Roofs 2019-11-14 De juridische en fiscale aspecten van zonprojecten en vastgoed

Seminar

Tijdens een bijeenkomst in de Maastoren in Rotterdam, op 23 september, zette AKD de verschillende juridische en fiscale aspecten rond de opwekking van zonne-energie uiteen. Een verslag.

De markt voor zonne-energie is momenteel sterk in ontwikkeling, waarbij al doende geleerd moet worden. Dat geldt op het gebied van de techniek, maar zeker ook in het geval juridische en fiscale vraagstukken. AKD heeft het initiatief genomen haar klanten en relaties op dit laatste gebied te informeren. Tijdens een goedbezochte bijeenkomst in het eigen kantoor in de Maastoren in Rotterdam werden de diverse aspecten besproken.

Tijdens haar introductie schetste advocaat en partner Marjolein Dieperink van AKD een beeld van de ontwikkelingen waar de branche voor zonne-energie aan onderhevig is. In het Klimaatakkoord is een forse ambitie geformuleerd, waarbij tegen 2030 een opgesteld vermogen van 35 TWh moet staan. Drie factoren spelen een rol in het slagen van deze ambitie, namelijk de betaalbaarheid van de systemen (en daaraan gekoppeld de opschaling en het verhogen van het uitroltempo). Daarnaast moeten de systemen ruimtelijk in te passen zijn en tenslotte moeten ze worden geïntegreerd in het energiesysteem.

De actuele ontwikkelingen hebben te maken met deze factoren, waarbij de grootste uitdaging is om een stabiel en voorspelbaar aanbod van energie aan het net te bieden. Grootschalige projecten, zoals zonneparken (en windparken op zee) worden wel uitgevoerd, maar stuiten ook op maatschappelijk verzet. Daarom wordt nadrukkelijk gekeken naar het dak (particuliere woningen en bedrijventerreinen) als locatie waar de zonnesystemen kunnen worden toegepast. Om hiermee grootschaligheid te bereiken, moet een breed instrumentarium worden ontwikkeld. De overheid neemt hiertoe diverse initiatieven. Sommige hiervan zullen in vervolgartikelen nader worden beschreven in Roofs.

AKD-advocaat Maarten de Wit wees in zijn bijdrage op het probleem van ‘congestie’ op het net: ‘stroomfiles’ op het net door het snel stijgende aanbod van onder meer zonne-energie. Meerdere netbeheerders hebben aangekondigd op korte termijn niet langer aan de transportvraag te kunnen voldoen, wegens een gebrek aan capaciteit. De realisatie van zonneparken, waarvoor in sommige gevallen al een SDE+-subsidie is toegekend, kan hierdoor vertraging oplopen. De Wit ging verder in op de recent aangekondigde SDE+ voorwaarde om een transportindicatie van de netbeheerder bij de aanvraag mee te sturen, en de voorwaarden waaronder deze volgens hem door de netbeheerder kon worden geweigerd. Ook verduidelijkte hij de procedure van ‘congestiemanagement’, die sommige netbeheerders overwegen (tijdelijk) toe te passen, ter overbrugging naar mogelijke netverzwaring.

Tot slot bood De Wit een doorkijkje naar de toekomst, en de acties die kunnen worden genomen door netbeheerders en de wetgever (netverzwaring, flexmarkt, vraagrespons). Eén en ander zal onder meer in de Energiewet nader worden verduidelijkt, is de verwachting.

Omgevingsrecht

Hierna ging Erik Dans, ook advocaat bij AKD, in op het vergunningenstelsel. Zonnepanelen kennen uiteenlopende toepassingen, zoals zonnepanelen op daken, grondge­bonden veldopstellingen, drijvende zonnepanelen of zonnepanelen geïntegreerd in geluidsschermen. Afhankelijk van het soort toepassing zijn er verschillende vergunningen en/of publiekrechtelijke toestemmingen vereist. Op het hellende dak zijn zonnepanelen vergunningsvrij als ze (kort gezegd) binnen het dakvlak, in of direct op het dakvlak en met een hellingshoek overeenkomstig de hellingshoek van het dakvlak worden geplaatst.

