Roofs 2019-08-03 Kwaliteit op papier of papieren kwaliteit?

column

Mijn 2-jarige dochter is helemaal verslingerd aan de animatieserie Buurman & Buurman. Het is inmiddels een ritueel om aan het einde van de dag met haar een aantal afleveringen te kijken en ik geniet er minstens zo veel van als zij. Deze Tsjechische serie, met teksten en stemmen van Kees Prins en Siem van Leeuwen, portretteert twee buurmannen die graag klussen. Het grappige is dat ze steeds voor een relatief eenvoudig probleem een heel ingewikkelde oplossing vinden, die (ook al omdat ze niet altijd even handig zijn) weer andere problemen oplevert. Vaak eindigt de aflevering met een krankzinnige oplossing voor een probleem dat er helemaal niet was.

Dit moet mensen die in de bouw werkzaam zijn bekend voorkomen. Een gebouw, maar ook het bouwdeel dak, is als een mozaïek, waarbij alles met alles samenhangt. Als je links iets aanpast, is het maar de vraag of alles rechts nog wel klopt. Het kan even duren, maar het antwoord op die vraag komt altijd. Daarom is het heel terecht dat met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) het begrip ‘verborgen gebreken’ verleden tijd wordt. Een gebrek immers dat pas na verloop van tijd zichtbaar wordt, mag niet zomaar het probleem worden van de opdrachtgever: het blijft hoe dan ook een gevolg van het handelen van de aannemer. Daarom dwingt het nieuwe stelsel de aannemer te allen tijde scherp te zijn op de kwaliteit van zijn werk. Als er tijdens de bouw een oplossing voor een probleem moet worden gevonden, mag niet zomaar worden geïm­proviseerd, maar moet de oplossing (onder supervisie van de kwaliteitsborger) worden gedocumenteerd en opgenomen in het gebouwdossier.

Zo moet geborgd worden dat de gevraagde kwaliteit ook inderdaad wordt geleverd.

Kwaliteit is een subjectief begrip dat objectief is te meten. Alle eigenschappen van een product of materiaal zijn te meten en vast te leggen, maar het hangt van de beschouwer af welke conclusies aan die cijfers worden verbonden. Je hebt de minimale eisen die voor Nederland in het Bouwbesluit zijn geformuleerd, maar die in het buitenland weer anders zijn. En je hebt de aanvullende eisen die per project variëren: wil de opdrachtgever zich onderscheiden op het gebied van duurzaamheid? Zijn er aanvullende brandeisen nodig? Wordt het dak gebruikt voor andere doeleinden dan alleen de waterdichting? Dan zijn er andere kwaliteiten nodig en bij die kwaliteiten moeten documenten kunnen worden overlegd.

Ziehier het verdien­model van de test-, keurings- en certi­ficatie-instituten. Als ergens een creatieve denker een innovatief idee heeft, begint bij deze instituten de kassa te rinkelen. Want een innovatief idee is alleen levensvatbaar als het door de ballotage komt. En zodra het levensvatbaar is, kan worden bekeken waar het allemaal voor kan worden gebruikt: elke toepassing heeft weer zijn eigen papiertje. En in de bouw staat Europa nog in de kinderschoenen: buitenlandse documenten tellen in veel gevallen niet mee, want we willen de documenten toegespitst op ons klimaat, onze windbelasting en kort gezegd ook onze smaak.

Het gevaar is een beetje dat je er een Buurman & Buurman op papier mee creëert: wat het ene document niet afdekt, kan worden opgevangen met het andere document – maar hangt het dan nog wel samen met de overige documentatie? Een te grote focus op de papieren realiteit kan ervoor zorgen dat in theorie een perfect dak wordt afgeleverd, maar de praktijk is zoals bekend altijd weerbarstiger.
Daarom is het van essentieel belang dat het gebouwdossier zorgvuldig en met kennis van zaken wordt opgebouwd. Eigenlijk is dat een heel eigen discipline, die niet vanzelf­sprekend door de bouwer zelf wordt ingevuld: bouwers zijn geen schrijvers.

In de komende overgangsperiode moet duidelijk worden hoe hier in de praktijk invulling aan gegeven zal worden. Nu al lijkt me helder dat de bouwers (en dus ook de dak­dekkers) actief met het onderwerp aan de gang zullen moeten gaan, om te voorkomen dat ze afhankelijk worden van de theoretici.

Edwin Fagel

Labels