Roofs 2020-02-22 Certificering onderdeel van kwaliteit

Erik eN De Anderen

Bewust of onbewust wordt bij het aanbrengen van een dak altijd een keuze gemaakt tussen ‘goed’ of ‘goedkoop’. Maar hoe bepaal je ondubbelzinnig wat ‘goed’ is?

Laatst belde de directeur van een dakdekkersbedrijf mij op om navraag te doen over de criteria die NDA hanteert om bedrijven toe te laten tot Coninko, de inkooporganisatie voor dakdekkersbedrijven. Ik antwoordde simpelweg dat een toetredend dakdekkersbedrijf allereerst een goede solvabili­teit moet hebben en bij voorkeur ook eigen dakdekkers in dienst heeft. En dat het tevens een jaaromzet draait van ruim 2 miljoen euro, waarbij een inkoopvolume van meer dan 26% in materiaal wordt gerealiseerd. Als je als dakdekkers­bedrijf hieraan voldoet, is het namelijk direct merkbaar dat het financieel interessant is om toe te treden.

Het dakdekkersbedrijf vroeg mij daarna of er nog eisen met betrekking tot certificering of het werken met gecertificeerde producten als criteria worden meegenomen. Hijzelf gaf aan dat zijn dakdekkersbedrijf al vele jaren op kwaliteit gedreven is. Het maakt mooie werken in de nieuwbouw, waarbij hij vaak de goedkoopste kan zijn door een mooie import van buitenlandse materialen en door nergens bij aangesloten te zijn, want dat kost alleen maar extra geld! Wars van eigen certificering, omdat vaak wordt gewerkt met onderaannemers, waar dan zomaar van uit wordt gegaan dat zij de benodigde papieren hebben en materialen verwerken zonder KOMO, omdat die uiteraard een stuk goedkoper zijn - en volgens de fabrikant net zo duurzaam zijn als de gangbare producten in Nederland met KOMO.

Bewezen kwaliteit of de goedkoopste kwaliteit?

Zo hangt al jaren de vlag erbij binnen de dakenbranche. Tweespalt tussen de gecertificeerde bedrijven met oog voor bewezen kwaliteit en de vrije vogels, met oog voor de ‘goedkoopste’ kwaliteit! Vanuit de uitvraag van de opdrachtgever naar de dakdekker ben ik dan ook altijd nieuwsgierig of er nog wel wordt gevraagd naar de nodige certificering. En als men overal certificering heeft geregeld, waar ligt dan het onderscheidende thema tussen de dakdekkers­bedrijven onderling?

Mijn conclusie is dat jammer genoeg in de nieuwbouw steeds minder de vraag wordt gesteld of het uitvoerende bedrijf gecertificeerd is. Op basis van prijs wordt bepaald wie de goedkoopste kwaliteit mag aanbrengen. Dit is al jaren een doorn in het oog van menig dakeigenaar, die later met de slechte keuze vanuit de nieuwbouw wordt geconfronteerd door veel meer onderhoud en zelfs naar voren getrokken volledige renovaties. Een kwalitatief dak mag gemiddeld toch wel zo’n 20-25 jaar meegaan. Maar doet dat dak dit in de huidige praktijk?

Uiteraard wordt binnen de nieuwbouw het toepassen van KOMO-gecertificeerde materialen direct gevraagd, waarbij ook de bewijsstukken worden geëist, als ook de garantiecertificaten. Toch vinden onze inspecteurs van DIAC Dakadvies bij hun onafhankelijk dakonderzoek nog steeds met enige regelmaat het buitenlandse rolletje zonder KOMO terug op de daken, die vanuit de nieuwbouw gegund en na 11-12 jaar alweer volledig versleten zijn.

Resultaatgericht onderhoud

In het onderhoud is men inmiddels, zeker op bedrijfsniveau, door schade en schande wijs geworden. En met de komst van RGS (Resultaatgericht Samenwerken) bij o.a. woningbouwverenigingen is de nieuwe tendens om de dakdekkers­bedrijven zelf voor de komende 20 jaar verantwoordelijk te stellen voor het in stand houden van het dak (middels prestatie-eisen). De expert verantwoordelijk houden voor de lange levensduur met zo min mogelijk uitval: die doet het in één keer goed! RGS leidt tot betere kwaliteit en biedt ook de kans voor een opdrachtgever om (binnen zijn vast te leggen prestatie-eisen) de gewenste certificering te eisen, waaraan moet worden voldaan vanuit product en uitvoerend bedrijf.

Ook de uitvoering is onderhevig aan kritiek. Onderaannemers, snelheid van werken, buitenlandse werknemers: we generali­seren, maar deze zaken komen de kwaliteit helaas niet ten goede. En waar kunnen wij ons dan als kwaliteitsbedrijven mee onderscheiden:

  • het opleidingsniveau van onze eigen mensen, via organisaties zoals TECTUM, telkens verbeteren;
  • toeleggen op specialisme door trainingen en ondersteuning van de fabrikant;
  • het eigen bedrijf certificeren op het gebied van de BRL 4702, ISO 9001, 14001 (milieu)
  • werken conform de Vakrichtlijnen;
  • onderscheidende lidmaatschappen zoals DAKMERK, NDA (BRL 4702) en Coninko (solvabiliteit) en branchevereniging VEBIDAK (minimale eis OKD opleiding)

Want wat is belangrijker: een goed uitvoerend bedrijf of een goed kwalitatief topproduct?

Allebei uiteraard, een topproduct met bewezen levensduur en een goed uitvoerend dakdekkersbedrijf. Ondanks de opmerking dat een slecht uitvoerend bedrijf met een uitstekend product slechtere daken maakt dan een hoogwaardig uitvoerend bedrijf met een uiterst zwak product: kwaliteit wordt gemaakt door een goede balans in (hoogwaardig) product en (een hoogwaardige) uitvoeringstechniek.

En wil je dan als aannemer of gebouweigenaar niet alleen op de blauwe ogen selecteren en het vertrouwen van horen zeggen, dan zal het toch wel op de certificering van product, bedrijf en personeel lukken. Heeft men wel eens een nominatie ontvangen voor een Gouden Brander door veel zorg te besteden aan opleidingen van eigen personeel middels het Scholingsfonds? Zijn de certificaten ingelijst en hangen die aan de wand van het kantoor? Of is men lid van een overkoepelende organisatie, met prestatie-eisen op het gebied van certificering? Dan pas kan een opdrachtgever met een gerust hart gaan slapen. Het uitvoeringsdeel is gecertificeerd en goedgekeurd voor de werkzaamheden.

Erik Steegman, directeur NDA

Labels