Roofs 2020-02-44 Stoppen voor groen licht?

Aan tafel met… Peter Ligthart

In deze rubriek laat Roofs markante personen van binnen en buiten de dakenbranche aan het woord. De insteek is om de visie en de persoon achter die visie voor het voetlicht te brengen.

“Het is ontzettend snel gegaan,” zegt Peter Ligthart over zijn tijd bij ProBitumen Benelux tot nu toe. In 2016 werd hij directeur van de branchevereniging, toen nog Probasys Benelux geheten, en sindsdien heeft hij een aantal taaie dossiers voor zijn kiezen gekregen. Hoewel hij destijds voor velen in de dakenbranche een nieuw gezicht was, had hij al een lange carrière in de bouw doorlopen. Hij kende zijn voorganger Lodewijk Niemöller al vele jaren en toen deze terugtrad als directeur van de vereniging, kwam hij vanwege zijn kennis van de bouwregelgeving en certificatie al snel in beeld.

Onder zijn directie is de vereniging vorig jaar gefuseerd met de Belgische evenknie Bitubel. Hoewel de Nederlandse en de Belgische markt op onderdelen sterk van elkaar verschillen, opereert men nadrukkelijk als één vereniging. Ligthart merkt dat door deze handelwijze de slagkracht en het bereik van de vereniging is vergroot. Op projectbasis is er soms wel een praktisch onderscheid, Zo organiseert de vereniging jaarlijks voor de Nederlandse markt een managementsymposium, waarmee de kennis rond bitumen en, meer in het algemeen, daken wordt verspreid. Het symposium wordt elk jaar goed bezocht en gewaardeerd. De voorbereidingen voor de lustrumeditie eind van dit jaar zijn alweer gestart. In België organiseerde Bitubel in 2018 een architectuurprijs en als ProBitumen wordt een nieuwe editie voorbereid.

Kwaliteitsborging

Een sterke en actieve branchevereniging voor de bitumineuze dakenbranche is belangrijk, want zowel in Nederland als in België spelen thema’s die een gezamenlijk beleid vergen. Daarbij is het natuurlijk belangrijk om te voldoen aan de wetgeving rond prijsvorming en mededinging. Elke vergadering begint daarom met de expliciete mededeling dat deze onderwerpen niet zullen worden besproken. Onderwerpen die bij vrijwel alle vergaderingen van de vereniging wél aan bod komen, zijn bijvoorbeeld de aanstaande Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), bitumen­recycling, asbest en brandveiligheid. Ligthart bespreekt de onderwerpen in vogelvlucht.

Naast directeur van ProBitumen is Ligthart ook actief als adviseur Bouwregelgeving en Kwaliteitsmanagement. Hij vertegenwoordigt de Aannemersfederatie Nederland (AFNL) in de NEN-commissie die de NPR 8092 opstelt, een richtlijn voor de informatievoorziening in het kader van de aanstaande Wkb. “Ik ben al jarenlang intensief met de WKb bezig en ik merk dat hierover heel veel wordt geroepen, maar niet altijd het juiste. Belangrijk om in het oog te houden is dat de Wkb zowel een wijziging van het privaatrecht als het publiekrecht betreft. De eerste gaat over de verhoudingen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, zoals aansprakelijkheid. De wijziging in het publiekrecht betreft de wijziging van het stelsel van bouwtoezicht en raakt in eerste instantie de (dak)aannemers en de vergunninghouder. Ik verwacht dat de Wkb zal leiden tot een betere kwaliteit in de bouw. Onze leden beschikken over alle benodigde kwaliteitscertificaten om hieraan op een goede manier te voldoen.”

Ligthart: “Er wordt al jarenlang een discussie gevoerd met de isolatiebranche om te komen tot een eenduidige beoordeling van isolatiematerialen en (bitumineuze) dakbedekkingen, omdat er in de huidige situatie geen gelijk speelveld is. De discussie concentreert zich rond de interpretatie van de CPR (CE markering): de isolatie-industrie verzet zich tegen controle door de certificatie-instelling van essentiële kenmerken die voor een goede toepassing in de praktijk van belang zijn (BRL 1309). Dat gebeurt bij dakbedekkingen (BRL 1511) wel structureel. Hetzelfde geldt voor controle van monsters die op werk in uitvoering worden genomen, terwijl daar wel aanleiding toe lijkt te zijn.”

Hete hangijzers

Een ander heet hangijzer is bitumenrecycling. De grootschalige recycling van gebruikte bitumen dakbedekking in een volwaardige, nieuwe dakbedekking is best een weerbarstig verhaal. Ligthart: “Op technisch gebied zijn de leden van ProBitumen hier al klaar voor. We hebben het experimenteer­stadium al jaren achter ons en onze leden hebben al bewezen in staat te zijn op een serieuze schaal volwaardige dakbanen met gerecycled materiaal te produceren. Nu is het moment om dat verder op te schalen. In de praktijk zijn er nog wel wat haken en ogen. Zo is de inzameling van oude dakbedekking een kritische succesfactor en kan het niet zonder meer over de grens worden vervoerd.Recycling van oude dakbedekking past in het streven naar circulair bouwen. Bitumen is een waardevolle grondstof en we zien dat steeds meer partijen bitumen uit oude daken als een interessante grondstof zien. Daarnaast is de unieke mogelijkheid van overlagen van bitumen dakbanen een verlenging van de levensduur met een heel lage impact.”

Ook over asbest in bitumineuze dakbedekkingen doen veel en hardnekkige indianenverhalen de ronde. “Wij hebben daarom een factsheet opgesteld: feit is, dat bitumineuze dakbedekking die na 1985 in de Benelux is geproduceerd, niet asbestverdacht is. In die flexibele bitumineuze dakbedekking (dakbanen) is in de afgelopen vijftig jaar geen asbest verwerkt. Sinds begin jaren ’80 is ook in bitumineuze pasta’s en overige bitumineuze dakproducten geen asbest verwerkt. Bitumineuze daken van na 1985 zijn dan ook niet asbest­verdacht. Bij daken van vóór 1985 bestaat de kans asbest aan te treffen bij detailleringen. Normaal gesproken worden deze detailleringen bij onderhoudswerkzaamheden vernieuwd. Daarom is het belangrijk te weten wanneer deze detaille­ringen zijn aangebracht en wat de historie van het dak is. Bij daken van vóór 1960 kan incidenteel gebitumineerd ­asbestvilt worden aangetroffen. Dit is momenteel de stand van zaken, maar we blijven vanzelfsprekend openstaan voor nader onderzoek over dit onderwerp. ProBitumen stelt zich zo transparant mogelijk op: als er een probleem is, willen we het benoemen en oplossen.”

Tenslotte houden wij de situatie rond brandveiligheid van PV-panelen nauwlettend in de gaten. Het ziet er nu naar uit dat de meeste problemen zich voordoen bij geïntegreerde (BIPV-)systemen, dus op hellende daken, maar we zien dat in het algemeen het probleem wordt verschoven naar de brandveiligheid van de ondergrond van de PV-panelen.
Er worden extra eisen gesteld aan de brandveiligheid van de dakbedekking. Dat is naar mijn mening te vergelijken met het stoppen voor groen licht, omdat er iemand door rood kan rijden. Het probleem moet worden opgelost waar het ligt: de PV-panelen.”

Labels