Roofs 2020-02-14 Een veiligheidslabel voor daken

SVDN viert met symposia haar 15-jarig bestaan

Stichting Veilig Dak Nederland (SVDN) in Breda bestaat dit jaar 15 jaar. De gelegenheid werd aangegrepen om een serie symposia rond veilig werken op hoogte te organiseren. In samenwerking met Ten Holter Noordam advocaten en Comforthome bv werden twee bijeen­komsten georganiseerd om het veilig werken op daken te bevorderen. Vanwege de belangstelling en de hoge waardering is inmiddels besloten de reeks te verlengen.

De symposia die tot nu toe zijn gehouden, vonden op 16 januari en 21 januari 2020 plaats in het kantoor van de stichting in Breda. In het welkomstwoord van Con van Meer, initiatiefnemer en bestuurder bij SVDN, zag hij terug op zijn motivatie de stichting te beginnen: op onafhankelijke basis veilig werken op hoogte bevorderen. Inmiddels staat men bijvoorbeeld opdrachtgevers bij met raad en daad. Een voorbeeld van dat laatste is het verzorgen (ook weer op onafhankelijke basis, dus niet productgericht) van een RI&E. Daarbij werkt de stichting vanzelfsprekend volgens de Arbeidshygiënische strategie, die uitgaat van de bronaanpak: voorkomen dat er valgevaar ontstaat. Wanneer dat niet mogelijk is, moet er een collectieve oplossing gevonden worden en pas in laatste instantie kan worden gekozen voor de toepassing van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM). Daarbij dienen de werkzaamheden centraal te staan: men kan er dus ook voor kiezen géén voorzieningen te treffen, wanneer men kan aantonen dat dit voor de betreffende situatie het meest veilig is.

Aansprakelijkheid

Het leeuwendeel van het symposium werd besteed aan een uiteenzetting over de respectievelijke verantwoordelijk­heden. Casper Dekker en Marcel Smit van Ten Holter Noordam advocaten gingen in op de verantwoordelijkheid van de werkgever, vanuit de Arbeidsomstandighedenwet, om te zorgen voor een veilige werkplek voor de medewerkers. De sprekers putten uit hun ervaringen bij het afhandelen van ongelukken in de bouw. Zij lardeerden hun betoog dan ook met diverse werkelijk voorgevallen bedrijfsongevallen (cases) die zeer verhelderend werkten. Dat leidde tot veel vragen van de toehoorders, die daar ook toe werden uitgenodigd. Zo werd tijdens de discussie de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever besproken, die is geregeld in de Woningwet. Kort gezegd komt het erop neer dat een dakdekkersbedrijf met recht kan weigeren bij de constatering dat de werkzaamheden niet op een veilige manier zijn uit te voeren (c.q. er geen budget wordt vrijgemaakt voor de juiste veiligheidsmiddelen). Wanneer is een werknemer een onderaannemer (en omgekeerd)? Volstaat het om het veilig werken in de opdracht te noemen? Dat soort vragen.

Tijdens de presentatie werd met name ingegaan op de vraag wat de gevolgen zijn van een inspectiebezoek van SZW en de te voeren verweren bij een rechtszaak. “Men is verplicht mee te werken met de inspectie, maar wanneer een ongeval heeft plaatsgevonden betreft het een onderzoek. In het ene geval betreft het bestuursrecht, in het andere strafrecht,” aldus Smit. “In het geval het een strafrechtelijk onderzoek naar aanleiding van een (val)ongeval betreft, kan men zich beroepen op het zwijgrecht: in het Nederlandse recht is geregeld dat men niet hoeft mee te werken aan de eigen veroordeling. De bewijslast ligt bij inspectie en onderzoek tegengesteld: bij inspectie is de dakdekker verplicht te bewijzen dat alles in orde is, bij een strafrechtelijk onderzoek moet het Openbaar Ministerie bewijzen dat er een over­treding is begaan.”

“Vraag bij het bezoek van een inspecteur altijd expliciet naar de aanleiding, grondslag en het doel van het bezoek, zodat duidelijk wordt of sprake is van bestuurs­rechtelijk toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften, of dat het gaat om de strafrechtelijke opsporing van strafbare feiten (wie wordt verdacht van het begaan van welke strafbare feiten). In dit kader kan het verzoek aan de toezichthouder/opsporingsambtenaar worden gedaan om zijn of haar legitimatiebewijs te tonen. Op het identificatie­bewijs staat wie de toezichthouder/opsporingsambtenaar is en onder verantwoordelijkheid waarvan hij werkzaam is.”

