Roofs 2019-12-24 Het nieuwe normaal

ProBitumen Benelux Management Symposium 2019

Branchevereniging ProBitumen Benelux organiseerde op 12 november in De Mariënhof in Amersfoort de vierde editie van het management symposium, dit jaar voor het eerst onder de nieuwe naam. Dit keer stond de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) centraal.

Voorzitter Dirk Theuns memoreerde in zijn openingswoord dat het symposium drie jaar geleden was bedoeld als een eenmalig evenement. Inmiddels is het uitgegroeid tot een vaste waarde binnen de dakenbranche. Ook ditmaal was de zaal goed gevuld. Het onderwerp dat dit jaar werd besproken, gaf daar dan ook alle aanleiding toe. Van de Wkb is in ieder geval duidelijk dat hij van kracht gaat worden. Voor het overige is er vooral veel onduidelijkheid.

Drie sprekers, achtereenvolgens van het Ministerie van BZK, een advocaat en een kwaliteitsborger, probeerden enige duidelijkheid te scheppen. Daarin slaagden ze wel, al zal veel nog al doende moeten blijken. De proefprojecten lopen nu. Na de pauze werd de blik nadrukkelijk op de toekomst gericht, met spreekbeurten van weerman Ed Aldus over de klimaatsverandering en internetexpert Danny Mekic.

Onafhankelijkheid van de kwaliteitsborger

Om te beginnen peilde dagvoorzitter Simone van Trier de houding van de aanwezigen ten opzichte van de aanstaande Wkb. Ze bespeurde weinig enthousiasme. ‘Het mot maar,’ vatte ze de algemene stemming samen. Bart Dunsbergen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks­relaties (BZK) voelde zich daarom genoodzaakt te benadrukken dat de aanstaande wet een verbetering beoogt van de huidige bouwpraktijk. De bouwkwaliteit gaat omhoog en de verantwoordelijkheden worden helderder: het wordt bij problemen veel minder eenvoudig (om niet te zeggen: onmogelijk) om naar andere partijen te wijzen. De wet is ook bedoeld om de consument te beschermen. Momenteel wordt deze nog vaak van het kastje naar de muur gestuurd, omdat in de huidige situatie de aannemer na de oplevering niet meer verantwoordelijk is voor de gebreken, die ‘redelijkerwijs’ door de opdrachtgever opgemerkt hadden kunnen worden. Volgens Dunsbergen is het goed dat hier nu verandering in komt.

Hoewel het er wel op lijkt, benadrukte Dunsbergen dat de Wkb geen privatisering is in de strikte zin van het woord. De overheid houdt wel degelijk een oogje in het zeil, omdat het de taak is van de overheid erop toe te zien dat wordt voldaan aan de wet (lees: het Bouwbesluit). Maar de daadwerkelijke uitvoering van deze controles zal worden overgelaten aan private kwaliteitsborgers, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat hun wettelijke taak is om te borgen dat het bouwwerk aan het Bouwbesluit voldoet: het Bouwbesluit formuleert minimale eisen, maar vanzelfsprekend kan de kwaliteitsborger ook aanvullende eisen borgen. Dat zijn dan private eisen, waar de overheid verder geen rol in speelt.

Punt van aandacht is dat de kwaliteitsborger 100% onafhankelijk dient te zijn. Deze notie hield de gemoederen enige tijd bezig, want hoe borg je zoiets? Wanneer bijvoorbeeld een groot aannemersbedrijf al haar werken door dezelfde kwaliteitsborger laat borgen, is die onafhankelijkheid al gecompromitteerd. Het riep de vraag op in hoeverre dakdekkers kunnen samenwerken met één partij. Hoe hiermee om te gaan? Een antwoord hierop werd later geformuleerd door Erik Schot namens de Vereniging Kwaliteitsborgers Nederland. Een vast samenwerkingsverband met bijvoorbeeld een dakadviesbureau hoeft geen enkel probleem te zijn en is alleen maar goed voor de dossiervorming. Het is alleen zaak om de definitieve kwaliteitsborging door een onafhankelijke kwaliteitsborger uit te laten voeren. Alles wat al is gecontroleerd en/of gecertificeerd, hoeft niet meer door de kwaliteitsborger te worden gecontroleerd.

Waarschuwingsplicht

Remco Smith van Fundament Advocatuur gaat ervan uit dat iedereen goed werk wil leveren. Hij hekelde dan ook de veelvuldig gemaakte vergelijking met de auto-industrie, waarbij men er altijd zondermeer van uit mag gaan dat de auto voldoet aan de eisen die eraan worden gesteld. De bouw- en de auto-industrie zijn immers onvergelijkbaar, al was het alleen maar omdat elk gebouw, in tegenstelling tot een auto, uitgaat van een ander ontwerp. Je begint dus bij een gebouw telkens van voren af aan. Hoe te voorkomen dat je later opdraait voor gebreken tijdens de uitvoering? Een verzekering tegen verborgen gebreken is duur. Smith ging met name in op de waarschuwingsplicht van de dakdekker, wanneer hij onregelmatigheden constateert. De dakdekker is verplicht het schriftelijk en ondubbelzinnig aan te geven wanneer hij gebreken constateert in de opdracht of in het werk: dit geldt ook vóór of tijdens het aangaan van de overeenkomst.

