Roofs 2020-10-39 De evolutie

Theo Talks

In deze rubriek geeft Theo Wiekeraad zijn mening over de dakenbranche en aanverwante onderwerpen.

Decennialang, tot zo’n 40 jaar geleden, maakten we voornamelijk platte, passieve gebruiksdaken. De daken werden gebruikt om het gebouw wind- en waterdicht te houden en langzaamaan steeds beter te isoleren. Het dak lag daar 365 dagen per jaar, 24/7 haar werk te doen en werd incidenteel bezocht om het schoon te maken, of voor een inspectie. Het dak deed haar ding, was eenvoudig te onderhouden en wij, wij waren er blij mee.

Toen bedachten we dat installaties onder het dak ruimte innamen, ruimte die we mooi voor iets anders konden gebruiken. Dus lieten we het oogluikend toe dat installateurs, soms zonder enige kennis van het dak, hun losse componen­ten op het dak plaatsten. De losse componenten werden groter, ze werden onderling aangesloten en het installatiedak was geboren. Het passieve gebruiksdak moest nog steeds 24/7 haar ding doen en wij kreunden en gromden. Zeker als die installateurs hun spullen zo hadden gepositioneerd dat HWA’s en doorvoeren bijna onbereikbaar waren geworden. Het onderhoud werd complexer, maar wij waren blij met de opdracht en voerden die naar eer en geweten uit.

Geleidelijk werden er meer en meer tegels op het dak ge­plaatst en als je tegelplateaus kon gebruiken om installaties te dragen, waarom zouden die dan geen mensen kunnen dragen? De eerste dakterrassen waren geboren. Eerst eenvoudig, om mensen tijdelijk op het dak te laten vertoeven, maar het liep al snel uit naar leefplekken die het ontbreken van een eigen tuintje op ieder niveau boven 3 m+P moest opvangen. Niet veel later kwamen de bewoners met planten- en zandbakken, speelobjecten, tuinmeubilair, barbecues en vijvers op de tegels en het actieve gebruiksdak was geboren. Samen hiermee werd het dakonderhoud een uitdaging, want een adequate, algemene gebruiksaanwijzing voor particulier gebruik van dakterrassen ontbrak. Sterker nog: dat ontbreekt bij het overgrote deel van de nieuwe dakterrassen nog steeds.

Het onderhoud werd nog complexer. Afspraken maken: wat wel, wat niet, wanneer wel, wanneer niet, wie is verantwoordelijk voor wat en wanneer. Het grommen en brommen leidde tot uitsluitingen, opzeggingen en ruzies, zowel met opdrachtgevers als met bewoners onderling. Want jouw terras is mijn dak en voor jouw daklekkage moet ik thuisblijven en gaan ze mijn terras overhoop halen - en wie gaat dat betalen? Dat soort heerlijke discussies maken het onderhoud van een actief gebruiksdak dus ietsje complexer dan van een dak dat 24/7 gewoon zijn dingetje ligt te doen.

Na het dakterras kwamen de daktuinen op onze dakbedekking, de zonnecollectoren deden hun intrede en waterbuffer­systemen gingen het eens zo rustige platte dak gebruiken. Terecht werden permanente dakveiligheidssystemen gemeen­goed op zowat ieder type platdak in Nederland en werd goed dakonderhoud een steeds moeilijker uit te voeren discipline. De dakdekkers die aan het einde van hun loopbaan onderhoudsmonteur werden en dagelijks met de lekkages en de onderhoudscontractjes van de dag op pad ­werden gestuurd, zijn of moeten snel worden opgevolgd door dak­onderhoudspecialisten. Mannen en vrouwen met kennis van het dak: niet alleen de dakbedekking en de standaard doorvoeren maar ook van de dakinrichting en -aankleding.

Mijn vader zei altijd al: ’Wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen’. En misschien, heel misschien moeten we er in eerste instantie van af dat de intensieve gebruiksdaken door dakdekkers moeten worden onderhouden. Zo komt op een beetje tuindak de verlegger jaarlijks terug om onkruiden en boompjes te wieden en de tuin te onderhouden. Van het dak zien we alleen nog maar de randen. De dakhoveniers lopen er over het dak, zij moeten dan ook de verantwoording nemen om bij kwaliteitsafwijkingen aan het zichtbare daksysteem de dakdekker in te schakelen.

Bij PV-systemen, waarbij volgens de leveranciers GEEN onderhoud noodzakelijk is, zullen deze verwerkers toch regelmatig het dak op moeten, want hun installaties rusten op de waterdichte laag en belasten deze waterdichte laag door massa en trilling. Zij zullen er dan ook voor moeten zorgen dat deze installaties niet de levensduur van het dak verkorten en moeten bij afwijkingen de dakdekker inschakelen voor preventief onderhoud. Waterborgingssystemen hebben zo hun eigen sores, in onderling overleg moet worden bepaald hoe en wat wordt onderhouden en hoe calamiteiten na buffering worden voorkomen.

Maar hoe het dak en ons vak ook evolueert, één ding staat als een paal boven water: daken worden gebruikt om het gebouw wind- en waterdicht te houden!