“Zowel voor toezicht als voor opsporing (na een ongeval) is het raadzaam de ontvangst en het gehele bezoek van de toezichthouder(s) onder begeleiding van twee personen te laten plaatsvinden. De opvangcoördinator onderhoudt het contact met de toezichthouder(s)/opsporingsambtenaren, terwijl een collega aantekeningen maakt van hetgeen voorvalt en wordt besproken.” De gevolgen bij een ernstig ongeval zijn voor alle partijen mogelijk verstrekkend. De emoties mogen niet onderschat worden, vrijwel iedereen is van slag. Het is van belang dan te weten wat om welke reden gevraagd en gedaan wordt, wat mag en wat niet, wat moet en wat niet, etc. Smit gaf met heldere voorbeelden aan hoe te handelen.

Casper Dekker ging o.a. in op de praktijk van stillegging van het werk. “De mogelijkheid voor het stilleggen van werkzaamheden ontleent de inspectie aan de Arbowet. Hieruit volgt dat wanneer de inspecteur oordeelt dat sprake is van werkzaamheden die ernstig gevaar opleveren voor personen, hij mondeling kan bevelen tot stillegging van de werkzaamheden. Dit kan hij ook doen wanneer een eerder opgelegde eis in het kader van veiligheid nog niet tot uitvoering is gebracht. Daarbij kan de inspecteur de nodige maatregelen treffen en/of de nodige aanwijzingen geven. Gedacht kan worden aan het niet langer gebruiken van bepaalde bedrijfs-apparatuur of het verzegelen van arbeidsmiddelen of –plaatsen. Overtreding van een bevel en de daaraan gekoppelde maatregelen en/of aanwijzingen is een economisch delict. Indien de inspecteur van oordeel is dat het ­ernstige gevaar geweken is, wordt het bevel weer ingetrokken. Daarmee lijkt deze verstrekkende maatregel al snel voor discussie vatbaar en nauwelijks geclausuleerd. Voor bedrijven is het dan moeilijk inschatten of de stillegging terecht is. Het is dan ook zaak om snel scherp te krijgen wat de inspecteur heeft waargenomen, want op basis van die waarneming wordt het bevel gegeven. Bij dergelijke waar­nemingen kan gedacht worden aan het niet aangelijnd op daken werken of het aanwezig zijn van gebroken asbestplaten, zonder de daartoe vereiste veiligheidsmaatregelen.”

Veiligheidslabel

Ton Berlee van Comforthome bv werd aangekondigd als ‘futuroloog’, waar hij zichzelf vooral beschouwt als ‘productontwikkelaar’. Dat belette hem niet om in te gaan op enkele trends op het gebied van veilig werken, waarbij hij aangaf dat veilig werken te maken heeft met de factoren ‘mens’, ‘cultuur’, ‘techniek’ en ‘infrastructuur’. Al deze thema’s zijn in ontwikkeling, waarbij de feilbare mens mag gelden als de zwakste schakel en de cultuur als hetgeen dat het beste valt te beïnvloeden. Wat betreft de ontwikkelingen op het gebied van techniek gaf Berlee aan dat de bouw zich razendsnel ontwikkelt: er wordt steeds meer prefab geproduceerd en op het gebied van nieuwbouw betekent dat ook een verbetering van de veiligheid. De verdergaande digitalisering van de bouw ziet hij, bij alle nadelen, als een andere, positieve verandering op het gebied van veilig werken op hoogte, omdat informatie hierdoor eenvoudiger kan worden uitgewisseld.

Ter afsluiting ging Mark Blaakman, eveneens bestuurder bij SVDN, nader in op de activiteiten van de stichting. “Wij hebben een droom die wij willen verwezenlijken. Wij willen een label in het leven roepen, vergelijkbaar met het Energielabel, dat het veiligheidsniveau van het dak aangeeft, variërend van bijvoorbeeld A t/m D. Verder zou in de toekomst niemand, behalve de dakspecia­listen, het dak (professioneel) meer mogen betreden. Dat houdt in dat er een registratie moet komen van personen die bevoegd zijn zich op het dak te begeven. Hierover zijn met de diverse partijen gesprekken gaande die zich al in een verder gevorderd stadium bevinden.”

Na het programma was er voldoende ruimte om na te praten, vragen te stellen en te evalueren op het programma. SVDN kijkt terug op twee zeer geslaagde ochtenden en organiseert binnenkort een derde (en laatste) bijeenkomst. De datum voor deze laatste bijeenkomst is nog niet bekend, maar volgt binnenkort.

Labels