Roofs 2020-10-46 Dakdekker, blijf bij je leest (en werk samen met andere specialisten)

Erik eN De Anderen

DIAC Dakadvies (Dak/Informatie en Adviescentrum) is het dakadviesbureau dat onder NDA (Nederlandse Dakdekkers Associatie) opereert. De zeer ervaren dakinspecteurs Dick van Dreven en Bob de Maker komen op de meest uiteenlopende daken. Roofs interviewde ze over hun bevindingen.

In de vorige editie beschreef directeur Erik Steegman de noodzaak van dakonderhoud aan de hand van de problemen die met de verschillende dakbedekkingsmaterialen als gevolg van veroudering kunnen optreden. Het artikel was de aanleiding om de dakinspecteurs te vragen naar hun ervaringen op de daken. Hoe is het gesteld met de Nederlandse daken?

Het dakadviesbureau DIAC Dakadvies is een onafhankelijk adviesbureau voor alle soorten daken: platte, licht hellende en hellende daken. De inspecteurs houden zich dan ook bezig met alle typen dakbedekking en opbouw. Hoewel men ook betrokken is bij nieuwbouwprojecten, bestaat het meren­deel van de opdrachten uit de inspectie van bestaande daken. En van dit type opdrachten vormen de nulmetingen in het kader van RGS (Resultaatgericht Samenwerken) weer de meerderheid. Met de nulmetingen wordt voor opdrachtgevers met meerdere daken in beheer (zoals bijvoorbeeld woningcorporaties) in kaart gebracht wat de staat van de daken is en welk onderhoud er in de toekomst nodig is om de levensduur van de dakbedekking te optimaliseren.

Hoe bewaart het dakadviesbureau de onafhankelijkheid? “Feitelijk spreekt het gegeven dat we door alle partijen zijn in te huren voor zich,” aldus technisch manager Dick van Dreven. “De kwaliteit van de daken is er alleen mee gediend als wij een zuiver technisch oordeel geven over de daken die we inspecteren. Dat kunnen we niet laten afhangen van de vraag wie het dak heeft gemaakt (en waarmee). Deze opstelling wordt ook herkend in de markt: we worden breed ingeschakeld, o.a. om een deskundig oordeel te geven bij rechtszaken. In theorie kunnen we dan in het nadeel van NDA-leden optreden, maar gelukkig is dit nog niet het geval geweest.”

Nulmetingen

De nulmetingen vinden plaats aan de hand van NEN 2769 ‘Conditiemetingen’. Het dak wordt volgens deze methode geïnspecteerd aan de hand van een checklist. Hier komt uiteindelijk een cijfer uit, aan de hand waarvan een plan kan worden opgesteld m.b.t. het onderhoud. Technisch adviseur Bob de Maker signaleert dat deze systematiek niet altijd helderheid verschaft. “De systematiek voorziet in een codering van 1 t/m 6, waarbij 1 een volledig nieuw dak betreft en 6 een dak dat op korte termijn moet worden gerenoveerd. Dat cijfer geldt voor het hele dak. Er kunnen dus delen van het dak zijn die, bijvoorbeeld door craquelé, zodanig zijn aangetast dat de dakbedekking eigenlijk vernieuwd zou moeten worden. Als dat meerdere plekken betreft, zou er wat voor te zeggen zijn om het hele dak te overlagen, zodat je meteen alle problemen hebt opgelost. Maar als het dak als geheel toch nog een 3 of een 4 haalt, is dat een lastige discussie. Volgens die codering functioneert het dak immers nog gewoon.”

Dit soort administratieve problemen krijg je als je probeert kwaliteit vast te leggen: er moet een verbinding worden gelegd tussen theorie en praktijk. Van Dreven vreest dat de aankomende Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), die naar verwachting per 1 januari 2021 van kracht wordt, een papieren tijger zal blijken te zijn. “Als de kwaliteitsborger alleen maar kijkt of de juiste certificaten in het dossier zitten, en niet of nauwelijks let op wat er in de praktijk gebeurt, vrees ik nog steeds voor de kwaliteit van de daken. Een kwalitatief dak is de optelsom van kwaliteitsproducten en een goede verwerking. Het cliché wil dat een goed dak alsnog kan worden verprutst door een ondeskundige verwerking. Dat onderschrijf ik, al zie je af en toe ook daken die, ondanks een twijfelachtige montage, wonderwel blijven functioneren.”

