Roofs 2021-03-12 Kraaijvanger beloont innoveren

Architect met een visie op daken

Een dak is nogal eens een sluitpost in gebouwontwerpen. De vijfde gevel moet waterdicht zijn en het is bijvoorbeeld handig als je installaties kwijt moet. Gelukkig neemt de aandacht voor (de vele mogelijkheden van) daken in de architectenwereld toe. Om te ontdekken wat er speelt op het gebied van daken bij de ontwerpers van de gebouwde omgeving gaat Roofs op bezoek bij een aantal architecten.

Hans Goverde, partner bij Kraaijvanger Architects, bijt het spits af. Dit Rotterdamse bureau heeft een imposant oeuvre en een mooie geschiedenis die de broers Evert en Herman Kraaijvanger begonnen in 1927. Vooral voor de wederopbouw van Rotterdam heeft Kraaijvanger een enorme productie geleverd. Dat heeft iconische gebouwen opgeleverd als het Stationspostgebouw, De Doelen en de Amsterdamse Bank aan de Blaak, waar het bureau momenteel ook in gevestigd is. Recente(re) projecten zijn de Haagse Poort, het Gerechtsgebouw Rotterdam, Museum Voorlinden, Esso Benelux in Breda, stadhuis ’s-Hertogenbosch, het stadskantoor en de Rabocampus in Utrecht en het stadskantoor in Venlo.

Wat heeft Hans Goverde met daken?

“Meer dan je denkt. Momenteel heb ik daar een heel interessant voorbeeld van, het Bond Park Breda. Langs de Graaf Engelbertlaan ligt het witte Esso hoofdkantoor dat in de jaren tachtig door Rob Ligtvoet van ons bureau is ontworpen. Het is nu een multi tenant gebouw waar Esso een van de huurders is. Eigenaar Bond Park BV wil voor deze strategische locatie tussen Antwerpen en Rotterdam een hoogwaardige kantooruitbreiding ontwikkelen, maar omdat het aan de rand van een natuurlijke zone ligt mag daar niet gebouwd worden. Daar is een herbestemming voor nodig. Ik ben nu eindverantwoordelijk voor het ontwerp, waarin wij een volledige integratie van landschap en gebouw voorstellen. We leggen de tienduizend vierkante meters nieuwbouw helemaal onder een lap groen die vanaf de Graaf Engelbertlaan geleidelijk oploopt naar een nieuw plein tegenover de bestaande kantoren. Parkeren op maaiveld ruilen we zo in voor groen, dat is pure winst en een waarde­volle toevoeging aan het groene gebied. Het was ons initiatief om in de studieopdracht het landschap voorrang te geven. Er tegenover staan een aantal woontorens. Als het doorgaat hebben de bewoners een groener uitzicht dan voorheen. Het is een gevoelig gebied en de provincie zal tot een herbestemming moeten besluiten. De gemeente is in elk geval zeer geïnteresseerd. Als wij met stenen kunnen ruilen voor dit groene dak , wil Provincie er wellicht aan meewerken.”

De schaal van dit groene dak is groter dan we gewend zijn.

“Groendaken zijn niet nieuw. Bij Bond Park gaan we wel een stap verder omdat het aan rand van een natuurgebied ligt. Het wordt ook geen mossedumdak maar een dikke leeflaag van zo’n veertig centimeter met gevarieerde vegetatie. We gaan met biologen en landschapsdeskundigen nog flink sleutelen om er een mooie biotoop van te maken. Ik ben sowieso geïnteresseerd in hoe gebouwen een rol kunnen spelen in het verbeteren van de biodiversiteit. Samen met hittestress beperken, stikstofreductie en het bufferen van water zijn er veel mogelijkheden om deze thema’s mede aan te pakken in de gebouwde omgeving. Daar doen wij onze uiterste best voor. En dan gaat het niet om mooie molshopen creëren, het is een landschappelijke architectuuropgave.”

Een goed voorbeeld hiervan staat in Venlo waar de gemeente vijftien jaar terug een start wilde maken met circulair bouwen.

