Roofs 2020-05-66 "We moeten het tweede maaiveld veel serieuzer nemen"

Aan tafel met… Petra van den Berg

In deze rubriek laat Roofs markante personen van binnen en buiten de dakenbranche aan het woord. De insteek is om de visie en de persoon achter die visie voor het voetlicht te brengen.

Nolanda Klunder

Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) in Wageningen is een van de partners van het Nationaal Daken Plan. Petra van den Berg is directeur bedrijfsvoering bij het NIOO: “Men moet ophouden het dak te zien als de bovenkant van een doos.”

Uitbreiding van de natuur

Van den Berg vertelt: “Inmiddels ben ik een halve ecoloog, maar ik ben afgestudeerd en gepromoveerd in de biochemie. Een van de dingen die mij in dat vakgebied erg aanspraken, was de interdisciplinariteit. Bij biochemisch onderzoek wordt veel samengewerkt met andere vakgebieden. Dat is precies wat mij altijd heeft geboeid: partijen samenbrengen. Ik ben van nature een consortiumbouwer, ik ben gedreven om partijen aan één tafel te krijgen om samen meer te bereiken.”

Zo is Van den Berg bij het NIOO terechtgekomen. De doelstelling van het NIOO is om fundamentele kennis te genereren die in de praktijk gebruikt kan worden om biodiversiteit, duurzaamheid en klimaatbestendigheid te versterken. Van den Berg licht toe: “Wij zoeken bij ons onderzoek nadrukkelijk aansluiting bij vragen vanuit de samenleving, zodat onze kennis wordt omgezet in concrete stappen in de maatschappij. Onze inzet voor het Nationaal Daken Plan is één van de manieren waarop wij dat doen. We zouden in Nederland de ruimtelijke ordening op het tweede maaiveld veel serieuzer moeten nemen. Daken kunnen een uitbreiding zijn van de natuur op de grond. Daarvoor moeten natuur­daken aansluiten bij de omringende natuur. Neem industrieterreinen aan de rand van een natuurgebied, zoals de duinen of de Veluwe, en geef die panden een dak waarop die natuurlijke omgeving wordt voortgezet. Denk eens aan alle winst die dat zou kunnen opleveren voor de natuur in ons land. Hoe gaaf zou dat zijn?”

Het gebouw van het NIOO vat de visie van de organisatie samen. Van den Berg: “Toen het NIOO in 2009 begon met de bouw van een nieuw pand, ging men uit van drie principes. Ten eerste: we proberen al onze energie uit zonlicht te halen. Alle verwarming en verkoeling van het pand gebeurt op basis van opslag van warmte uit zonne-energie en koude vanuit de lucht in de bodem. Ten tweede: we moeten de kringlopen sluiten. Materialen zijn zo veel mogelijk herbruikbaar en alles wat gerecycled kan worden, moet gerecycled worden. Daarom is er zo veel gebruik gemaakt van de recyclebare materialen hout en glas. Ook heeft het NIOO een onderzoeksopstelling voor lokale zuivering van toiletwater. Het derde principe: als je iets bouwt, verwoest dan geen biodiversiteit, maar zorg dat er juist meer biodiversiteit komt. We hebben rondom ons terrein daarom geen hekken aangebracht, maar stekelige hagen. Die bieden een ideale beschutting voor vogels en kleine diertjes. Verder hebben we een bijenhotel, een vleermuizenkelder en een klein voedselbos met veel fruit. En hierbij hoorde natuurlijk een natuurdak met inheemse planten. Voor het dak werd dus geen standaard-substraat met standaard-mos-sedum gebruikt, maar werd een sedumbasis deels opgetopt met lokale grond en een inheems kruidenmengsel. De wind blies ­vervolgens andere lokale zaden naar het dak, zodat er een rijke vegetatie is ontstaan die aansluit bij de omgeving.”

Het mooiste aan de daken van het NIOO vindt Van den Berg de combinatie van verschillende functies: een natuurlijk dak samen met een terras, groene daken met zonnepanelen. Uit een onderzoek, gepubliceerd in De levende natuur van oktober 2019, blijkt dat schaduw van bijvoorbeeld hooggeplaatste zonnepanelen een biodiverse plantengroei op daken bevordert. Op een ander deel van het dak doet het NIOO onderzoek naar verbetering van groene daken in combinatie met wateropslag. Van den Berg: “Daartoe vormden we een alliantie van meerdere partijen: de Stichting Wateronderzoek Nederland (STOWA), de gemeente Rotterdam, Vitens, Hydrologie van de Universiteit Wageningen, ZinCo en Consolidated/Daklab. We hebben in 2011 een polderdak gemaakt met 45 waterhoudende com­partimenten, met verschillende combinaties van bodemtypes en zaadmengsels. Na ruim vijf jaar konden we conclusies trekken over het effect van de diverse combinaties op opvang van regenwater en vegetatiediversiteit. Daaruit bleek dat het traditionele groene mos-sedum-dak niet het beste is; andere substraten en andere zaadmengsels bleken beter te werken. Dat inzicht zou zich snel moeten verspreiden over de dakenbranche!”

Respect voor natuurlijke omgeving

Na haar studie en promotie in Wageningen werkte Van den Berg jarenlang in diverse functies aan de Universiteit Leiden. Ze ondersteunde onder meer het College van Bestuur bij het opstellen van het samenwerkingsprogramma voor organisaties op het Bio-Science Park en was betrokken bij de oprichting van Luris, een afdeling binnen de Universiteit Leiden die startende bedrijven ondersteunt bij het overbrengen van kennis naar de markt. “Het leuke van die werkzaamheden vond ik dat het er weer, op verschillende manieren, om ging om partijen samen te brengen. Samenbrengen kan op verschillende manieren, en die vind ik allemaal even interessant: interdisciplinair onderzoek, publiek-private samenwerking, het overbrengen van wetenschappelijke kennis naar de praktijk, het is allemaal een vorm van samenbrengen. Net als het Nationaal Daken Plan.”

Toen ze in Leiden werkte, bleef Van den Berg in Bennekom wonen. “In Leiden waait het te hard, dan groeien de plantjes in mijn tuin niet goed genoeg. Toen ik hoorde dat het NIOO een nieuw pand ging aanleggen in Wageningen, zo ongeveer bij mij om de hoek, wist ik meteen: daar wil ik bij horen! Alles aan die bouw sprak me aan: de kans om met zo veel partijen samen te werken om dit bijzondere gebouw neer te zetten – denk alleen al aan alle partijen die betrokken zijn bij ons dak – en de nieuwe manier van bouwen met respect voor de natuurlijke omgeving. Ik vond het geweldig om al die partijen te laten samenwerken om kennis te gebruiken voor een nieuwe manier van bouwen.”

Van den Berg: “Het NIOO-gebouw is fantastisch, maar het mag natuurlijk niet het eindpunt zijn van het nieuwe bouwen. We moeten ingehaald worden door een nieuwe generatie gebouwen. Die nieuwe generatie kan vernieuwing laten zien op allerlei gebieden, en vooral ook op de daken. Het dak is niet waar het gebouw stopt, het is niet alleen maar de bovenkant! Het dak biedt ongelooflijk mooie mogelijkheden. Die zouden we allemaal moeten benutten. Daar gaat het ook om bij het Nationaal Daken Plan.”

Labels