Smith memoreerde dat tijdens een bouwproject vaak een soort wantrouwen heerst: er wordt ervan uitgegaan dat de dakdekker gebreken aankaart om meerwerk te kunnen schrijven. In alle gevallen geldt dat, wanneer de dakdekker signaleert dat het niet goed gaat, hij het werk niet moet uitvoeren. Tijdens de discussie die hierop volgde werd
ingegaan op de machtsverhoudingen op de bouwplaats. Ook de aansprakelijkheid van de architect, die zich veelal onttrekt aan de inhoudelijke discussies over zijn eigen ontwerp, werd besproken. De conclusie was dat de samenwerkende partijen in een vroeg stadium met elkaar om tafel zullen moeten en, als het even kan, moeten samenwerken op basis van een langdurige relatie.

De wijze waarop de kwaliteitsborger zou moeten ­opereren begint steeds meer vorm te krijgen. Erik Schot van de Vereniging Kwaliteitsborgers Nederland ging in op de gereedmelding van een project. Ook hij benadrukte dat de meldingsplicht van de betrokken partijen: afwijkingen dienen schriftelijk te worden gemeld aan alle partijen (dus ook de opdrachtgever). Dat laatste is soms lastig, vanwege de eerder genoemde machtsverhoudingen, maar het zorgt er wel voor dat de opdrachtgever in staat wordt gesteld om actie te ondernemen op het gebrek, of er juist voor te kiezen dit niet te doen. Deze acties dienen dan ook te worden vastgelegd en eveneens te worden opgenomen in het dossier.

Het nieuwe normaal

Na de pauze was voorzien in een lezing over klimaatverandering door weerman Ed Aldus van RTV Rijnmond. Hij bracht het luchtig, maar feitelijk was zijn boodschap zeer alarmerend. Het gegeven dat het klimaat in hoog tempo verandert, liet hij eenvoudig zien aan de hand van de statistieken. Tussen 1901 en 2010 is de zeespiegel met 19 cm gestegen. Aldus raadde de aanwezigen dan ook aan een huisje op de Veluwe te kopen, dan heeft men binnen afzienbare tijd een huis aan zee. De 25 warmste jaren van eeuw hadden we allemaal ná het jaar 1988. En de maanden juni, juli, augustus, september en oktober van 2019 waren allemaal de warmste ooit. Wie de verandering van het klimaat ontkent, gaat voorbij aan het overweldigende bewijs van dit soort statistieken. De klimaatverandering houdt kortgezegd in dat de winters zachter worden: het voorjaar begint eerder en de winter ­begint later. Langdurige droge periodes zullen worden afgewisseld met zeer natte perioden met zeer hevige neerslag.

Verder vertelde hij smakelijk over diverse technische aspec­ten van de meteorologie. Zo ging hij bijvoorbeeld in op de notie ‘warmer dan normaal deze tijd van het jaar’. Wat ‘normaal’ is, wordt bepaald aan de hand van het langjarig gemiddelde. Hierbij wordt uitgegaan van de drie voorafgaande decennia. Momenteel wordt uitgegaan van de gemiddelden van de jaren 1981-2010. Vanaf volgend jaar, 2020, verschuift dit en wordt uitgegaan van de gemiddelden van de jaren 1991-2020. Dan zullen we waarschijnlijk minder te horen krijgen dat het bijvoorbeeld warmer is dan ‘normaal’, omdat de hogere temperatuur (of bijvoorbeeld de hoeveelheid neerslag) dan het nieuwe ‘normaal’ zal zijn.

Tenslotte ging internetexpert Danny Mekic in op de kansen en bedreigingen in de digitale wereld. De wereld digitaliseert in hoog tempo, wat hij illustreerde aan de hand van een vergelijking tussen de computer die de Apollo 11 naar de maan begeleidde (Apollo Guidance Computer AGC) met de huidige smartphones (die veel meer geheugen en
vermogen hebben). Deze ontwikkeling biedt kansen, maar ook bedreigingen. Onze afhankelijkheid van de technologie is de meest in het oog springende bedreiging. Aan de andere kant zijn de commerciële mogelijkheden ­legio. Mekic liet dit zien aan de hand van een lijstje manieren om ‘alles aan iedereen te verkopen’.

Zo werd het ProBitumen Benelux Management Symposium alsnog optimistisch besloten. Ter afsluiting stelde Dirk Theuns alvast de volgende editie van het symposium in het vooruitzicht, de lustrumeditie, waar zonder twijfel de hier besproken onderwerpen opnieuw ter sprake zullen komen.

Labels