Roofs 2020-12-54 'Alles moet ondergeschikt zijn aan waterdichtheid'

Aan tafel met… otto kettlitz

In deze rubriek laat Roofs markante personen van binnen en buiten de dakenbranche aan het woord. De insteek is om de visie en de persoon achter die visie voor het voetlicht te brengen.

Nolanda Klunder

“Een dakadviseur moet altijd onpartijdig, onbevooroordeeld en onafhankelijk zijn. Die drie mag je nooit loslaten,” zegt Otto Kettlitz. Hij is directeur van Nieman-Kettlitz Gevel- en Dakadvies BV en heeft dertig jaar ervaring als dakadviseur. “Dat weten mensen ook van me: ik zal niet iets opschrijven omdat een opdrachtgever dat zo wil. Ik geef mijn eerlijke mening. Als dakadviseur is het essentieel dat je een onafhankelijke mening vormt. Je moet je zelfstandigheid belangrijker vinden dan je portemonnee.”

Groendaken

Een van de onderwerpen waar Otto Kettlitz een duidelijke mening over heeft, is de ontwikkeling van multifunctionele daken. “Mensen belichten vaak alleen de voordelen van bijvoorbeeld groendaken. Maar je moet eerlijk zijn en beide kanten belichten. Benoem ook de nadelen. Ik ken bijvoorbeeld geen wetenschappelijk onderzoek naar de levensduur van een groendak. Men zegt dat je dak langer goed blijft, omdat het door de begroeiing beschermd wordt tegen zon en regen. Ja, maar tegelijkertijd lijdt het onder het vocht dat wordt vastgehouden en de groei van de wortels. Bovendien kan je lekkages niet makkelijk opsporen of verhelpen. Je moet dan het héle dak of in ieder geval een aanzienlijk deel afgraven. Groendaken op appartementencomplexen kunnen zo enorme onderhoudskosten met zich meebrengen voor VvE’s. Wees daar transparant in. Sowieso kan je je afvragen of elk groendak wel ‘groen’ is. Regelmatig is het alleen maar windowdressing, uiterlijk vertoon. Ik was op een dak van 70.000 m², waarvan 40 m² groen was. Dat stukje groen is er alleen om de te halen, dat gaat natuurlijk nergens over. En dan lekte het ook nog. Of je ziet dat men water op het dak pompt om de planten te laten groeien. Dat is natuurlijk onzinnig. Dan misbruik je schoon leidingwater en energie. Die planten horen te groeien op regenwater, anders is het zinloos.”

Kettlitz’ voorbehoud tegen groendaken is vooral ingegeven door het risico op lekkage. “Er zijn allerlei methodes om de waterdichtheid van groene daken te borgen: zorg ervoor dat je het dak compartimenteert, dat je de dakbedekking volle­dig verkleeft en dat er voldoende inspectiemogelijk­heden zijn. Let erop dat de beplanting niet uit de hand loopt, zodat de wortels schade kunnen aanrichten. Er kan van alles, maar soms vindt men die oplossingen te duur. Te duur? Kom zeg, waterdichtheid moet altijd primair zijn. Waar je ook op bezuinigt, bezuinig nóóit op de waterdichtheid. Al het andere moet altijd ondergeschikt zijn.”

Dertig jaar dakadviseur

“Ik studeerde af in de offshore-technologie aan de TU Delft, in een tijd waarin de olieprijs historisch laag was,” vertelt Kettlitz. “Er was dus geen werk in de offshore. Via een advertentie kwam ik terecht in de dakenbranche. En als je eenmaal in die branche zit, kom je er nooit meer uit. Daarvoor is het vakgebied te divers, er zijn zo veel mogelijkheden, zo veel uitdagingen, er zijn zo veel kanten aan het vak. Daar komt bij dat er in die tijd in het onderwijs nauwelijks aandacht was voor daken; we konden dus ons eigen vakgebied ontwikkelen. Dat heeft natuurlijk z’n charme. Nu nog steeds wordt er op mbo, hbo en universiteit veel te weinig onderwijs gegeven over daken.”

Kettlitz werkt sinds 1990 als dakadviseur. In dertig jaar tijd heeft hij het werk zien veranderen. “Dertig jaar geleden kwamen de problemen vooral voort uit het gebruik van materialen en constructies die nog niet uitontwikkeld waren. Het ging dan bijvoorbeeld om materiaal dat scheurde. Dat ligt nu heel anders: materialen en constructies zijn inmiddels verder ontwikkeld en zijn over het algemeen gewoon goed. Als dakadviseur zie ik dat alles complexer is geworden: de eisen, de constructies, de verwachtingen. Neem de constructies: vroeger was bijna alles gewoon plat en rechthoekig, tegenwoordig krijgen daken allerlei andere vormen. Leuk, maar nu de uitvoering. Je krijgt problemen met de afwatering, of met het afwerken van de randen en hoeken die nu niet meer recht zijn. Dat levert risico’s op voor de waterdichtheid. Je moet de functionaliteit nóóit opofferen voor de architectuur.”

Daarbij komt een ander verschil, legt Kettlitz uit: “Er staan vergeleken met dertig jaar geleden veel grotere belangen op het spel. Het zijn grotere partijen, met grotere projecten. Het spel wordt daardoor steeds scherper gespeeld. Als het om honderdduizend euro gaat, kan je met elkaar om de tafel gaan zitten en dan kom je er vaak wel uit. Bij een miljoen gaat dat niet meer. Dan wordt het een juridisch verhaal. Ik zie het zo: er zijn drie soorten gelijk: juridisch, technisch en ethisch. Die drie liggen niet altijd in dezelfde lijn. Juridisch kan je bijvoorbeeld in het ongelijk worden gesteld omdat je je claim te laat indient, maar dat verandert niets aan de situatie dat er een reëel probleem met het dak is. Soms zie je dat mensen elkaar het ethisch gelijk wel willen geven, maar dat dat niet mag; het wordt geblokkeerd door het bedrijfsbelang. Bedrijven stappen met grote regelmaat liever naar de rechter, ook al is dat duurder en is de uitkomst ongewis. Men zoekt dus steeds vaker geen oplossing van het probleem, men zoekt een uitweg. Overigens zijn er ook gelukkig nog steeds bedrijven die wel voor de oplossing gaan en hun eigen verantwoordelijkheid gewoon nemen.”

De grotere belangen ziet Kettlitz ook terug in de manier van werken. “Ik zie mensen doorwerken tijdens regen. Dan kan er water opgesloten raken in de constructie. Dat water moet er vroeg of laat weer uit. Dat soort dingen gebeurt tegenwoordig meer omdat er meer tijdsdruk is. Vaak vraagt men van tevoren advies, maar veel vaker zoekt men pas een dakadviseur als er al problemen zijn.”

In dertig jaar tijd heeft Kettlitz een enorme expertise ontwikkeld. “Ik zou het jammer vinden als deze expertise zomaar kwijt zou raken. Ik ben nu aan het afbouwen naar mijn pensioen. Pensioen is voor mijn generatie niet meer ineens van honderd naar nul gaan, ik zie het als een geleidelijk proces. Ik werk nu drie dagen per week. Zoals je naar de sportschool gaat om lichamelijk in conditie te blijven, ga ik naar mijn werk om geestelijk in conditie te blijven. Ik heb mijn opvolger aangewezen. Voorlopig blijf ik aanwezig als een tweede keep. Bij complexe problemen kijk ik nog graag mee.”

Labels