Roofs 2019-08-61 Zonnemarkt kan Belgische knoet gebruiken

Column Dakenvrouw van het Jaar 2018

Zonnestroom is met een duizelingwekkende sprint bezig in Nederland. In 2018 hesen installateurs 4,6 miljoen nieuwe zonnepanelen op onze daken, een groei van bijna 50% ten opzichte van 2017. Maar onder dit verheugende nieuws ligt een gevaar. Door de koortsachtige groei van zonnestroom zijn gekwalificeerde installateurs niet aan te slepen. Ondertussen wordt het vacuüm gevuld door tientallen kersverse bedrijfjes zonder de benodigde ervaring. Installateur is namelijk een ‘vrij beroep’ in Nederland: het enige dat je hoeft te doen is een bordje op je deur spijkeren.

Zonder voldoende ervaring schuilt er een gevaar dat er fouten worden gemaakt: verkeerd geknoopte stekkers, losse bekabeling op het dak, brandgevaarlijke materialen naast de omvormer, te weinig ventilatie en verkeerde connectoren bij in-dak systemen. Dit kan een keur aan problemen veroorzaken– van hinderlijke mankementen en opbrengstverlies tot kortsluitingen en in het ernstigste geval brand, wat een dreun zou zijn voor de reputatie van onze sector.

Zo kwam vorig jaar het TNO-onderzoek naar de branden uitgebreid in het nieuws: de website Geenstijl deed dit onder de kop ‘Groene energie blijkt moordmachine’. Dit was weliswaar totaal misleidend, er was alleen sprake van materiele schade, maar het hoeft geen betoog dat de potentiële schade groot is als zonnestroom vaker zo negatief in het nieuws komt. Het vertrouwen van consumenten komt te voet en gaat te paard.

Maar hoe kunnen we deze situatie voorkomen? België, waar ons bedrijf ook actief is, kan ons op dat gebied paar belangrijke lessen leren. De markt voor zonnestroom daar kent ook al jaren onstuimige groei. En ook onze zuiderburen kampen met een overspannen vraag naar installateurs. Toch zijn er in België nauwelijks problemen met de kwaliteit van installaties. Is een systeem eenmaal op het dak aangelegd, dan is het klaar. Er zijn dan ook nauwelijks herhaalbezoeken nodig om fouten op te lossen. En mocht er toch eens iets zijn, dan is smetteloze documentatie aanwezig over alle bekabeling en elektrische installaties in het huis.

De Belgen doen drie dingen goed. Ten eerste voorziet hun Algemeen Reglement voor Elektrische Installaties (AREI) in kristalheldere wettelijke eisen voor aanleg en uitbreiding van bedrading en installaties. Zo wordt niet alleen de deugdelijke aanleg van zonnepanelen, maar ook het samenspel met andere huishoudelijke stroomverbruikers, meegenomen. Uitgebreide documentatie is verplicht. In Nederland hebben we weliswaar de NEN 1010, waar zonnesystemen volgens het Bouwbesluit aan moeten voldoen. Maar volgens TNO is die norm te summier, omdat veel niet bindend is.

Een tweede groot verschil is de verplichte controle. Een Belgisch zonnesysteem kan pas in werking treden als een onafhankelijke keuringsinstantie de aanleg heeft doorgelicht en alle documentatie heeft gecontroleerd. Elke fout wordt er vooraf uitgeperst en de keuring wordt elke vijf jaar herhaald. In Nederland is het ‘Wij van WC Eend, adviseren WC Eend’: installateurs zijn zelf verantwoordelijk om te controleren of ze zich netjes aan de NEN norm hebben gehouden en om hun handelingen keurig te documenteren. Maar het gevaar schuilt er nu precies in dat bij tientallen nieuwe installatiebedrijfjes basale technische kennis en ervaring in sommige gevallen ontbreken: ten dele het gevolg van de jarenlange verwaarlozing van technisch onderwijs in Nederland. Sterker nog: het is de vraag of ze überhaupt de beschikking hebben over het vinklijstje van de NEN norm. Installatiebedrijven moeten namelijk betalen om die in te zien. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de naleving van de NEN 1010 norm boterzacht is, zeker bij particulieren.

Als derde heeft de knoet van de AREI-keuring ook tot gevolg dat veel meer Belgische installateurs van zonnepanelen kiezen voor een certificeringstraject. Bijna 800 indi­viduele installateurs in België hebben een Certificaat van Bekwaamheid, een keurmerk met zware eisen op initiatief van de Belgische overheid. In ons land heeft slechts 5% van alle installatiebedrijven het Zonnekeur-certificaat, een keurmerk dat installateurs licht toetst.

Om problemen in de toekomst te voorkomen en het vertrouwen van de consument in de technologie hoog te houden, stellen wij voor om Nederlands laisser-faire-benadering te laten varen. Laten we het Belgische systeem zo snel mogelijk kopiëren, zodat de volgende groeistuip van de markt voor zonnestroom niet de laatste is.

Roebyem Anders

 

Labels