Roofs 2020-03-03 Cijfers

column

Tijdens mijn studie Nederlandse taal- en letterkunde, lang geleden alweer, werd ik tijdens verjaardagsfeestjes vaak om mijn oren geslagen met de opmerking dat een ‘geesteswetenschap’, zoals een studie Nederlands, geen ‘echte’ wetenschap is. In die opvatting is een studie als wiskunde de ultieme ‘wetenschap’: cijfers liegen niet. Dat mag zo zijn, maar na publicatie van onze vorige editie, Roofs februari 2020, is me weer eens helder geworden dat ook cijfers hun context en interpretatie nodig hebben. Net als, ik noem maar wat, een gedicht van Willem Bilderdijk.

In die editie publiceerden wij een special ‘Dakbedekkingen’ en in die special zijn twee overzichten geplaatst, waarin een vergelijking werd getrokken tussen de ­res­pectievelijke dakbedekkingsmaterialen: een overzicht van het marktaandeel van de verschillende materialen (ontleend aan de Dakenraad Dakmeter) en een overzicht van de milieuaspecten (ontleend aan NIBE). Al deze cijfers waren elders al eens eerder gepubliceerd en er is geen reden om aan te nemen dat die cijfers onjuist zijn. Maar dat neemt niet weg dat ze in de juiste context geplaatst hadden moeten worden: hoe is men tot deze cijfers gekomen en hoe zijn deze cijfers te interpreteren?

Deze duiding is in de publicaties achterwege gebleven en u mag best weten dat ik daar buikpijn van heb gehad. Want zonder duiding leveren cijfers vaak juist meer onduide­lijkheid op dan dat ze helderheid verschaffen. Het mag duidelijk zijn dat het het bestaansrecht van een vakblad als Roofs is om duidelijkheid te scheppen waar die er niet is. Zaken (en cijfers) die opgeschreven en gepubliceerd worden hebben de neiging een eigen leven te leiden en voor het karretje van het één of andere belang te worden gespannen, doorgaans alsof het de Enig Geldende Waarheid betreft.

De branche voor veilig werken op hoogte, bijvoorbeeld, kan daarover meepraten. Wij proberen al jaren, met een inmiddels indrukwekkende reeks artikelen, uit de verhalen die in de markt de ronde doen de zin en onzin van elkaar te scheiden. Ons doel is steeds om zo helder mogelijk aan te geven wat wetgeving is en wat bijvoorbeeld een brancheregeling. Bewust of onbewust wordt er vaak ruis gecreëerd door verkeerde interpretaties of een verkeerde voorstelling van zaken. Het is de taak van een vakblad om daar niet in mee te gaan en feiten te scheiden van de interpretaties van die feiten.

De lezers van Roofs mogen er kortom op vertrouwen dat de informatie die wij brengen zorgvuldig is gewogen. Discussies over ‘x is beter dan y’ laten we graag aan de markt zelf over: wij kiezen geen partij. Dat is een commercieel belang (de keuze voor het ene belang is een keuze tegen het andere), maar ook, en vooral, een opvatting van de rol die een vakblad in de markt speelt. Een voetbalanalist staat per definitie niet op het veld. Wat er verder allemaal ook te zeggen mag zijn over de verhouding tussen advertenties en redactionele artikelen, een vakblad moet altijd neutraal zijn.

Zoals gezegd waren de cijfers die we publiceerden op zichzelf niet onjuist. Wel hadden we meer zorgvuldigheid moeten betonen bij het publiceren van dit soort cijfer­materiaal op deze manier. Tegenover alle cijfers staan immers andere cijfers en tegenover instituten die cijfers publiceren staan andere instituten. Daar hadden wij in onze publicaties rekenschap van moeten geven. In onze organisatie hebben wij enkele controlemomenten ingebouwd: we werken al jarenlang met een redactieraad die is opgebouwd uit gerenommeerde experts uit het veld. Door omstandigheden die er hier niet toe doen heb ik als hoofdredacteur van dit blad gemeend de redactieraad met rust te kunnen laten. Om de analogie met het voetbal voort te zetten: sinds ik de reacties op onze vorige uitgave ontving, voel ik me als de keeper die de blunder maakte waardoor het enige doelpunt uit de wedstrijd werd gemaakt. De lezers van Roofs mogen verwachten dat we gewogen informatie bieden. Dat is in de bewuste artikelen onvoldoende gebeurd en daarvoor passen excuses.

Edwin Fagel

Labels