Roofs 2020-05-20 Groendaken bevorderen bijenpopulatie

Biodiversiteit door dakgebruik

Het groendak kan een positieve rol spelen in het bevorderen van de bijenpopulatie. Een gezonde bijenpopulatie is belangrijk voor het gehele ecosysteem. Marloes Gout, momenteel adviseur bij de gemeente Rotterdam, heeft dit bestudeerd en kwam tot een lijst parameters waar voor de bijen rekening mee moet worden gehouden bij de aanleg van groendaken.

Marloes Gout, gemeente Rotterdam

Wereldwijd is de honingbijenpopulatie in het afgelopen decennium sterk gedaald. Vooral in Nederland neemt de bijenpopulatie af en staat een substantieel deel van de circa 350 bijensoorten op de zogenaamde ‘Rode lijst’, wat betekent dat ze met uitsterven worden bedreigd of zijn verdwenen. Deze achteruitgang van bijenpopulaties beïnvloedt ecosystemen, omdat bijen een belangrijke functionele groep vormen binnen een ecosysteem. Het behoud van biodiversiteit binnen ecosystemen is om verschillende redenen belangrijk. De diversiteit van genen, soorten en ecologische processen is essentieel voor het leveren van ecosysteemdiensten, zoals de levering van schoon water tot houtvoorziening en landbouwgewassen.

Bestuiving

De belangrijkste ecosysteemdienst is bestuiving. Verschillende bijensoorten bestuiven plantensoorten, wat bete-kent dat ze het voortbestaan van verschillende plantensoorten verzekeren. Daarom zorgt het veiligstellen van de diversiteit van bijen voor meer veerkracht van het ecosysteem. De achteruitgang van bijen heeft verstrekkende gevolgen voor de mens. Bijen bestuiven planten waaraan we ons voedsel ontlenen. Ongeveer 90 soorten landbouwgewassen zijn afhankelijk van biotische bestuiving: dit omvat ongeveer een derde van de wereldwijde voedselvoorziening. Deze gewassen zijn onder andere fruit (zoals appels, kersen, mango’s, etc.) en groenten en noten. Koffie-, cacao- en katoenplantages zijn ook sterk afhankelijk van de bestuiving door honingbijen en hommels. Bovendien zijn gewassen die als veevoer worden geteeld ook afhankelijk van de bestuiving door bijen.

Vanwege het belang van bestuivers wordt er steeds meer aandacht besteed aan het uitsterven van bijenpopulaties. De exacte reden voor de verliezen aan bijenpopulatie is moeilijk te bepalen. Uit veel onderzoeken kan worden geconcludeerd dat de verklaring ligt in een combinatie van factoren. Deze worden vaak samengevat onder de naam van de Colony Collapse Disorder (CCD). Deze redenen zijn onder meer de achteruitgang van de natuur, een afname van de biodiversiteit van planten en dus een gebrek aan voedsel en nestmogelijkheden. Onze menselijke bevolking groeit nog steeds, wat leidt tot uitbreiding van de stedelijke ruimte. Dat gaat vaak ten koste van groen.

Habitat

Hoe kunnen groene daken (en gevels) in de Nederlandse bebouwde omgeving zorgen voor een gezonde bijen­populatie, welke maatregelen (op verschillende schalen) kunnen worden genomen en hoe hangen ze samen? Tijdens mijn onderzoek aan de VU Amsterdam heb ik ­richtlijnen opgesteld voor het aanleggen van groene daken (en groene gevels) op verschillende schaalniveaus. Deze niveaus betreffen een individueel dak of gevel (micro-schaalniveau) en een verzameling daken/gevels verspreid over een stad (macro-schaalniveau). Belangrijke onderzochte factoren op micro-schaalniveau zijn het daksysteem (voor groene daken specifiek de substraatlaag en de drainagelaag), fysieke eigenschappen, klimatologische omstandigheden, het type vegetatie (en het beheer daarvan) en de mate van luchtvervuiling. Op het macroschaalniveau is de aanwezigheid van bestaande voedselbronnen en nestplaatsen en de afstand daartussen belangrijk.

Geconcludeerd kan worden dat de twee essentiële factoren voor het creëren van een goede habitat voor bijen de voedselvoorziening en nestgelegenheid zijn. De drainagelaag en de substraatlaag bepalen het microklimaat van een groen dak en daardoor de geschiktheid voor drachtplanten om hier te groeien. Het microklimaat in de substraatlaag is ook direct van belang voor de geschiktheid voor bijen om in deze laag te neste­len. Een andere belangrijke factor om rekening mee te houden is de wind. Een bijenhabitat op een groen dak of aan een gevel moet beschermd zijn tegen harde wind. Bij harde wind is het ongunstig voor bijen om uit te vliegen, omdat dit dan veel energie kost. Een windluwe habitat kan gecreëerd worden door bijvoorbeeld het planten van vegetatie.

Bovendien zijn nestplaatsen het meest geschikt op warme, zonnige plekjes. Luchtvervuiling is van invloed op het foerageergedrag van bijen en daarom moeten habitats in de ideale situatie op minimaal enkele tientallen meters van drukke verkeerswegen af gecreëerd worden. Op het macro-schaalniveau is het belangrijk om habitat-‘stapstenen’ te creëren. Deze ‘stapstenen’ moeten voedselbronnen en nestgelegenheid bieden. In steden kunnen de stapstenen aanwezig zijn op maaiveldniveau of ze kunnen gecreëerd worden op groene daken/aan groene gevels. De minimale foerageerafstand van bijen in stedelijk gebied is 100 meter, dit is dus de minimale afstand tussen de stapstenen.

Het onderzoek heeft geresulteerd in twee checklists, waarin alle belangrijke parameters staan. Om het gebruik van de checklijsten te illustreren en om de functionaliteit van de lijsten te testen, zijn case studies uitgevoerd op een groen dak op de Vrije Universiteit Amsterdam en in de omliggende woonwijk de Zuideramstel. In deze case studies zijn de huidige stapstenen in kaart gebracht en is er een advies uitgebracht is over waar en hoe de huidige stapstenen aangevuld kunnen worden.

Labels