Roofs 2019-11-36 Samen sta je sterker

Aan tafel met… Jos Wesselink

In deze rubriek laat Roofs markante personen van binnen en buiten de dakenbranche aan het woord. De insteek is om de visie en de persoon achter die visie voor het voetlicht te brengen.

Vorig jaar ging branchevereniging Het Hellende Dak (HHD) met Aannemers Vereniging Metselwerken (AVM) en Vereniging Nederlandse Voegbedrijven (VNV) op in de nieuwe vereniging Gebouwschil Nederland (GNL). Als onafhankelijke voorzitter werd Jos Wesselink aangesteld. Wesselink is als adviseur, (interim)directeur en/of onafhanke­lijk voorzitter al ruim 20 jaar actief voor de meest uiteenlopende branche- en beroepsorganisaties. Daarnaast is hij docent van de Academie voor Verenigingsmanagement en mede-auteur van het praktijkboek De vereniging de baas.

Het afgelopen jaar heeft de vereniging zich op de toekomst georiënteerd en Wesselink, die van buiten de bouwbranche komt, heeft zich inmiddels de wereld van de bouw en de gebouwschil eigen gemaakt. Tijd om met hem aan tafel te zitten om te praten over zijn kennismaking met de branches en, belangrijker nog, de toekomstplannen van de vereniging.

Speerpunten

De nieuwe start van de branchevereniging werd aangegrepen om met de leden in gesprek te gaan: wat zijn de belangrijkste verwachtingen, wensen en behoeftes van de leden en in welke mate zijn de leden bereid om mee te werken aan de invulling hiervan? Aan de hand van deze bijeenkomsten zijn vervolgens de speerpunten van het beleid van de komende vijf jaar vastgesteld. Wesselink signaleert dat de samenvoeging al direct de beoogde kruisbestuiving tot gevolg heeft. “Je ziet dat de verschillende branches dezelfde behoeftes hebben. Samen sta je sterker in de verwezenlijking daarvan.”

Wat waren dan de wensen van de leden? Wesselink: “Deze hadden vooral te maken met de bevordering van het vakmanschap binnen de branches en profilering daarvan voor de buitenwereld. Dat betekent dus enerzijds het ontwikkelen van opleidingen, instroom en kennismanage­ment; anderzijds een sterkere profilering van de gebouwschil, meer communicatie hierover en een verbetering van het imago van de gebouwschil. Daarnaast heeft de branche­vereniging de taak de leden sterker te maken in hun positie en hun ondernemerschap en daarmee is het ook belangrijk om invloed uit te oefenen op de wet- en regelgeving. De missie van GNL is kortom de ontwikkeling van de aangesloten gespecialiseerde aannemers te bevorderen. Duurzaamheid en innovatie staan daarbij centraal.”

Dit heeft inmiddels geleid tot vier speerpunten van beleid:

  • Interne verbinding
  • Externe positionering
  • Sociale belangenbehartiging
  • Duurzame ontwikkeling

“De afgelopen periode hebben we besteed aan het bepalen van de visie en de koers, nu zijn we klaar om stappen te zetten,” aldus Wesselink. “Gedurende dit proces willen wij het contact met onze leden intensiveren. Daarom houden we de vergaderingen met onze leden doorgaans niet in ons gebouw in Veenendaal, maar op de locatie van de leden zelf. Dat is voor mij persoonlijk ook heel interessant en leerzaam, ik vind het ontzettend mooi om te zien hoe onze leden de zaken intern hebben georganiseerd en hoe ze omgaan met vraagstukken zoals personeelsbeleid en duurzaamheid.”

Voor het uitvoeren van de projecten zijn de leden gevraagd hun bijdrage te leveren. Wesselink: “Eén van de problemen van de in GNL verenigde brancheverenigingen was dat de leden zich onvoldoende konden vrijmaken om  bestuurstaken uit te voeren. Ook de lange commitment die een bestuursfunctie inhoudt vormde een obstakel. Je ziet dat de bereidheid om voor het branchebelang te werken er wel is, maar dan op projectbasis. Dan heeft de inzet een duidelijke begin- en eindtijd en dan is het voor de leden ook beter te behappen. Het bestuur van de GNL is dus compact: veel van de taken die voorheen door een bestuurslid werden uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld deelname aan een commissie, worden nu op projectbasis uitgevoerd door onze leden.”

Trots

Wat vindt Wesselink van de dakenbranche? “Ik ben relatief nieuw in de bouwbranche, maar heb natuurlijk ruime ervaring opgedaan in verschillende andere branches. Het is mooi om het proces mee te maken en te zien hoe de branchevereniging steeds beter gaat functioneren. Wat me vooral opvalt, is de no nonsense-mentaliteit van de bouwbedrijven. En ook de trots op het vakmanschap, de passie waarmee de gespecialiseerde aannemers hun vak uitoefenen heeft grote indruk op me gemaakt. Dat zijn zaken die me trots maken om deze branche te mogen vertegenwoordigen.”