Roofs 2020-06-16 "Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder."

Aan tafel met… andré van den engel

In deze rubriek laat Roofs markante personen van binnen en buiten de dakenbranche aan het woord. De insteek is om de visie en de persoon achter die visie voor het voetlicht te brengen.

Nolanda Klunder

André van den Engel is adjunct-directeur en hoofd ­Technische Zaken bij branchevereniging VEBIDAK. Hij is al bijna dertig jaar verbonden aan VEBIDAK. Daarvoor deed hij de HTS Bouwkunde en werkte hij als tekenaar-constructeur bij een adviesbureau. “Als tekenaar-constructeur berekende en tekende ik beton-, hout- en staalconstructies van gebouwen. Het nadeel van dat werk was dat ik altijd achter mijn bureau zat. Ik wilde een meer afwisselende baan waarbij ik meer naar buiten kon. Toen kwam ik een vacature voor bouwtechnisch adviseur bij VEBIDAK tegen. In die functie ben ik gestart op 1 februari 1991.”

Hand in hand: branchewerk en helpdesk

Werken bij VEBIDAK was, zoals hij hoopte, erg gevarieerd. “Elke dag is anders. Ik ga naar vergaderingen van norm­commissies en overleggen over certificatie. Maar ook houd ik mij bezig met arbeidsomstandigheden en milieu. Ik ontmoet daarbij ook mensen die werkzaam zijn in andere branches. Dat is voor mij inspirerend en het is waardevol voor VEBIDAK. Elk jaar doceer ik onder meer een daktechnische module voor de OKD of een onderdeel van een opleiding en voor opdrachtgevers van dakbedekkingsbedrijven. En niet te vergeten het werk van elke dag: de helpdesk voor lid-bedrijven en opdrachtgevers. Met name een oplossing vinden voor (dreigende) geschillen is leuk om te doen. Het levert bovendien vaak tevreden reacties op. Door de jaren heen bouw je ervaring op. Wat ik van de één leer, gebruik ik in mijn advies aan de ander.”

Hij vergelijkt zijn werk met dat van een huisarts. “Huisartsen weten van veel net genoeg om patiënten verder te helpen. Als het specialistisch wordt, verwijst een huisarts de patiënt door. Zo ga ik naar een specialist uit mijn netwerk en adviseer vervolgens een praktisch toepasbare oplossing.”

In deze tijd komen er veel vragen over de coronacrisis bij VEBIDAK. “De leden hebben daarbij behoefte aan ondersteuning en advies. Vaak over praktische zaken: hoe werk je nu veilig? Hoe gaat het vervoer naar het project? Maar ook: hoe communiceer je met je opdracht­gevers over onzekerheden in planning, opleverdata en leveringen van materialen?”

Wet Kwaliteitsborging

Een ander actueel thema is de Wet Kwaliteitsborging, die in 2021 in werking zal treden. De Wkb zorgt voor een verschuiving van de toetsing vooraf via een bouw­vergunning naar toetsing tijdens het bouwproces. Bij oplevering van een bouwwerk moet een kwaliteitsborger een verklaring afgeven dat het bouwwerk voldoet aan het Bouwbesluit. Van den Engel: “Er is nog veel onduidelijk. De wet zou op 1 januari 2021 in werking treden, maar dat is veranderd. Wanneer de nieuwe wet ingaat, staat nu nog niet vast. Er zijn nu proefprojecten gaande. Daaruit gaan we veel leren. In elk geval is duidelijk dat bouwbedrijven, en dus ook dakbedekkingsbedrijven, onder de nieuwe wet een verdergaande aansprakelijkheid hebben. Het is daarom nog belangrijker dan voorheen om afspraken (en de afwijkingen daarop) schriftelijk vast te leggen. Met alleen garantie op het werk ben je er niet. Leg bijvoorbeeld al in de offerte vast welk onderhoud – zoals inspecties en reiniging – noodzakelijk is tijdens de verwachte levensduur van de dakbedekking. Daken worden voor steeds meer doeleinden gebruikt, denk aan dakterrassen, begroeide daken, zonnepanelen en opstelplaatsen voor installaties. Geef als dakbedekkingsbedrijf in de offerte al aan voor welke doeleinden het dak wel of niet geschikt is. Een zachte isolatie maakt het dak ongeschikt voor de aanleg van een dakterras of de opstelling van zonnepanelen. Een dak met lage bouwkundige ­opstanden is ongeschikt voor de aanleg van een daktuin. Dat was natuurlijk al belangrijk om te communiceren, maar vanwege de verdergaande aansprakelijkheid is schriftelijke vastlegging extra verstandig geworden. In het voortraject zien dakbedekkingsbedrijven soms al onvolkomenheden, zoals daken met lage dakranden, lage opstanden, elektrische leidingen over betonnen vloeren en ruwe ondergronden. Maar ook bij aanvang van het werk zijn er soms onaangename verrassingen, zoals vertraagde bouwkundige werkzaamheden. Als dakbedekkingsbedrijf weet je dat de kwaliteit van het dak daaronder gaat lijden, maar de bouw moet door vanwege de planning. Bespreek dan niet alleen wat je ziet, maar zorg er ook voor dat je onvolkomenheden op schrift vastlegt. Beschrijf daarbij ook de gevolgen voor de levensduurverwachting.”

Mooie branche

Van den Engel vindt dat de dakenbranche trots mag zijn. “Het is een mooie branche. Bijzonder is bijvoorbeeld dat deze relatief kleine bouwbranche een eigen cao heeft.
Dat heeft als voordeel dat de branche zelf afspraken kan maken over de eigen branche-specifieke onderwerpen. We hebben eigen opleidingen en een eigen arbocatalogus. Ook los daarvan vind ik het een fijne branche om in te werken. De lijnen zijn kort, je kent vaak de mens achter de functionaris. Er is saamhorigheid. Nu ook bij de coronacrisis: de werkgevers willen hun bedrijf zo ongestoord mogelijk laten doordraaien, waarbij de werknemers vaak flexibel meewerken. Juist dán komt het aan op loyaliteit. De mensen in de branche worden vaak gedreven door hun vak, dat merk je. Het is ze niet om het even of ze een café uitbaten of een dakbedekkingsbedrijf hebben, nee, ze hebben echt iets met daken. Dakenmensen zijn praktisch gerichte mensen. Niet te lang discussiëren, maar aanpakken en het probleem oplossen. Dat spreekt me aan. Maar wél op basis van argumenten, niet teveel onderbuik. Motivatie vanuit een vak: je ziet het bij veel MKB-branches, zoals bijvoorbeeld hoveniers, schilders en installatiebedrijven. Ons vak is anders maar er zijn ook veel overeenkomsten met deze bedrijven. We leren van de andere branches, en zij van ons. Dat vind ik zo mooi aan mijn vak. Bedrijven houden hun kennis niet voor zichzelf. Met onze kennis en ­ervaring helpen wij elkaar.”

Labels