“We hebben voor deze gemeente een stadskantoor ontworpen volgens de Cradle to Cradle principes, met een levende, goed werkende groene wand die weelderig met de seizoenen meebeweegt. Groen, vogels en insecten maken het tot een verticaal park. Al meer dan vijftigduizend bezoekers hebben het gebouw bezocht waaronder veel delegaties uit het buitenland. Dat heeft mij wel gemotiveerd om gebouw en landschap nog meer met elkaar te verenigen. Naast dit stadskantoor is recent een woonvolume gerealiseerd waarvan 50% van de gevels zijn ingevuld met PV-panelen. In crisis was dit project eruit uitgeknipt en nu weer toegevoegd. Op het parkeerdak tussen het woningblok en het stadskantoor is een grote patio ingericht met bomen in grote bakken, een waterpartij met helofytenfilter die water zuivert en een kas als seizoens­gebonden werkplek.”

In hoeverre houden jullie je als architect bezig met de detaillering?

“We hebben het ontwerp uitgedetailleerd en het bestek gemaakt en daarin staan de waterdichte lagen omschreven, hoe de dakafwerking de hoek omgaat en is het tot de afvoeren en trimmetjes uitgewerkt. Zolang wij het bestek maken, verzorgen wij de detaillering. De aannemer mag met kritiek komen bij praktische problemen, hij bouwt het dus staat ook garant voor waterdichtheid.”

Maar jullie gaan een stap verder.

“Ja, wij werken aan een meer circulaire toekomst. Stadskantoor Venlo is dan een mooi voorbeeld. Een bestek is in feite een stop op innoveren – je legt immers alles vast met de techniek van dat moment – terwijl wij met deze gemeente door innoveren belangrijk vonden. Ik heb tegen de aannemer gezegd toen ze geselecteerd waren dat ze met alternatieven mochten komen als die circulairder waren dan wij hadden getekend. Dat geldt evenzo voor de leveranciers, die we altijd uitdagen om met betere alternatieven te komen. Het mooie was dat de gevelbouwer ons toen vroeg of C2C echt een vlucht ging nemen en of zij ook mee moesten met C2C-certificering. Toen dacht ik: Yes! Nu gaat de C2C-boodschap zich ook onder de leveranciers verspreiden. Certificering kost dan teveel tijd, we leggen de alternatieven daarom via een quick scan langs de meetlat van de Environmental ­Protection Encouragement Agency, het keuringsinstituut van C2C, om te kijken of of het product in potentie het predicaat circulair kan krijgen. Zo is de aannemer van het Mercatorbad in Amsterdam gekomen met een beter alternatief voor de groene gevelpanelen. Dat we daarvoor de modulaire gevel helemaal opnieuw moesten tekenen, nemen we voor lief. We gaan dan voor beter.”

En dakafwerkingen?

“Voor de daken geldt het net zo. We willen geen rotzooi, geen dakmateriaal met onduidelijke herkomst en het mag geen afvalproduct opleveren. Een aantal jaar terug heeft de industrie circulaire dakbanen ontwikkeld, Citumen. We hebben bij de uitbreiding van de British School of The Netherlands in Leidscheveen als eerste in een bestek dit materiaal als dakdichting voorgeschreven. En daar stopt het niet. Als iemand met een nog beter alternatief komt, prima! Wij dagen leveranciers zo uit om met ons mee te denken en door te innoveren. Mijn collega Bart van der Werf is daar een soort goeroe in en hij heeft inmiddels een flinke database opgebouwd. Daarmee bereiden wij ons voor op wat wij denken dat komen gaat. Venlo is een van de koplopers, maar steeds meer overheden en grote opdrachtgevers gaan hun uitvraag herformuleren. Het zou mooi zijn als we demontabel konden bouwen en tegen de leverancier zeggen: bouw het zo dat je het product aan het eind van de looptijd weer terugneemt, wat kun je dan aan de prijs doen? Dan krijg je een goede incentive bij de fabrikanten om te denken in grondstoffen in plaats van afvalproducten.”

Intussen is ook de renovatie van Ahoy’ afgerond, ook een ontwerp van Kraaijvanger. Een enorm dak, maar zonder PV of andere multifunctionele bestemming. Hoe kan dat?

“Daar loopt wel een subsidietraject voor zonnecellen, maar je hebt te maken met een constructie uit de jaren zestig met enorme overspanningen. Daar kan je wel PV op willen, dat vergt echter een miljoeneninvestering. Dan kun je de PV-panelen beter in een weiland zetten. Waar ik eigenlijk op wacht is PV-panelen die geïntegreerd zijn in dakbedekking tegen een concurrerende prijs. Maar die zie ik niet zo snel komen.”