Roofs 2020-09-16 "Striktere regulering PV-systemen noodzakelijk"

Brandveiligheid van PV-panelen op platte daken

Met betrekking tot de brandveiligheid van PV-panelen op daken wordt momenteel een discussie gevoerd over de wijze waarop de brandveiligheid het beste kan worden geborgd. ProBitumen pleit voor een striktere regulering omtrent levering en montage van PV-systemen in met name verzekeringsvoorwaarden.

Peter Ligthart, ProBitumen

De zonne-energiesector groeit de laatste jaren in hoog tempo: eind 2020 wordt het totale geïnstalleerde vermogen geraamd op 9.000 MWp. In de meeste polissen wordt het plaatsen van PV-installaties beschouwd als een relevante wijziging van de opstal en moet de plaatsing worden gemeld aan de opstalverzekeraar. Los op het dak geplaatste PV-installaties worden niet altijd beschouwd als behorend tot het onroerend goed en kunnen daardoor niet zijn gedekt onder de opstalverzekering. Het beperken van de schadelast door branden van PV-installaties op daken leidt bij verzekeraars en verzekeringsmakelaars tot aanpassing van de polisvoorwaarden.

Verzekeraars stellen ook vaker eisen aan de brandveiligheid van het daksysteem die uitgaan boven de bouwvoorschriften. Het uitgangspunt lijkt dat er een reële kans is op het ontstaan van brand in PV-installaties en de uitbreiding van brand moet worden beperkt. Daardoor worden bepaalde daksystemen of -materialen voorgeschreven, of juist uitge­sloten, en worden eisen als ‘onbrandbaar’ geformuleerd. In hoeverre die daadwerkelijk bijdragen aan de brandveiligheid, kan men zich afvragen. Het totale aantal branden met PV ten opzichte het aantal geïnstalleerde PV-systemen is bovendien klein.

Branden op daken met PV-systemen

TNO voerde in 2018 in opdracht van de Rijksdienst voor ­Ondernemend Nederland (RVO) een onderzoek1 uit naar de 23 brandincidenten met woonhuizen die plaats­vonden in 2018. In een derde van deze gevallen betrof het incident zogenaamde in-dak-PV-systemen (ook wel Building Integrated PV of BIPV). TNO stelt dat volgens de geraad­pleegde schade-experts dit aandeel zelfs op 80 tot 90 procent moet worden geschat. Hierbij gaat het uitsluitend om ­hellende daken.

De oorzaak is in de meeste gevallen een probleem met de connectoren (‘cross mating’) zoals blijkt uit het TNO-rapport. Schade-experts schatten problemen met connectoren als veruit de belangrijkste oorzaak in: 80 tot zelfs 99 procent van alle branden zouden hierdoor worden veroorzaakt, aldus het TNO-rapport. Van de branden op daken met PV in 2018 waren er drie op een plat dat, waarvan twee op een woning.

Bouwregelgeving en brandgedrag

Bouwbesluit 2012 stelt eisen aan de brandbaarheid van de bovenzijde van het dak. Daarvoor verwijst Bouwbesluit 2012 naar NEN 60632. Die norm is gebaseerd op het voorkomen van brand door vliegvuur: vonken en klein brandend mate­riaal dat door de lucht op het dak terecht kan komen als gevolg van een brand in de omgeving. De bepaling volgens NEN 6063 wordt uitgevoerd als systeemtest in een standaardtestsituatie, die mag worden geëxtrapoleerd naar andere toepassingen van het dakbedekkingsproduct. De praktijk heeft geleerd dat dit tot een voldoende mate van brandveiligheid leidt, aldus het voorwoord van NEN 6063. NEN 6063 verwijst voor een belangrijk deel naar (NPR-)CEN/TS 1187.

Voor daken geldt in het algemeen geen eis aan het ­brandgedrag van materialen aan de buitenzijde van een gebouw, anders dan de systeemtest volgens NEN 6063. Wettelijk worden er dus geen eisen gesteld aan de brandklasse van dakbedekkingsmaterialen en dakisolatie­materialen. Overigens is er geen onderscheid tussen de brandklassen voor de verschillende baanvormige flexibele dakbedekkingen van verschillende materialen (bitumen, PVC, EPDM): brandklasse E. De meeste daksystemen met baanvormige dakbedekking hebben bovendien een Broof(t1)-classificatie. Een FM Approval is een Amerikaans keurmerk dat in Nederland geen wettelijke status heeft. Sommige verzekeringsmaatschappijen hechten aan de FM Approval. Het voldoen aan nationale eisen ten aanzien van windvastheid en weerstand tegen vuur kan dan ook niet worden aangetoond met een FM Approval. De FM-classificatie heeft ook geen relatie met de Euroklassen: een product met een Euroklasse E kan een FM Approval class 1 hebben.

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen kan een rol spelen in het geval het gaat om nieuwbouw. De kwaliteitsborger zou een PV-installatie als risico moeten bestempelen en toezicht moeten houden op de montage en de installatie. Dat geldt niet voor plaatsing van PV-installaties op bestaande gebouwen. In veel gevallen is dat vergunningsvrij.

Regelgeving PV-systemen

PV-installaties zijn elektrische installaties en dienen te voldoen aan de wettelijke (veiligheids)eisen voor elektrische installaties. Vanuit Bouwbesluit 2012 dient de installatie te voldoen aan de eisen in NEN 1010 voor zover die betrekking hebben op veiligheid. Daarnaast is er een wettelijk verplichte CE-markering op componenten van PV-systemen. In de eisen aan PV-systemen zijn geen eisen gesteld aan brandveiligheid van deze systemen.

