Roofs 2020-01-31 Haperende recyling bedreiging legitimiteit Nederlandse zonnesector

Column Dakenvrouw van het Jaar 2018

De kakelverse Europese Groene Deal belooft een ongekende golf aan nieuwe EU-maatregelen en miljarden in gang te zetten. Tegelijk kunnen we in Nederland nog veel groene winst behalen door bestaande EU-regels scherper uit te voeren. Neem recycling van zonnepanelen. In het kielzog van het stormachtige succes van zonne­stroom doemt de vraag op: wat doen we met al die panelen aan het eind van hun levenscyclus?

De berg afgedankte panelen zal hard groeien: volgens de International Renewable Energy Agency van 1,7 tot 8 miljoen ton in 2030 naar 60 tot 78 miljoen ton in 2050. Daarnaast zal het aandeel van oude zonne­panelen in de jaarlijkse stroom elektronisch afval toenemen van bijna nihil nu naar 10% in 2050, ofwel ettelijke miljoenen ton per jaar.

Bedrijven als het onze kunnen zonnepanelen onmogelijk met droge ogen als schoon en milieuvriendelijk aan­prijzen als ze aan de eindstreep op de vuilnisbelt ­terechtkomen. Dus wat we in de nabije toekomst nodig hebben, is een geöliede recyclingmarkt. Op papier ziet de uitgangspositie er niet slecht uit. In de Europese e-waste richtlijn WEEE zijn harde normen vastgelegd voor recycling van zonnepanelen. EU-landen moeten minimaal 80% van alle oude zonnepanelen inzamelen en minimaal 85% van het gewicht van die zonnepanelen omzetten in herbruikbaar materiaal.

De richtlijn dicteert dat de eerste partij die panelen een EU-land binnenbrengt, ofwel de ‘producent’, voor de kosten opdraait van de inzameling en recycling aan de eindstreep. Dat kan de fabrikant van zonnepanelen zelf zijn, of een importeur. Om naleving te garanderen, moeten producenten verder elk geïmporteerd zonne­paneel in het WEEE-register registreren.

Maar er zitten addertjes onder het gras als we kijken naar de manier waarop Nederland de EU-regels toepast. In de praktijk besteden producenten inzameling en recycling van oude panelen uit aan inzamelingscollectieven: dit tegen betaling van een fee. Sommige producenten proberen die fee echter te omzeilen door hun panelen niet aan te melden bij het nationale WEEE-register. Als oude panelen van zulke ‘free riders’ bij een inzamelingscollectief opduiken, worden ze geweigerd omdat niet te achterhalen is wie voor de kosten verantwoordelijk is. Deze ‘spookpanelen’ worden dus niet gerecycled en ondermijnen zo de doelen van de WEEE-richtlijn. Een des te hardnekkiger probleem, omdat er weinig controle is en de Nederlandse overheid free riders op dit moment niet pro-actief op de vingers tikt.

Een andere kink is dat installatiebedrijven het belang van recycling voor de groene reputatie van zonnestroom niet altijd scherp op het netvlies hebben staan. Maar het zijn juist de installateurs die veel oude panelen van het dak afhalen. Het is dus cruciaal dat juist zij precies weten hoe ze oude panelen verantwoord kunnen afvoeren. Veel oude panelen stapelen zich echter op in de opslagplaats van installateurs of belanden aan straat. Installatiebedrijven blijven verder buiten hun schuld met spookpanelen zitten, omdat ze niet kunnen bewijzen wie de producent is.

Onze zuiderburen laten zien hoe het beter kan. Zo heeft België ervoor gekozen om recycling van zonnepanelen vooraf te financieren via een recyclingbijdrage van een paar euro per paneel. Dit geld gaat in een speciaal fonds, waar inzameling en recycling uit worden betaald. De prikkel voor slecht gedrag van producenten wordt zo weggenomen: ze zijn niet meer direct verantwoordelijk voor de recyclingkosten. De Nederlandse overheid doet er goed aan om de Belgen schaamteloos te kopiëren en verder snel te beginnen met een hardere aanpak van free riders op de markt voor zonnestroom. Elk afgedankt zonnepaneel op de vuilnisbelt werpt een lange schaduw over de hele sector.

Roebyem Anders

Labels