Van Dreven signaleert dat lang niet alle dakdekkers op de hoogte zijn van de meest actuele uitvoeringsrichtlijnen. “De Vakrichtlijn is een levend document, dat regelmatig wordt aangepast aan nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Jonge dakdekkers krijgen de nieuwste bepalingen wel mee tijdens hun dakdekkersopleiding, maar vaak krijgen ze dan op het bedrijf te horen: ‘Wij doen het altijd zo!’ Dat hoeft lang niet altijd nadelig te zijn, maar we komen regelmatig situaties tegen, waarbij de dakdekker ongetwijfeld dacht dat hij het goede deed, terwijl dit niet het geval was. Daarom is een goede mix van jong en oud binnen een dakdekkersbedrijf zo belangrijk.”

“Het leggen van dakbanen in blokverbanden is bijvoorbeeld een techniek die wel eens misgaat,” aldus Van Dreven. “De methode is ontstaan uit de praktijk van het aanbrengen van volledig met koude kleefstof verkleefde dakbanen. Met deze dakbedekkingen is tijdwinst te behalen door de dakbanen naast elkaar aan te brengen en aan de kopse kant af te sluiten met een sluitbaan. Bij de brandmethode is dit niet zonder risico. De dwarsoverlappen van de dakbanen liggen namelijk op één lijn: bij krimp van de dakbaan werken de krachten van alle dakbanen in dezelfde richting, waardoor de dwarsoverlappen open kunnen trekken. Daarbij moet opgemerkt worden dat bij de huidige (bitumineuze) dakbanen krimp nauwelijks meer voorkomt en schade door verkeerd toegepaste verbanden zeldzaam zijn. Dit zou een aanleiding kunnen zijn voor herziening van de Vakrichtlijn op dit punt. De dakbedekkingsproducten zijn normaal gesproken van een goede kwaliteit: de levensduur van een dakbedekkingssysteem wordt meestal bepaald door het moment van renovatie, en niet door het moment dat de waterdichting niet meer voldoende geborgd is.”

‘Blijf bij je leest’?

Ook van de professionele dakbedekkingsbedrijven kan gezegd worden dat die doorgaans kwaliteit leveren. De Maker signaleert echter dat deze bedrijven bij voorkeur werken voor de grotere opdrachtgevers. “Het werken voor particuliere opdrachtgevers is eenvoudigweg in economisch opzicht een lastig verhaal. Het werk is kleinschalig en vergt heel veel begeleiding. De grotere dakdekkersbedrijven besteden daar liever hun tijd niet meer aan en laten dit deel van de markt aan de kleinere partijen. Daar zitten natuurlijk veel goede partijen tussen, maar ook veel mindere broeders. We drijven de particuliere opdrachtgever op deze manier in de armen van de cowboys, met alle gevolgen van dien voor de kwaliteit van de particuliere daken en het imago van de branche.”

Gevraagd naar tips voor de dakenbranche (opdrachtgevers, leveranciers, verwerkers) is Van Drevens eerste reactie: ‘Dakdekker, blijf bij je leest’. De gedachte is ingegeven door de ontwikkeling dat er steeds meer op de daken gebeurt en de primaire functie van het dak de waterdichting is en blijft. Dat is specialistisch werk. Al pratend komt echter ook de gedachte naar voren dat er een integrale benadering van de volledige dakopbouw nodig is. “De dakdekker heeft de neiging zich alleen druk te maken over de waterdichte laag en de rest aan anderen over te laten: mocht er schade ontstaan door de opbouw (PV-panelen, een groenpakket, reflecterende elementen, etc.), dan komt hij die wel, buiten de garantie om, repareren. Dat is op zichzelf een begrijpelijke benadering, maar van een professioneel dakdekkersbedrijf mag worden verwacht dat die een toegevoegde waarde levert voor de opdrachtgever en bouwpartners. Een dakdekkersbedrijf moet daarom in de breedte weten waar hij over praat. En samenwerken met andere partijen wordt alleen maar belangrijker.”