In de Benelux zijn er geen wettelijk verplichte kwaliteitssystemen voor PV-installaties. In Nederland bestaat het Zonnekeur als vrijwillige kwaliteitsregeling. De regeling is bedoeld voor installatiebedrijven en verplicht hen producten te leveren, die aan de eerdergenoemde normen voldoen, en stelt eisen aan vakbekwaamheid. Op dit moment zijn er een kleine
70 installatiebedrijven erkend.

Daarnaast zijn er een aantal andere kwaliteitssystemen in omloop: InstallQ ontwikkelt in samenwerking met Techniek Nederland en Holland Solar een nieuwe kwaliteitsregeling voor installateurs van PV-installaties, SCIOS3 heeft recent een inspectieregeling voor zonnestroominstallaties (scope 12) geïntroduceerd en in 2014 is de BRL 9933 voor montage van zon-PV op gevels en daken gepubliceerd. Op dit moment zijn er geen certificaathouders. De BRL 9931 voor componenten van PV-installaties is niet gepubliceerd. In het Verenigd Koninkrijk ten slotte kennen ze een min of meer verplichte MCS4-certificatie, die veel Europese leveranciers voeren.

In de genoemde kwaliteitsregelingen en normen, behalve NEN 1010, lijken geen directe eisen te worden gesteld, gerelateerd aan het voorkomen van het ontstaan van brand door kortsluiting of oververhitting.

Striktere regulering PV-systemen

ProBitumen is vóór het multifunctioneel gebruik van daken, mits dat op een verantwoorde wijze gebeurt. Dat geldt dus ook voor plaatsen van zonne-energiesystemen op daken. Sterker nog, bitumen is vanwege de duurzame waterdichtheid bij uitstek geschikt voor dit soort toepassingen en ­verschillende leveranciers van PV-installaties bevelen ­bitumendakbedekking aan als geschikte ondergrond.

Het platte dak leent zich bij uitstek voor de plaatsing van allerlei installaties voor onder andere ventilatie, koeling, zonnewarmte en zonnestroom. Brandveiligheid is een onderwerp dat de volle aandacht heeft van de (bitumen) dakbedekkingsbranche. Veel producten zijn KOMO-gecertificeerd en voldoen aantoonbaar aan de strenge eisen van vliegvuurbestendigheid zoals die via NEN 6063 zijn voorgeschreven in Bouwbesluit 2012.

CE-markering, normering, kwaliteitsregelingen en wetgeving lijken op dit moment onvoldoende om branden van PV-installaties te voorkomen. Tegelijkertijd moeten we ­vast­stellen dat het beperkte aantal branden zich concentreert in geïntegreerde PV-panelen in hellende daken. Voor de oorzaak wordt door experts gewezen op de elektrische installatie zelf, met name de connectoren.

Het lijkt dan ook niet verdedigbaar om eisen te stellen aan dakbedekking en dakisolatie zonder de bron aan te pakken. De huidige daksystemen zijn het resultaat van een ontwikkeling. Hogere isolatiewaarden leidden tot dikkere pakketten isolatie met een hogere drukvastheid om de kwaliteit van de dakbedekking op langere termijn te kunnen borgen. We moeten voorkomen dat we met ongefundeerde eisen teruggaan in de tijd, de kwaliteit van de daksystemen onder druk komt te staan en schade aan de daksystemen leidt tot aanzienlijke (water)schades.

ProBitumen pleit voor striktere regulering en handhaving van het leveren, monteren en installeren van PV-systemen. Daarbij zouden eisen moeten worden gesteld aan de brandreactieklasse van PV-panelen. Hierin zien we een taak voor CENELEC. Techniek Nederland geeft aan dat het ontstaan van brand door PV-installaties eenvoudig kan worden beperkt door volgens de voorschriften te installeren. Dan zijn een wettelijk stelsel voor het monteren en installeren van PV-installaties, waarvoor ook Holland Solar pleit, wettelijke kwaliteitseisen voor PV-installaties of een vergunningplicht voor het plaatsen van PV-installaties opties om de risico’s aanzienlijk te beperken.

We verwachten overigens niet dat een kwaliteitssysteem van overheidswege zal worden voorgeschreven, maar het is wel mogelijk een dergelijke eis in de verzekeringsvoor­waarden op te nemen. Een andere optie is een keuring van de installatie zoals bedoeld met het SCIOS-inspectieschema scope 12 of uitvoering onder InstallQ-erkenning als verzekeringsvoorwaarde op te nemen.

ProBitumen staat open voor overleg met branches als ­Techniek Nederland, Verbond van Verzekeraars en Holland Solar om tot verantwoorde oplossingen te komen. Als blijkt dat daarvoor ook aanpassingen in de daksystemen wenselijk of nodig zijn, is ProBitumen bereid mee te denken en te werken aan passende oplossingen, die recht doen aan de kwaliteit van de daksystemen.

Dit artikel is een samenvatting van de position paper, die ProBitumen heeft opgesteld. Het volledige document is op te vragen bij ProBitumen (pl@probitumen.org).

  1. TNO 2019 P10287 E.E. Bende en N.J.J. Dekker - Brandincidenten met fotovoltaïsche (PV) systemen in Nederland
  2. NEN 6063:2019 Bepaling van het brandgevaarlijk zijn van daken
  3. De stichting SCIOS is eigenaar van, beheert en ontwikkelt het kwaliteitssysteem ten behoeve van installatie-eigenaren en inspectie- en installatiebedrijven voor de inspectie en het onderhoud van technische installaties
  4. MCS is een schemabeheerder van schema’s op het gebied van ­duurzaamheid en energiezuinigheid