Roofs 2020-01-18 'Als je geen fouten maakt, dan hoef je ook niets vast te leggen'

Aan tafel met… Hajé van egmond

In deze rubriek laat Roofs markante personen van binnen en buiten de dakenbranche aan het woord. De insteek is om de visie en de persoon achter die visie voor het voetlicht te brengen.

Het duurt nog precies een jaar voordat de eerste fase van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) van kracht zal worden. Vanaf 1 januari 2021 zal de wet gefaseerd in werking treden. De experimentele fase van de pilotprojecten is inmiddels voorbij en momenteel worden de proefprojecten uitgevoerd met behulp van de (in totaal vier) geselecteerde instrumenten van kwaliteitsborging. Hajé van Egmond van adviesbureau Geregeld bv uit Delft was als kwartiermaker nauw betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe wet. Hij vertelt dat hem oorspronkelijk een andere systematiek voor ogen stond, meer gebaseerd op wederzijds vertrouwen. “Mede door de moeizame totstandkoming van de wet (de invoering werd verschillende keren uitgesteld) is de wet, heel Nederlands, redelijk dichtgetimmerd. Ik ben heel blij dat de wet er komt, al is het op deze manier wel meer georganiseerd wantrouwen dan vertrouwen geworden.”

Waarom een Wkb?

Hoe is Van Egmond als kwartiermaker betrokken geraakt bij de totstandkoming van de Wkb? “Ik was, in verschillende hoedanigheden en voor verschillende werkgevers, al langere tijd werkzaam voor het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK). Ik begon eind jaren ’90 als adviseur te werken voor de overheid tijdens de Kwalitatieve Woonregistratie, een onderzoek naar de kwaliteit van de Nederlandse woningvoorraad. Later was ik ook betrokken bij o.a. de aanpassingen van het Bouwbesluit 2003 en 2012. De Wkb is al langere tijd in ontwikkeling, de eerste proefprojecten vonden plaats in 2002. Het was op een gegeven moment een logisch vervolg dat ik als één van de drie kwartiermakers binnen het Instituut voor Bouwkwaliteit door zou werken aan de verdere ontwikkeling van de Wkb.”

“De wet is onder verschillende bewindslieden tot stand gekomen, waardoor er in de loop der jaren verschillende dynamieken waren, al naar gelang de waarde die de bewindspersoon aan de wet heeft gehecht. Onder minister Blok is de Wkb uiteindelijk in de beslissende fase terecht­gekomen. Zijn opvolger Plasterk kreeg de wet niet door de Eerste Kamer en onder de huidige minister Ollongren wordt de wet uiteindelijk doorgevoerd.”

De reden dat het zo lang heeft geduurd, was mede de discussie over de ‘aansprakelijkheid’. Zoals bekend wordt met de invoering van de Wkb het begrip ‘verborgen gebreken’ verleden tijd. Waar momenteel de aannemer niet meer aan te spreken is op gebreken die na de oplevering aan het licht komen, blijft onder het regime van de Wkb de aannemer ook na de oplevering verantwoordelijk voor zijn werk, tenzij hij aantoonbaar kan maken dat het gebrek niet is te wijten aan zijn handelen. Waar dit enerzijds een kans is voor het aannemersbedrijf om te staan voor de kwaliteit die het bedrijf levert, wordt anderzijds ook gevreesd dat dit tot een enorme stijging zal leiden van het aantal kleine reparaties waar de aannemer voor terug moet komen.

Van Egmond is niet zo bang voor dat laatste. “Het enige dat de Wkb feitelijk doet, is het naar voren verleggen van de discussie over de kwaliteit. Jurisprudentie zal moeten uitwijzen wie op welk moment voor wat voor fouten aansprakelijk is, maar duidelijk is al wel dat de wet doet wat het beoogt: de consument beschermen. De verschillende bouwpartijen zullen zich meer bewust worden dat ze in een geheel functio­neren: je alleen concentreren op je eigen werkzaamheden kan niet meer, omdat je een waarschuwingsplicht hebt. Als de dakdekker bijvoorbeeld constateert dat de ondergrond niet geschikt is om de dakbedekking op aan te brengen, moet hij dit melden aan zowel de hoofdaannemer als de opdrachtgever: hij doet er verstandig aan het werk niet uit te voeren. Zelfs als hij hiertoe schriftelijk opdracht krijgt van de hoofdaannemer en opdrachtgever is het linke soep, omdat de dakdekker de specialist is.”

Een tweede belangrijke wijziging in de Wkb is het zogenoemde consumentendossier dat een aannemer bij oplevering aan zijn opdrachtgever moet overleggen. “De plicht geldt overigens ook voor onderaannemers richting hoofdaannemers. Opdrachtgevers en (onder)aannemers mogen onderling afspreken dat er geen consumentendossier hoeft te worden geleverd bij de oplevering, maar ik zou dat in alle gevallen wél doen. Met een goed en volledig dossier toont de aan­nemer aan dat vooraf is nagedacht over de juiste oplossing en is ook te controleren of de bedachte kwaliteit ook daadwerkelijk in de praktijk is geleverd. Op deze manier draagt de wet naar alle waarschijnlijkheid juist bij aan het terug­dringen van de faalkosten.”

Vier instrumenten

Zoals gezegd is de experimentele fase voorbij en worden momenteel de proefprojecten uitgevoerd met behulp van de vier toegelaten instrumenten voor kwaliteitsborging. Een instrument is een werkwijze waarmee een kwaliteits­borger tijdens de bouw toeziet op het voldoen aan de geldende voorschriften. Dus bijvoorbeeld een erkennings­regeling of certificering. Deze instrumenten zijn:

  • Woningborg
  • SWK-VKB
  • TIS (Technical Inspection Service)
  • KiK (in combinatie met BRL 5019, gecertificeerde Bouwbesluittoets)

Roofs zal deze instrumenten in vervolgartikelen nader beschrijven.

“Ik krijg regelmatig de vraag wat je nu allemaal moet gaan vastleggen en bewijzen na invoering van de Wkb,” vertelt Van Egmond. “Mijn antwoord is dan: ‘Niets, als je geen fouten maakt!’ Vanzelfsprekend maakt iedereen fouten, dus het komt erop aan om de kans op fouten te minimaliseren en voor de gevallen wanneer er wel een fout wordt gemaakt goed te documenteren wat er gebouwd is. Ik ben ervan overtuigd dat de Wkb de kans op grote en (bijna-)fatale bouwfouten kleiner maakt. Denk bijvoorbeeld de instorting van de parkeergarage bij Eindhoven Airport en het AZ-stadion. Wanneer je als bouwende partijen de werkzaamheden zelf vastlegt, word je automatisch gedwongen te controleren of alles wel klopt. Uiteindelijk gaat het erom: krijgt de consument waar voor zijn geld? Ik denk dat de consument na de invoering van de Wkb de kwaliteit gaat krijgen waarvan hij altijd al dacht dat hij die kreeg.”

Labels