Roofs 2019-08-37 Leren is innoveren

Theo Talks

In deze rubriek geeft Theo Wiekeraad zijn mening over de dakenbranche en aanverwante onderwerpen.

De bouwsector, waartoe wij behoren, staat niet bepaald bekend om haar vernieuwingsdrang. ‘Traditioneel’ is eerder het woord dat bij de buitenstaander opkomt als er over de bouw wordt gesproken. Hoewel er veel wordt geïnnoveerd en er tal van nieuwe methoden in onze bedrijfstak worden toegepast, is dat natuurlijk niet voor niets.

Niet alleen onze sector is traditioneel, ook de afnemer speelt daarin een zeer bepalende rol. De gemiddelde gebouw/huiseigenaar loopt niet warm voor experimentele bouw. Dit geldt zeker voor de potentiële woningbezitter. Ook al is zijn smaak modern en bovengemiddeld vernieuwend, hij weet dat na koop ooit verkoop komt. Met dit in het achterhoofd krijgt zijn nieuwe woning een tweede blik, want in de toekomst wil hij zijn bezit wel tegen een marktconforme prijs kwijt kunnen.

Wat ook bijna traditioneel in de bouw is, is laaggeletterdheid. Helaas zijn veel van onze handjes taalzwak. Dat is niet iets om trots op te zijn, maar het is een gegeven. Als een vakman minder goed met woorden is, is dat op zichzelf niet erg. Hij levert goed werk en dat willen we tenslotte. Maar de crux zit hem in het laatste woord ’tenslotte’. Dat betekent: ‘aan het einde’.

Aan het begin vraagt de maatschappij en de tijd waarin we leven om kennis van het vak. Aan het einde blijkt de kennis van de taal óók deel uit te maken van het vakmanschap. Dus waarom kunnen wij nog steeds niet onze laaggeletterde collega’s massaal op een taalcursus sturen? Hoe is het mogelijk dat wij ze met groten getale op vakbekwaamheidscursussen kunnen sturen en vervolgens moeten zien hoe moeilijk ze het met de theorie hebben. Niet omdat ze dom of onwetend zijn, maar gewoon omdat ze héél veel moeite hebben met de taal.

We vinden het met zijn allen ‘natuurlijk’ dat werkgevers er niet op zitten te wachten om op hun kosten volwassen kerels naar taalonderwijs te sturen. Eerlijk gezegd is dat ook te begrijpen. Want uiteindelijk (ook dat betekent ‘aan het einde’) leveren ze goed vakwerk af en dat is waar ze voor worden betaald. Maar een echte vakman kan ook de gewijzigde instructies en de veiligheidslabels lezen. Hij gaat niet enkel uit van ervaring opgedaan met informatie in het verleden.

Als begrijpend lezen moeilijk gaat, dan ligt niet lezen direct om de hoek. Natuurlijk weet het middenkader wie de zwakke broeders zijn en informeert men hen door ze te vertellen wat er verandert, is gewijzigd en waar ze op moeten letten. Maar dat is niet wat we willen, ook onze taalzwakke collega’s niet. Die willen het ook liever zelf kunnen lezen en begrijpen. Door laaggeletterdheid kunnen fouten eenvoudig ontstaan en op het dak kan dat twee dingen betekenen: ten eerste kwaliteitsverlies en ten tweede onveiligheid.

Het eerste is het risico dat de ondernemer neemt als hij met mensen werkt die taalzwak zijn. Dat tweede is een risico dat een mens die slecht kan lezen dagelijks neemt waarbij hij zichzelf en de collega’s/omgeving mee in gevaar brengt. Ja, ik heb het zelf ook jarenlang getolereerd, maar ik vind dat we daar absoluut iets aan moeten doen. Het is niet meer van deze tijd om mensen door een ‘taalhandicap’ dagelijks verhoogd risico laten lopen.

Hoe moeten we dit aanpakken? Het arbo-technische antwoord is: bij de bron. En de bron is de taalzwakke collega: die moet op taalcursus. Daar moet veel energie in gestoken worden: volwassen mannen op Nederlandse les sturen zal niet meevallen. Maar moeilijk is niet onmogelijk.

Wie gaat dat betalen? Iedereen die er baat bij heeft. De bazen, door te zorgen dat het personeelslid altijd, en op tijd, naar school kan gaan. De brancheorganisaties die opleidingen organiseren en faciliteren, zorgen over het hele land voor opleidingscapaciteit voor de broeders uit de bouw. De overheid, die deze mannen in hun jeugd onvoldoende op de toekomst heeft voorbereid, door ze van school te laten gaan terwijl ze niet fatsoenlijk kunnen lezen en schrijven. De werknemers die zich committeren aan de werkgever die ze in staat stelt deze opleiding te vormen en door vrije tijd in te leveren om te laten zien dat ze hun eigenbelang onderkennen. De gezinnen die hun ouder wat minder zien of kunnen storen omdat hij keihard aan zijn (en hun) toekomst werkt. En zeker niet de onbelangrijkste: de bonden die hun leden en alle anderen moeten wakker schudden en met informatie bestoken over dat goed leren lezen en schrijven van levensbelang is. Niet alleen op de bouwplaats, maar ook in het dagelijks leven.

Hierbij nodig ik alle bovenstaande partijen laaggeletterdheid in de bouw uit te bannen. Alle laaggeletterden de bouw uit door leren: dat is pas innoveren.

Labels