Voor het vergunningsvrij realiseren van zonnepanelen op een plat dak, is vereist dat de zonnepanelen op een afstand van de rand worden geplaatst, die gelijk is aan de hoogte van de zonnepanelen. Indien de zonnepanelen niet één geheel vormen met de installatie voor het omzetten van de opgewekte elektriciteit, moet deze installatie aan de binnenzijde van het bouwwerk worden geplaatst. Als de panelen op het dak van een monument komen, is mogelijk toch een omgevingsvergunning voor de activiteit wijzigen van een monument vereist.

Dans besprak vervolgens de zonneladder van Holland Solar, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt op welke locaties de toepassing van zonne-energie gunstig is. Het ministerie van EZK heeft nadrukkelijk als doel zo veel mogelijk daken te benutten als energiedak, om landbouwgrond en natuur te ontzien. Gemeenten krijgen ook steeds meer mogelijk­heden om de toepassing van zonne-energie op het dak af te dwingen, bijvoorbeeld via energieprestatie eisen. De toepassing van zonne-energie op gevels en daken staat vooraan in de voorkeursvolgorde, die zal worden opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Dans wees op de noodzaak om tijdig te onderzoeken of de natuur niet wordt verstoord door bouw- of installatiewerkzaamheden.

Notariële aspecten

Na de pauze ging notaris Sven Billet nader in op de notariële aspecten van de toepassing van zonne-energie. Zonnepanelen kunnen roerend of onroerend zijn. Dit hangt onder meer af van de manier waarop ze bevestigd zijn. Een zonnepaneel kan onroerend zijn op grond van bestanddeelvorming (van een gebouw) of wanneer het bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven, aldus de AKD-partner.

De goederenrechtelijke kwalificatie van zonnepanelen is van belang om vast te kunnen stellen wie eigenaar is van de zonnepanelen. Of er sprake is van bestanddeelvorming (het zonnepaneel is onderdeel geworden van het gebouw waarop het is geplaatst), hangt af van de vraag hoe de maatschappij hier tegenaan kijkt. De Hoge Raad heeft bepaald dat aanwijzingen daarvoor onder meer kunnen zijn: de omstandigheid dat de zonnepanelen en het gebouw in constructief opzicht op elkaar zijn afgestemd, of de omstandigheid dat het gebouw als incompleet moet worden beschouwd als de zonnepanelen ontbreken. Geïntegreerde zonnepanelen hebben bijvoorbeeld een dubbele functie. Ze wekken energie op, maar functioneren ook als dak. Een gebouw zonder dak is uiteraard incompleet, de panelen zijn dus bestanddeel van het gebouw, waardoor ze onroerend zijn.

De Hoge Raad heeft op 9 maart 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BV8198) geoordeeld dat drijvende woningen als schip zijn te kwa­lificeren. Onder schepen worden verstaan: alle zaken, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens hun constructie bestemd zijn om te drijven en drijven of hebben gedreven. Schepen zijn volgens de Hoge Raad in het algemeen ­roerend. Analoog redenerend zouden drijvende zonne­panelen dus roerend kunnen zijn.

Bij het plaatsen van zonnepanelen op of aan een gebouw of op de grond van een ander, is het van belang om te beseffen dat daarmee (ongewild) een overgang van de eigendom kan ontstaan, als geen juridische voorzieningen worden getroffen. Dit heet in juridische termen ‘natrekking’. Van natrekking is sprake wanneer een zaak (de zonne­panelen) als bestanddeel kan worden aangemerkt van een andere zaak. Als er geen juridische voorziening wordt getroffen, dan wordt de eigenaar van het gebouw door natrekking automatisch eigenaar van de aange­brachte zonnepanelen.

Fiscale aspecten

Tenslotte besprak belastingadviseur René van der Paardt de fiscale aspecten van toepassing van zonne-energie. Particulieren en MKB-bedrijven kunnen volgens de AKD-partner gebruik maken van de salderingsregeling. Die houdt in dat de met de zonnepanelen opgewekte elektriciteit kan worden gesaldeerd met de in de woning verbruikte elektriciteit. Dit komt in feite neer op een subsidie per kWh duurzaam opgewekte energie, in de vorm van een vrijstelling van energiebelasting en daarover verschuldigde BTW. Ook bij toepassing van de postcoderoosregeling kan gebruik gemaakt worden van een verlaging van de energiebelasting, op dezelfde manier als bij de salderingsregeling. De belangrijkste voorwaarde is dat er gezamenlijk een coöperatie wordt opgericht of dat gebruik wordt gemaakt van een al bestaande coöperatie. De salderingsregel zal zeker tot 2023 in stand blijven.

Labels