Roofs 2020-11-36 Aan tafel met… Edgar Veenman

Special veilig en gezond werken

In deze rubriek laat Roofs markante personen van binnen en buiten de dakenbranche aan het woord. De insteek is om de visie en de persoon achter die visie voor het voetlicht te brengen.

Nolanda Klunder

“Als elk dak veilig is, is mijn missie volbracht”

“Toen ik in 2002 met dit werk begon, stonden er vrijwel geen voorzieningen op daken om het werken daar veiliger te maken. Als ik dan nu om me heen kijk en zie wat er allemaal veranderd is, dan hebben we in Nederland mooie stappen gezet”, zegt Edgar Veenman, directeur van Veenman Dakveiligheid Advies & Training en voorzitter van Stichting Nivoh. “Wat je ziet, is dat een steeds groter deel van de daken veiligheidsvoorzieningen heeft. De laatste twee decennia heeft de veiligheid op daken dus een enorm positieve ontwikkeling doorgemaakt. Die ontwikkeling zet zich nog steeds voort. Wat ik wel merk is dat de multidisciplinaire inzet van daken steeds vaker tot problemen leidt. RI&E’s worden niet altijd geactualiseerd bij veranderingen in de situatie maar ook niet bij wijzigingen in de wet- en regelgeving. Daarbij zijn er helaas nog steeds veel verschillen in kwaliteit van adviezen en dakveiligheidsvoorzieningen.”

Verduurzaming en dakveiligheid

Veenman vertelt: “Het plaatsen en onderhouden van PV-installaties kan van invloed zijn op de veiligheidssituatie op het dak. Het dak zal vaker betreden worden en het risico op veiligheidsincidenten neemt toe. Daarnaast zien we dat daken van zo veel mogelijk PV-panelen worden voorzien. De panelen liggen letterlijk tot aan de dakrand. Dit zorgt voor een gebrek aan loopruimte voor inspectie en onderhoud. Het plaatsen van collectieve veiligheidsvoorzieningen zoals hekwerk is door ruimtegebrek en ongewenste schaduw­vorming regelmatig niet meer mogelijk. Het alternatief, het veilig werken met kabelsystemen en ankeringspunten wordt ook beperkt. Er ligt dus een schone taak om duurzaam­heid en veiligheid bij elkaar te brengen. Gelukkig ervaar ik steeds meer dat opdrachtgevers en opdrachtnemers veiligheid en duurzaamheid beter op elkaar afstemmen door in de ontwerpfase al advies in te winnen bij deskundigen.”

Na zijn studie Beleid, Bestuur en Management werkte Veenman onder meer als consultant in de kwaliteits- en arbozorg. “Begin 2002 werd ik er door een klant op geatten­deerd dat er behoefte was aan analyses van alle risico’s op daken. Ik heb toen de Dak RI&E bedacht, aangevuld met een ontwerptekening van beheersmaatregelen op het dak. Na gesprekken met belanghebbenden in de markt richtte in ik augustus 2002 mijn bedrijf op. Vanaf dat moment verzorgde ik kennissessies voor gebouweigenaren en werkgevers, waarin ik hen informeerde over hun verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid bij het veilig werken op daken. Eind 2002 begon de telefoon te rinkelen. Gemeentes, corporaties maar ook commerciële vastgoedeigenaren en VvE’s meldden zich. Er deed zich een kans voor om de veiligheid bij werkzaamheden op daken te verbeteren. Een kans die ik meteen heb aangegrepen. En daar heb ik nog geen dag spijt van gehad.”

“Als ik iets zie dat niet klopt of niet veilig is, wil ik dat oplossen. Het zit in me om processen en de veiligheid te willen verbeteren. Daarin ben ik reëel. Ik weet dat alles tijd nodig heeft. Ik sta open voor compromissen, als het eindresultaat maar veilig en doelgericht is. Iedereen moet aan het einde van een werkdag weer veilig en gezond thuiskomen. Ik hoop dan ook dat we met onze advisering en trainingen ongevallen op daken hebben voorkomen en dat we daar blijvend een bijdrage aan kunnen leveren. Daarbij vind ik het mooi dat mijn werk zo afwisselend is. Ik werk op kantoor, maar sta ook regelmatig op het dak. Soms op prachtige locaties. Ook heb ik veel persoonlijk contact met klanten. Bijvoorbeeld om hen te adviseren of de directie te overtuigen om te investeren in dakveiligheid. Dat persoonlijke contact geeft me veel voldoening. Ik geniet daarnaast erg van de interactie met cursisten tijdens mijn trainingen. In zo’n training zitten de architect en de gebouweigenaar naast de installateur en de dakdekker. Met allemaal hun eigen perspectief. Dat leidt tot interessante discussies en nieuwe inzichten. Als aan het einde van de dag iedereen iets geleerd heeft wat hij/zij in zijn/haar praktijk kan gebruiken, heb ik mijn doel bereikt.”

Veiligheidskeurmerk

Hoe ziet Veenman de toekomst van veiligheid op het dak? “We weten nog niet wat de langetermijneffecten van de coronacrisis zullen zijn. De ervaring leert dat er tijdens een economische neergang meer behoefte ontstaat aan keurmerken waarmee de kwaliteit kan worden aangetoond en die de prijs kunnen onderbouwen. Zo ontstond tijdens de kredietcrisis de vraag naar een veiligheidskeurmerk.”

Veenman was één van de initiatiefnemers van de beoorde­lingsrichtlijn 9935 (BRL9935) met het KOMO® Safety proces­certificaat als bewijsmiddel. Op dit moment is het aantal gecertificeerde opdrachtnemers nog relatief beperkt. Veenman: “Dit soort processen heeft tijd nodig. Meestal duurt het een aantal jaar voordat de markt een keurmerk volledig omarmt. De stijgende lijn is duidelijk zichtbaar. Steeds meer toonaangevende opdrachtgevers leggen de BRL 9935 vast in hun bestek. Naast de overheid blijkt er ook bij zorginstellingen, woningcorporaties en commerciële vastgoedeigenaren behoefte aan een onafhankelijk getoetst keurmerk. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen zal hier ook effect op hebben. Aannemers zullen landelijk erkende certificaten willen hebben om hun kwaliteit aan te tonen.” Veenman vervolgt: “Er is in de markt soms discussie over wat veilig is. Dat kan verwarrend zijn voor opdrachtgevers. Het doel van het KOMO® Safety procescertificaat is ervoor te zorgen dat opgeleverde daken een aantoonbaar veilige werkplek zijn. De kracht van het keurmerk is dat bedrijven gecontroleerd worden door onafhankelijke instellingen zoals SGS en Kiwa. Gecertificeerde bedrijven die betrokken zijn bij het ontwerp-, realisatie- en onderhoudsproces tonen met hun procescertificaat aan dat ze hun zaken op orde hebben. Dit schept duidelijkheid voor opdrachtgevers en schept een ‘level playing field’ in de markt.”

Veenman: “Vanuit veiligheidsoogpunt zou het mooi zijn als elk dak een hek of borstwering heeft. Zeker in de nieuwbouw zou hierop de focus moeten liggen. Maar de praktijk is soms weerbarstig. Uiteindelijk streef ik naar een toekomst waarin op elk dak veilig gewerkt kan worden. En waar samen gewerkt wordt in de gehele keten, vanaf ont­werpfase tot en met de onderhoudsfase. Dan is mijn missie volbracht. Echter, de tijd heeft geleerd dat er behoefte zal blijven aan objectief en deskundig veiligheidsadvies. Dus mijn werk in deze branche zit er voorlopig nog niet op.”

Labels