Roofs 2020-01-34 Durf te dromen

Special instroom, onderwijs en vacatures

De dakenbranche kent twee opleidingsinstituten: TECTUM en BDA Opleidingen. Roofs interviewde de directeuren van beide opleidingsinstituten over de stand van zaken op het gebied van onderwijs in de dakenbranche. Beide heren zijn positief gestemd: de dakenbranche heeft de zaken goed geregeld.

Karel-Jan Batenburg (directeur TECTUM) en Paul Verkaik (directeur BDA Opleidingen) kennen elkaar al lang en goed. Door dat contact zijn ze prima in staat om op een uitstekende manier samen te werken. Beide opleidingsinstituten zijn complementair aan elkaar: waar TECTUM de vak- en kaderopleidingen beroepsopleiding en korte cursussen verzorgt volgens de CAO BIKUDAK, richt BDA Opleidingen zich op de UTA-opleidingen en cursussen, o.a. op het gebied van de installatie van zonnepanelen en bijvoorbeeld cursussen op maat voor toeleveranciers.

Hoewel beide instituten in theorie elkaars concurrenten zijn, is dat in de praktijk nauwelijks het geval. “We gunnen elkaar ook wat,” zegt Batenburg. “Dikwijls verwijzen we naar elkaar door. Er zijn regelmatig mensen die bij ons de OKD-opleiding volgen, nadat ze eerst bij BDA Opleidingen de Dakcursus Platte Daken hebben gevolgd. En andersom verwijzen wij voor bepaalde, meer specialistische cursussen ook weer door. Beide instituten vullen elkaar aan, zodat er een compleet aanbod ontstaat op het gebied van opleiden voor de dakenbranche.”

Instroom

De doelstelling van TECTUM is traditioneel het bevorderen en opleiden van nieuwe instroom. Leerling-dakdekkers worden door het opleidingsbedrijf gedetacheerd bij dakbedekkingsbedrijven en door dit dienstverband heeft de leerling zekerheid. Ook kan door dit gegeven de benodigde inzet van de leerling worden geëist. In de loop der jaren is het takenpakket van TECTUM wel steeds verder uitgebreid, vooral vanwege het gegeven dat jong, gekwalificeerd personeel dat in de dakenbranche aan de slag gaat, ook voor de branche moet worden behouden. Dit enerzijds door de branchevoorzieningen zo aantrekkelijk mogelijk te houden, anderzijds door zo stevig mogelijk in te zetten op een goed geregelde werkpraktijk (zodat de dakdekker zo lang mogelijk op een gezonde manier op het dak werkzaam kan blijven). Dit werpt zijn vruchten af, aldus Batenburg: “Vroeger waren er van de 100 gediplomeerde dakdekkers na twee jaar alweer zo’n 40 uit de branche verdwenen. Dat is pure kapitaalvernietiging. Tegenwoordig zijn er 85 van de 100 gediplomeerden na twee jaar nog steeds in de dakenbranche werkzaam.”

TECTUM verzorgt in het kader van de CAO BIKUDAK o.a. de verplichte VakScan, een driejaarlijkse controle op de competenties van de dakdekker. Batenburg: “Hiermee wordt in kaart gebracht welke vaardigheden de dakdekker voldoende beheerst om zijn vak op een goede manier uit te kunnen voeren. Daar hoort ook bij dat de scan laat zien waar iemand zich nog kan en moet verbeteren. Uit zichzelf onder­werpt iemand zich niet zo snel aan dergelijke controle, omdat het tijd kost en ook omdat het best confronterend kan zijn om te horen waar je je nog kunt verbeteren. Maar tegelijk merk je ook dat het een positief effect heeft op het vakmanschap van de dakdekkers. Ik vergelijk het maar met een tandartscontrole, of een APK: het is een vorm van onderhoud. Als je het niet doet, kan het kort of lang duren, maar veel vaardigheden zullen dan uiteindelijk minder worden en wegzakken.”

BDA Opleidingen verzorgt de alom gewaardeerde Dakcursus Platte Daken, waarmee de theoretische basis van het ontwerp, uitvoering en beheer van platte daken wordt onderwezen, maar ook bijvoorbeeld een cursus Onderhoudsinspecteur/ Conditiemeting op basis van NEN 2767. “Bij deze cursus moet je het dak leren lezen,” vertelt Verkaik. “Ik zeg dan wel eens: kijk maar naar mijn gezicht. Je ziet de kenmerken, de groeven en je kunt daaruit afleiden hoe het met me gesteld is en, met alle respect, mijn conditie en vermoedelijke resterende levensduur. Zo moet je ook de kenmerken van de staat van het dak kunnen herkennen. Dit is dan een cursus die vooral interessant is voor de grotere dakdekkersbedrijven, die veel conditie­metingen en onderhoudsinspecties moeten uitvoeren. Maar we spelen met bijvoorbeeld de cursus Dakinspectie ook een rol in de duurzame inzetbaarheid van personeel. Dit is een cursus die veelal wordt gevolgd door ervaren dak­dekkers, die lichamelijk minder zwaar werk willen gaan doen.”

