Roofs 2020-07-17 Logisch toch, of niet?

Theo Talks

In deze rubriek geeft Theo Wiekeraad zijn mening over de dakenbranche en aanverwante onderwerpen.

Met ‘Logistiek’ als speciaal thema van deze maand was ik al op twee-derde van mijn verhaal, toen het ineens niet goed voelde. Al dagen gaat het spookbeeld van discriminatie door de wereld en ik ben aan het typen hoe moeilijk het tegenwoordig is om op een beetje dak in de bewoonde wereld te bevoorraden. Arme werkvoorbereider die al die problemen moet tackelen.

Logischer zou het zijn als ik nu iets vertel over mijn ervaringen met discriminatie in de bouw of op het dak. En nu wordt het moeilijk. Ik ben een blanke man uit een arbeidersgezin in Rotterdam-Zuid. Die gelukkig de mogelijkheid heeft gekregen ‘door te leren’, zo heette dat destijds. Als jonge knul speelde ik honkbal, wat toen al ook door veel Antilliaanse Nederlanders werd gespeeld. Op de middelbare school waren kinderen van andere komaf bij ons geen uit­zondering en gingen we door elkaar met elkaar om. Misschien maakte mij dat kleurenblind, heb ik daarom geen problemen in de omgang met niet-blanke mensen en zie ik de discriminatie niet.

Wel zie ik dat mensen met een kleurtje ver ondervertegenwoordigd zijn in de bouwwereld die ik ken. Sterker nog: ik kwam op een gegeven moment, in de laatste periode van mijn actieve carrière, meer dames in het (semi)kader tegen dan ‘medelanders’. Ook rondom de VEBIDAK-vergaderingen liet ik wel eens vallen dat we weer in een Old White Men’s netwerk verkeerden. Niet onbegrijpelijk, omdat veel lidbedrij­ven langer bestaande familiebedrijven zijn, maar toch: VEBIDAK-vergaderingen waren bijna kleurloos.

Maar niet alleen daar, ook als ik bijvoorbeeld bij de BAM was op een Partneroverleg zag ik de laatste tijd wel meer vrouwen verschijnen, maar kreeg het overleg niet meer kleur. Er liepen wel lieden bij die ik bijna niet verstond, maar deze kwamen bijna op zeker altijd uit de regio Limburg. Ik zag wel meer en meer niet-Hollandse jongens de bouw in stromen, maar deze (voornamelijk) mannen kwam ik zelden of nooit in een middenkader-functie tegen. Waarom niet? Ik weet het niet. Er gaan volgens mij voldoende jongens van niet-Hollandse afkomst naar het middelbaar beroepsonderwijs. Daar moet talent tussen zitten en toch is deze groep in mijn ogen dramatisch ondervertegenwoordigd in de bouw.

Bij de bedrijven waar ik heb gezeten waren er altijd buitenlandse en niet-blanke Hollandse jongens werkzaam. Niet moeilijk doen: een goeie vent is een goeie vent en als die wil werken, dan is het al snel een hele goeie vent. Ook de onderlinge verstandhouding was in mijn ogen goed, maar ik was er nooit hele dagen bij. Plaagstootjes gingen in mijn beleving altijd over en weer, zodat ik nooit het idee heb gehad hierover te moeten ingrijpen. Maar als ik nu mijn oor te luister leg bij al de programma’s op radio en tv, bekruipt mij het gevoel dat waar toen om gelachen werd nu compleet onacceptabel is, ook al deden onze “medelandse’ collega’s er net zo hard aan mee.

Discriminatie. Ik gruwel ervan. Mensen kwetsen. Wat is daar de lol van? Personen of groepen uitsluiten omdat ze er anders eruitzien, daar word je ook zelf niet beter van. Ik weet het, al zo oud als de mensheid is, hebben mensen dat gedaan. Daarom zouden we het bijna als normaal beschouwen. Maar wij zijn als mensheid toch gegroeid? Van stamleden zijn we volksstammen geworden. We zijn uitgevlogen, soms letterlijk en zijn weer samen geklonterd in dorpen en steden. Communiceren kunnen we met iedereen op deze aardkloot. We praten soms anders, dat doen die Limburgers ook bij de BAM, maar daarom vinden we ze ook zo leuk. Dat doet de gemiddelde Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse, Surinaamse, Belgische sollicitant toch ook, daarom hoef je nog niet bang voor ze te zijn?

Omarm ze, coronaproef uiteraard, en maak de bouw divers, want ook de bouw is toch zeker gegroeid de afgelopen 400 jaar? Logisch toch, of niet?

Labels