee dus ook de gebruikers zijn van de voorzieningen. Dat lijkt de beste waarborg voor zekerheid: de dakdekkersbedrijven zijn immers ook de werkgevers van de dakdekkers. Ze zijn niet de enige gebruikers in geval van installaties op het dak, of andere onderhoudsgevoelige onderdelen. Door de hoge keuringskosten van valbeveiligingssystemen die zelden werden gebruikt, zijn vele ‘paaltjes’ ook alweer verwijderd van de daken. Het probleem van gebruik is eigenlijk gebleven. Nog nooit is een persoon met ankervoorziening en al naar beneden gevallen: de personen die vallen, zijn niet aangelijnd. Gedrag verander je nu eenmaal minder snel dan regelgeving.

De daken zijn in de tussentijd ook aan het veranderen. Het moet allemaal duurzamer: meervoudig dakgebruik en circulair. Blauwe, groene, gele en zwarte of toch witte daken? Brandveiliger, hogere geluidsweerstand, beter isoleren en luchtdicht. Dat maakt dat valbeveiliging op daken moet concurreren met zonnepanelen of groendaken. Natuurlijk staat het in de folders allemaal netjes en correct vermeld, maar de budgetconcurrentie is onverbiddelijk. Als de focus ligt op valveiligheid, wordt er minder dakbe­dekking verkocht, hebben aanbieders van dakmaterialen al ondervonden. Nu de focus op zoiets als zonne-energie en rentabiliteit ligt, schiet de valveiligheid er snel bij in. En omdat de regelgeving nog altijd niet sluitend is, is het argument om ‘af te wachten tot wanneer er duidelijk­heid is verschaft’ snel gevonden. Scheelt natuurlijk ook in de puzzel hoe je al die eisen kunt invullen op een dak. Zie bijvoorbeeld de artikelen hoe je komt tot een veilige opstelling van zonnepanelen en een kabelsysteem. Dat is dubbel gevaarlijk, want het aantoonbare onderhoud aan daken neemt dus toe, de aanleiding om dat veilig te doen ook en de voorzieningen om dat veilig te doen nemen af. Er zijn daken die bij oplevering voorzien zijn van bouw­kundige oplossingen. Hekwerken, hoge borstweringen, bordessen en toegangsdeuren. Die valveiligheid wordt altijd als vanzelf gebruikt. Het zijn er niet veel.

En is het nu veiliger?

Bij bestaande dakdekkersbedrijven begint het veilig uit­voeren van onderhoud, dus aangelijnd, en het maken van meldingen van onveilige situaties, langzaam maar zeker door te dringen. Het wordt veiliger, ook omdat de werkgevers in deze tijden hun dakdekkers koesteren.

Bij de ‘nieuwkomers’ op het dak is het weer van voren af aan beginnen. Er vallen gelukkig wat minder doden bij het plaatsen van zonnepanelen dan in de beginperiode, maar het aantal gevaarlijke situaties neemt met het groeien van de markt gewoon toe. Tot slot zijn er bedrijven waar de werknemers beroepsmatig op het dak moeten zijn. ­Gespecialiseerde installatiebedrijven vooral. Bij die ­bedrijven zijn de werknemers getraind op werken met PBM’s en ­gevaarlijke werkomstandigheden. Daar gaat het goed, er wordt structureel gewerkt aan gedrag van de ­werknemers. Ook al omdat deze mensen gekoesterd en behandeld ­worden als ‘professionals’.

Marktwerking dwingt door regelgeving en jurisprudentie over aansprakelijkheid tot veiliger werken. De regelgeving voor gebouwgebonden valveiligheidsvoorzieningen is in de maak, wat nu nog tot onduidelijkheden leidt. De noodzaak van aantoonbaar maken dat werkgever en opdrachtgever werk hebben gemaakt van veiligheid, lijkt met de komst van een verplicht gebouwdossier een kwestie van tijd. Dit alles tot een geheel brengen in een dak dat voldoet aan steeds meer en zwaardere eisen, vergt nogal wat. Onderhoudswerk wordt met horten en stoten steeds veiliger uitgevoerd, maar het gaat langzaam. Een ‘uitdaging’ heet dat in politieke termen, een ‘kans’ noemt de ondernemer het.

Labels