Verkaik: “Sinds 2006 is ons aanbod er vooral op gericht om het bestaande personeel beter te maken. Met specifiek gerichte cursussen kunnen we inspelen op nieuwe ontwikkelingen. De opkomst van de markt voor zonne-energie is een belangrijke focus. Omdat dat een relatief jonge groeimarkt is, gaan om die reden vaak nog dingen mis. Een toekomstgericht dakdekkersbedrijf gaat met deze materie aan de slag. Durf te dromen: een professionele organisatie denkt altijd na over de vragen: “Wat kunnen we, wat willen we, hoe lean zijn we?’ Het antwoord op die vragen levert altijd actiepunten op, opleiding is er daar één van. Wat bedrijven zich vaak onvoldoende realiseren, is dat ook voor UTA-medewerkers in de dakenbranche twee cursusdagen per jaar kunnen worden gesubsidieerd, waardoor de investering beperkt is. Gebruik deze dan ook om je mensen nog beter te maken.”

Er worden in de markt natuurlijk ook veel leveranciersopleidingen aangeboden, maar dat is volgens beide heren niet te vergelijken met het aanbod van de beide opleidingsinstituten. “Alles wat de dakdekker beter maakt in zijn vak is welkom, dus er is helemaal niets op tegen dat leveranciers hun klanten cursussen aanbieden,” zegt Batenburg. “Maar de insteek is eenvoudigweg anders: het aanbod van de beide opleidingsinstituten is veel breder en dieper, omdat het zich niet toespitst op één assortiment. En de waarde van een goede, pedagogische onderbouwing van een cursus of opleiding is niet te overschatten.”

Dorpje van Astérix

Een bekend probleem in de bouwbranche is het gebrek aan gekwalificeerd personeel. Dat is voor de dakenbranche niet anders, met het verschil dat de instroom in de dakenbranche heel behoorlijk op peil is. Beide opleidingsinstituten zitten behoorlijk ‘vol’. Batenburg: “We streven naar een stabiele hoeveelheid leerling-dakdekkers in de vakopleidingen: we willen geen ‘ijsverkoper’ zijn, waarbij we het ene jaar heel veel en het andere jaar heel weinig deelnemers zouden hebben. Dat kan niet, want wij hebben ook onze voorzieningen en docenten. We willen dus een stabiele instroom creëren, zodat het opleiden van vakmensen ook financieel verantwoord voor de sector blijft.”

Verkaik verwacht dat de groei hem vooral in een hechtere samenwerking tussen beide opleidingsinstituten zal zitten. “De ontwikkelingen op het gebied van zonnedaken, groendaken, gebruiksdaken, etc. vergroten de noodzaak van allround personeel, want versnippering van de werkzaam­heden komt op deze gebieden de kwaliteit niet ten goede. Dat betekent ook dat de vraag naar een compleet aanbod op het gebied van opleidingen en cursussen groter wordt. Daarover zijn we nu in gesprek en aan het nadenken, waarbij ook de samenwerking met bijvoorbeeld hoveniersopleidingen wordt meegenomen.”

Vergeleken met andere branches heeft de dakenbranche het goed voor elkaar. Dat is opvallend, omdat de daken­branche een kleine branche is. Batenburg: “Je kent waarschijnlijk wel het Gallische dorpje van Astérix, het kleine dorpje aan de kust dat moedig weerstand biedt tegen de Romeinse overheersers. Je zou de dakenbranche daar in die zin mee kunnen vergelijken, dat er geen enkele andere bouwbranche is die zijn zaken op tal van gebieden zo goed heeft georganiseerd. Dat is iets waar we best trots op mogen zijn.”

Vluchtelingen en vrouwen

Niettemin is er wellicht extra instroom mogelijk door nieuwe doelgroepen aan te spreken, zoals vluchtelingen en vrouwen. Beide opleidingsinstituten zijn deze mogelijkheden inderdaad aan het onderzoeken. Verkaik vertelt dat je bij de inzet van vluchtelingen nog te maken hebt met administratieve rompslomp. Batenburg voegt toe dat het taalprobleem ook nog een barrière vormt, omdat een goede taalvaardigheid ook onderdeel is van de officiële dakdekkersvakopleiding. Maar dat neemt niet weg dat veel vluchtelingen heel goede dakdekkers kunnen zijn, waarvan sommigen in het land van herkomst al een goede opleiding hebben genoten. Elders in dit nummer wordt getoond dat vrouwen ook heel geschikt zijn voor het werk. Batenburg: “Ja, waarom zouden vrouwen geen goede dakdekkers kunnen zijn? Er moet dan wel een goede balans zijn, want je kunt bijvoorbeeld zware sloopwerkzaamheden niet door vrouwen laten uitvoeren.”

De dakenbranche is kortom in beweging en doordat de zaken ook via de CAO en met een professioneel geor­ganiseerde opleidingsstructuur goed op poten staan, zal in de toekomst op een goede manier kunnen worden ingespeeld op de ontwikkelingen.

Labels