Roofs 2019-09-44 Zin en onzin van certificeren

Special Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

Het gevaar van certificeren is dat het een doel op zich wordt. Hoe zorg je voor de verbinding met de praktijk?

“Na de crisis is het gehalte aan beginners in de bouwuit­voering verschrikkelijk hoog. En daar wordt vandaag de dag leergeld voor betaald door dezelfde bouw. Essentieel voor de bouw is het op alle vlakken inzetten van vakmensen. En houd dan ook papier weg van deze doeners. Want die hebben daar niets mee en doen hier niets mee en sterker nog: ze hebben er ook niets aan! Papier creëert een ­schijnwereld die dito figuren aantrekt. Die vervolgens de macht grijpen en de bende echt slopen.”

Deze niet mis te verstane woorden werden gesproken door onze KAM-coördinator, Henk Honingh, nadat wij zijn mening vroegen over het nut van certificeren. Dit naar aanleiding van wat wij in de Roofs van voormalig certificatiedeskundige Marco de Kok lazen: dat hij van een Duitse dakexpert, een zogenaamde ‘Sachverständiger’, vernomen had dat in het verleden 90% van alle schades op daken te wijten was aan fouten tijdens de uitvoering (en slechts 10% aan slechte materialen), maar dat dit volgens hem tegenwoordig 30% tot misschien wel 40% aan slechte materialen te wijten is, ongeacht welk type materiaal. Dit zou, zelfs tijdens de huidige economische bloei, door de blijvende prijsdruk in neerwaartse spiraal komen.

Gelukkig geeft onze KAM-coördinator wel aan dat product(KOMO-)certificaten nuttig zijn: “De bij een product horende voorschriften dienen te garanderen dat er altijd een goed product conform deze norm wordt gerealiseerd.” Hij stelt verder dat, als producten die gecertificeerd zijn fouten kunnen bevatten, de productnormen die aan dit product gesteld zijn bijgesteld zullen moeten worden. Als er binnen de BRL laagdikte-problemen mogelijk zijn, betekent dit dat de op statistiek te onderbouwen gegevens niet goed zijn. Daarnaast dient er bij een productfabricage een systematisch bouwwerk van controles, op relevante eigenschappen, aanwezig te zijn!

Onderscheidend vermogen

Ondanks de populariteit van het gebruik van gecertificeerde materialen, zou de kwaliteit van onze materialen dus afnemen. Ook zouden certificaten, zoals ISO 14001 (Milieumanagement) niet meer onderscheidend zijn. Kortom: er is wel enige dis­cussie over de zin en onzin van certificeren (en papierwerk in het algemeen) in de dakenbranche. Eerlijk is eerlijk: dat is niet prettig om te lezen op het moment dat je net, in dezelfde week, de her-certificeringen voor de NDA binnenkrijgt en dit eigenlijk trots op de social media wil delen. Waar kunnen wij ons, als kwaliteitsbedrijven, anders mee onderscheiden?

In feite zijn er voldoende mogelijkheden: het opleidings­niveau van onze eigen mensen verbeteren, via organisaties als TECTUM, of het toeleggen op een specialisme door trainingen, met ondersteuning van de fabrikant. En vanuit de eigen organisatie ‘simpelweg’ werken conform de Vakrichtlijnen, of met aanvullende lidmaatschappen, zoals Dakmerk (BRL 4702), NDA (BRL 4702, VCA, ISO 9001 en ISO 14001) en wellicht branchevereniging VEBIDAK, die een verplichte ondernemers- en kaderopleiding (OKD) als criterium vraagt aan haar leden - dit kan toch leiden tot onderscheidend vermogen. Waarbij voorop blijft staan dat onze NDA-bedrijven centraal gecertificeerd worden op het gebied van de BRL 4702, ISO 9001, 14001 (milieu). Met tevens het verzoek aan opdrachtgevers om te blijven vragen naar dit specifieke onderscheidende vermogen.

Behoefte aan keurmerken

Gebruikers of consumenten hebben de behoefte aan keurmerken en daarmee kan de uitvoerende tak laten zien dat er bewezen kwaliteit wordt geleverd. Daarom interpre­teren wij het statement van Marco de Kok zo: in het verleden was 90% van alle schade op daken te wijten aan fouten door de verwerker, nu is dat nog maar 60% tot 70%. Komt dat dan doordat dakdekkersbedrijven steeds vaker gecerti­ficeerd zijn en zodoende zeer bewust met de kwaliteit van verwerking bezig zijn?

Natuurlijk zien wij ook het nodige broddelwerk of slecht mate­riaal voorbijkomen. Onze inspecteurs van DIAC Dakadvies zien tijdens onafhankelijk dakonderzoek nog regelmatig slechte dakbedekking (zonder KOMO) terug op de daken. Tijdens de nieuwbouw aangebracht en na 11-12 jaar alweer volledig versleten. De verschuiving bij dakonderhoud vanuit aanbesteding met ‘de laagste prijs’ naar RGS (Resultaatgericht Samenwerken) is daarom niet verwonderlijk. Iedereen wordt door schade en schande wijs en snapt inmiddels dat goedkoop vaak duurkoop is. Dat je een opdrachtnemer in de vorm van het dakdekkersbedrijf beter zelf verantwoordelijkheid voor de kwaliteit kunt laten nemen door hem, middels RGS, langdurig beheerder te maken van het dak. Door met bedrijven te werken die gecertificeerde materialen verwerken en die telkens investeren in de kwaliteit van de eigen uitvoering.

Henk Honingh, tenslotte: “Certificeren is en blijft nuttig, maar zorg dat hoofd- en bijzaken gescheiden blijven en houd het dicht bij de praktijk. Laat de normen niet alleen op kantoor bepalen, betrek bewust vakmensen uit de praktijk erbij, anders loop je het risico dat de papierwinkel voor de echte doeners steeds groter en groter wordt. Daar heeft niemand wat aan.”

Erik Steegman

Labels