Roofs 2019-07-37 Termento brulado, kuri!!!!

Special Valbeveiliging + veilig werken op hoogte

In deze rubriek geeft Theo Wiekeraad zijn mening over de dakenbranche en aanverwante onderwerpen.

Tijdens het wachten op mijn zoon, die uit de late dienst thuis moest komen, lag ik op de bank te zappen. Al zappend kwam ik op Nieuwsuur, daar was een item over veiligheid in de bouw en zag ik zowaar een projectleider van BOKO niet geheel zonder trots vertellen over hun werk op het dak en de Amsterdamse Zuidas. Gelukkig had hij geen ongevallen te melden, maar wel vertelde hij over wat het belang van veilig werken voor hem was. Hierbij gedroeg hij zich als een ware ambassadeur van onze branche.

Verder liepen we mee met een inspecteur van Inspectie SZW, die duidelijk maakte dat er over het algemeen nog veel te verbeteren valt in de bouw. De sector, met haar ongevallen en de bijna systematische desinteresse voor veilig werken van de participanten in het bouwproces, vraagt heel veel tijd en energie van de arbeidsinspecteurs. De voorbeelden die in de uitzending werden getoond, brachten mij het schaamrood op de wangen. Als dit het veiligheidsniveau is waarin de bouw denkt te kunnen werken, is er iets dramatisch mis. Vooral als men dan maar blijft wijzen naar werkdruk.

Wat op Nieuwsuur werd getoond, had meer te maken met een slechte planning en de daaraan gekoppelde onvoldoende voorbereiding. Deze zaken geven de uitvoerenden vervolgens het gevoel van ‘op kantoor interesseert het ze geen zier [= een net woord als pseudoniem voor een woord dat in de spreektaal op de bouw gebruikt zou worden] hoe wij het moeten maken’. Wat uiteindelijk onterecht weer het idee van een hoge werkdruk voedt. Vervolgens heeft de werkvloer het idee dat zij het weer moeten fixen en gaan ze, eigenwijs als ze zijn, met gevaar voor eigen gezondheid en soms ook nog die van de omgeving (denk aan pannenleggers waar het publiek vlak langs en zelfs onder hun werk door lopen) aan de slag.

Als klap op de vuurpijl komt daar dan Maxime Verhagen over het nieuwste initiatief van Bouwend Nederland ­vertellen: Bouwspraak (zie pagina 59). De Bouwspraak moet ervoor zorgen dat men in de bouw veiliger gaat werken. Met woord en gebaar, vooral dat laatste, gaan bouwvakkers van allerlei pluimage elkaar op identieke wijze attenderen op onveilige situaties en gevaar. Iedereen die op de bouwplaats komt, welke taal hij ook dagelijks spreekt, moet bekend zijn met de taal van de bouw, de Bouwspraak.

De Bouwspraak moet binnendringen in de ziel van de bouwbedrijven en hun personeel. Zonder Bouwspraak is er in de toekomst geen toegang meer tot de bouwplaats, althans als het aan Bouwend Nederland ligt. Ja, de Bouwspraak moet onderdeel worden van het VCA en ook opgenomen worden in de Arbocatalogus, zodat het voorschrift wordt. Maar om te laten zien dat Maxime Verhagen echt een jongen van de gestampte pot is, net als het personeel van zijn achterban, kwam hij met twee passende voorbeelden. Bij het golfen moet je ook eerst leren wat er geroepen wordt als de bal per abuis jouw kant op komt en tijdens het duiken waarschuw je je mededuikers met handsignalen op gevaar. “Redden wij daar levens mee, want volgens onderzoeken is de taal zelden gerelateerd aan dodelijke ongevallen?” was de vraag van de presentator. Gelukkig beantwoordde de heer Verhagen deze vraag niet met een volmondig ja. Zelfs hij zag in dat dit niet het juiste antwoord zou zijn.

Ook ik vroeg mij af wat we daar echt mee zouden gaan opschieten. Als het dan misgaat of iemand reageert niet op jou armsignalen, vraagt de uitvoerder dan: “ben jij Bouwsprakeloos?” of reageert de timmerman naar de metselaar “swaai ik Swahili” als hij niet wordt begrepen?

Met Sjaak en Alerta, acties van VeiligheidNL, hadden we allemaal nog wat, maar Bouwspraak? Ik weet het niet. Waarom niet direct groot gedacht en alles geïnternationaliseerd? We gaan iedereen in de bouw echt een nieuwe taal leren. Bouwvakker zijn wordt een eigen community. Een subgroep in de maatschappij. Iedere Nederlandse, Belgische, Engelse, Franse, Poolse of Turkse bouwer spreekt dezelfde taal. Door heel Europa en overal waar men in de bouw mee wil doen, leert men eerst Esparanto, een relatief gemakkelijk te leren, politiek neutrale, internationale taal, vóór men de bouwplaats op kan. En die gebaartjes van Bouwend Nederland komen dan vanzelf.

Allemaal aan het Esperanto scheelt op den duur heel veel papier en vertaalwerk, plus bouwen wordt dan weer ouderwets gezellig. Wil je een paar jaar een andere omgeving? Maakt niet uit, van nu af aan versta je ook je collega’s in Limburg en de Achterhoek, want Esperanto is de voertaal.

En als men zich afvraagt wat in hemelsnaam de titel van dit stuk is: “TERMENTO BRULADO, KURI!!!”, dat is: “DAK BRANDT, RENNEN!!!”. Nog even en iedere echte bouwvakker weet dat.

Labels